Een tussentaal rukt op in Vlaanderen

Spreken Vlamingen nog wel dezelfde taal als Nederlanders? Nee, behalve nog een beetje bij de Vlaamse omroep.

Eindredactie: Ludo Permentier en Marlies Hagers/Rik Schutz (bureau Onder Woorden). Illustraties Lectrr

Tot zo’n vijftig jaar geleden werd gedacht dat er op den duur nauwelijks nog verschil zou zijn tussen ’t Nederlands in Vlaanderen en dat in Nederland. Aan beide kanten van de grens was ’t Algemeen Beschaafd Nederlands (ABN) immers de normtaal en dat zou onherroepelijk leiden tot een gemeenschappelijke omgangstaal. Maar die voorspelling is niet uitgekomen. Je hoeft maar even naar de tv te luisteren om je daarvan te overtuigen. Blijkbaar is er in de tussentijd iets gebeurd wat niemand toen kon voorzien.

Taalveranderingen worden altijd veroorzaakt door veranderingen in de maatschappij. Er gebeurt iets in de samenleving en de taal reageert daarop. En veranderingen wáren er in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw – niet weinig ook. In Nederland ontstond daardoor een variant van ’t ABN, Poldernederlands, met zijn wijde aai’s: blaaiven, waain. Tegenwoordig is ’t al de meest gesproken vorm van ABN. Dat wil zeggen: in Nederland, in Vlaanderen dringt dit Poldernederlands niet door.

Ook met ’t ABN in Vlaanderen is van alles aan de hand. Niet met de taal zelf, maar met zijn populariteit. Die is sterk afgenomen. ’t Vlaamse ABN, dat Nederlanders zo graag horen, wordt alleen nog gesproken in de nieuwsuitzendingen van de Vlaamse Radio- en Televisieomroep (VRT). Dat VRT-ABN heeft geen contact met ’t ABN in Nederland. Recente klankverschijnselen zoals die in de Nederlands omroeptaal voorkomen tref je er niet in aan. VRT-ABN is een statische taal.

De echte vitale omgangstaal in Vlaanderen is de tussentaal die ook wel Verkavelingsvlaams genoemd wordt. ’t Is een hybride taal, waarvan de basis gevormd wordt door ’t Antwerpse dialect, met vormen als zijdegij, morgen komt em, das eel goe. Daarnaast zijn en worden er voortdurend allerlei elementen uit andere dialecten in opgenomen. Dat laatste is de puristen een gruwel. Was ’t nog een zuiver dialect, nou ja vooruit, maar dit allegaartje is onverdraaglijk. Daar komt nog bij dat er ook nog regionale verschillen zijn in ’t Verkavelingsvlaams zelf – een tussentaal dus die lijkt op een fiets die is samengesteld uit onderdelen van verschillende merken. Hij ziet er een beetje raar uit, maar hij rijdt wel.

Verkavelingsvlaams is tegelijk een even gewone taal als ABN of een dialect, al komen zijn onderdelen uit verschillende hoeken en is er nog veel diversiteit. Maar ’t heeft een grammatica die de sprekers moeiteloos beheersen. Er zitten geen elementen in die strijdig zijn met de aard van een Germaanse taal. Voor Verkavelingsvlaams geldt dus ook: wat niet kan, kun je niet zeggen (morgen em komt, bijvoorbeeld) en wat je kunt zeggen, dat kan dus gewoon.

Verkavelingsvlaams is in bijna alle sectoren van de Vlaamse samenleving de gewone omgangstaal geworden. Spreken van ABN heeft in Vlaanderen geen enkel nut, tenzij je een baan als nieuwslezer bij de VRT ambieert. Een spreker van Verkavelingsvlaams kan met gemak directeur van een bedrijf worden, docent of minister, succes boeken als komiek, als presentator optreden bij de tv. Om in soapseries te mogen meespelen, is ’t zelfs een voorwaarde.

De razendsnelle opkomst van deze nieuwe omgangstaal hangt samen met de economische bloei van Vlaanderen en de maatschappelijke veranderingen van de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw, de periode waarin ook ’t Poldernederlands opkwam. Die ontwikkelingen hebben Vlaanderen zelfbewuster gemaakt. ’t Zelfstandige Vlaanderen is blijkbaar toe aan een eigen omgangstaal en heeft dat oude ABN, dat bovendien uit Holland komt, helemaal niet nodig.

Net zoals in de zestiende en zeventiende eeuw het dialect van het welvarende Holland uit kon groeien tot algemene landstaal in Nederland, zo gebeurt dat nu in Vlaanderen met ’t dialect van Antwerpen. De gesproken taal van Vlaanderen gaat vanaf nu zijn eigen weg en die loopt in een totaal andere richting dan ’t Nederlands.

Salut!

De auteur schrijft altijd ’t in plaats van het. Hij legt uit waarom op nederl.blogspot.nl/ 2012/05/het-bestaat-niet.html