Column

Een slimme Brit blijft in de Europese Unie

Veel politieke argumenten, weinig economische substantie: dat is op dit moment de stand van de discussie over het Britse lidmaatschap van de Europese Unie. Sommige polls suggereren dat een krappe minderheid (49 procent) van de Britten op dit moment voor het verlaten van de EU (de zogenoemde Brexit) zou zijn, andere polls geven zelfs al een meerderheid (56 procent). Mistig?

Gelukkig zijn er op dit soort momenten de analisten van ING, die eerder al voorop liepen bij het maken van (ramp)scenario’s voor de eurozone. De bank publiceerde gisteren een kort maar krachtig stuk over de Brexit, dat de zaken in perspectief zet. De uitkomst: het is zowel voor het Verenigd Koninkrijk als voor de EU onverstandig om de relatie te beëindigen.

Dat geldt voor de handel: van de totale export van het VK gaat 48 procent naar de overige 26 EU-landen. De import komt voor 51 procent van de EU. Wie bang is voor hogere handelstarieven als het huwelijk strandt, kan gerust adem halen: die schenden de EU meer dan het VK zelf. Puntje voor de Britten. Directe investeringen zouden wel leiden onder een Britse uittocht: het idee dat het VK losser van de EU staat, kan bedrijven tegenhouden er hun productie te vestigen. Punt voor de EU.

En de bezoedelde parel van de Britse economie, de City? De financiële sector zorgt voor een negende van het gehele Britse bruto binnenlands product. Het isoleren van de City kan het VK nog duur komen te staan. Een nieuwe concurrent, zoals Frankfurt tot nu toe nooit werd, kunnen ze op de vierkante mijl missen als kiespijn.

Zo zijn er tal van afwegingen te maken, zonder dat daar meteen kwantitatieve scenario’s voor kunnen worden gemaakt. Die zijn notoir onbetrouwbaar: toen het VK in 1992 onder minister van Financiën Norman Lamont (een van zijn toenmalige assisten was overigens de jonge David Cameron) het Europese Monetaire Stelsel verliet, werd er hel en verdoemenis verspeld, in de vorm van een zware economische recessie en steil oplopende inflatie. Geen van beide gebeurde.

Terug naar ING. De analisten wijzen daar op een zeer opmerkelijk en tot nu toe over het hoofd gezien argument: de demografie. Volgens onderzoek van de Verenigde Naties blijft de bevolking van het VK de eerstvolgende decennia toenemen, terwijl die in Frankrijk afvlakt en in Duitsland inzakt.

Het verrassende resultaat: vlak voor 2040 passeert het VK Duitsland als het EU-land met de grootste bevolking. En aangezien niet hoeft te worden verwacht dat er tussentijds grote verschillen in productiviteit optreden, mag worden aangenomen dat het dan ook de grootste economie van de EU is.

Wil je die buiten de grenzen? Misschien, dat hangt van het belang af. Maar het is aannemelijk dat Noord-Europeanen blij zullen zijn zo’n culturele medestander aan hun zijde te houden.

Aan de andere kant: mocht Schotland zich per referendum in 2014 losmaken en de rest van het VK uit de EU stappen, dan doet zich de opmerkelijke situatie voor dat de Schotten wél lid blijven en de rest van het eiland niet. Bij afscheiding van andere delen (Wales, Noord-Ierland) zou van het VK, eenzaam buiten Europa, weinig overblijven.

Machtig binnen de EU, onmachtig daarbuiten: voor de Britten zou de keus duidelijk moeten zijn. Met name voor de noordelijke EU-landen geldt dat ook: machtig mét de Britten, onmachtig zonder. En nu overal de tabloids op het eiland én het continent daar nog van overtuigen.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.