Een pak mogelijkheden

Het woord ‘luik’ kan in België iets heel anders betekenen dan in Nederland. Onderzoek van digitale teksten toont de verschillen.

Woordenboekmakers beschikken tegenwoordig over mooi gereedschap om eigenschappen van woorden te tonen. Met de juiste programma’s kun je in grote verzamelingen digitale teksten dingen ontdekken die met het blote oog niet snel opvallen. Je kunt bijvoorbeeld vragen met welke andere woorden een bepaald woord het vaakst voorkomt.

Dan blijkt dat je uit Belgische teksten soms heel andere antwoorden krijgt dan uit Nederlandse. Veel woorden hebben verschillende betekenissen, of een andere gevoelslading. Zoals:

Met pak. Welke andere zelfstandige naamwoorden komen voor naast ‘pak’? In Nederland: slaag, sneeuw, papier. In België ook: spierbundels, vragen en vele andere. Het gebruik van ‘een pak…’, als aanduiding van een grote hoeveelheid, komt in Nederland nauwelijks voor. De zin ‘Renoveren duurt langer en is een pak duurder’ komt dan ook van een Belg .

De namiddag. Welke bijvoeglijke naamwoorden gaan vaak vooraf aan het woord ‘namiddag’? In België: vroege, hele, late, elke, deze. In Nederland: regenachtige, schemerige. Daar wordt het woord namiddag veel minder vaak gebruikt en het komt vooral voor in teksten waarin een bepaalde sfeer wordt opgeroepen. In België is in de namiddag een heel gewone combinatie, terwijl een Nederlander eerder ’s middags gebruikt.

Het luik. Een luik is in Nederland een concreet ding. Het is groen, klein of van hout: een luik in de vloer, de luiken vastzetten. Belgische luiken kunnen ook sociaal, kwantitatief of Brussels zijn: ‘Het kwalitatief luik van het onderzoek bestond uit…’, ‘In het Luxemburgse luik van de enquête...’ Zo’n Belgisch luik is een onderdeel van een complexe structuur die je niet kunt vasthouden. Belgische sites zijn ook vaak in luiken verdeeld.

Telefoneren. Telefoons zijn in Nederland veel vaker mobiel dan in België. Dat komt doordat Belgen hun mobiele telefoon meestal een ‘gsm’ noemen. Nederlanders pakken vaker de telefoon om iets te regelen. Belgen regelen dingen langs hun telefoon. Belgen haken in als het gesprek is afgelopen, Nederlanders hangen op.

Zitten. Zetels komen in België veel meer voor dan in Nederland. Rieten, luie, verwarmde zetels vind je in Vlaanderen overal waar gezeten wordt: in tuinen, vliegtuigen en auto’s. In Nederland zijn zetels vooral vacant of permanent. Je kunt ze verliezen of halen bij verkiezingen. Zitten doe je in Nederland op een stoel.