Eén kan maar de leider zijn

Frankrijks grootste oppositiepartij is in crisis. De UMP koos gisteravond nipt Jean-François Copé als leider. Maar de verkiezingen voor het leiderschap hebben de rechtse partij hopeloos verdeeld.

Parijs. De verkiezingen om het leiderschap van de grootste Franse oppositiepartij, de Union pour un Mouvement Populaire (UMP), hebben tot een diepe crisis geleid.

De tijdens de campagnes over de opvolging van Nicolas Sarkozy veel bezongen partijeenheid staat onder druk sinds beide kandidaten, partijsecretaris Jean-François Copé en oud-premier François Fillon, zondagavond de overwinning opeisten. Nog voordat de stembussen sloten, hadden de twee kampen elkaar al van fraude beticht.

Een definitieve uitslag was gisteravond laat eindelijk binnen. 98 stemmen scheidden winnaar Copé van verliezer Fillon. Ongeveer de helft van de stemgerechtigde partijleden heeft zondag gestemd. Copé kreeg na hertelling 50,03 procent van de stemmen, Fillon 49,97.

Het openlijke geruzie heeft volgens oud-premier Alain Juppé „het bestaan van de UMP” op het spel gezet. Juppé, die samen met toenmalig president Jacques Chirac in 2002 aan de wieg van de centrum-rechtse fusiepartij stond, riep de kandidaten gisteren op om de strijdbijl te begraven en zich neer te leggen bij de uiteindelijke uitslag. De partij zou zich eendrachtig moeten storten op de politieke oppositie tegen de socialistische president Hollande en zich niet moeten bezighouden met intern gekibbel, zei Juppé.

Niet alleen de Parti Socialiste van Hollande en het extreem-rechtse Front National van Marine Le Pen, maar ook oud-president Nicolas Sarkozy heeft baat bij de verdeeldheid in het rechtse kamp, analyseerde de gezaghebbende politicoloog Dominique Reynié gisteren in Le Monde. Tweederde van de UMP-leden wil volgens recente peilingen dat niet Copé of Fillon, maar Sarkozy bij de volgende presidentsverkiezingen in 2017 opnieuw de UMP-kandidaat wordt. Sarkozy verloor afgelopen mei nipt de presidentsrace van Hollande en wordt in de UMP nog altijd op handen gedragen. De campagnes van de afgelopen weken draaiden regelmatig uit op een strijd om de vraag wie het best zijn nalatenschap kan beheren.

De 58-jarige Fillon leek vooraf favoriet. De ietwat bedaagde staatsman, die al minister was onder de presidenten Mitterrand en Chirac, was vijf jaar lang als premier verantwoordelijk voor de uitvoering van Sarkozy’s beleid. Hij kan de verweesde partij na de verloren „weer zelfvertrouwen geven”, stelde oud-minister Laurent Wauquiez eerder. Fillon, de man van het midden, riep op tot rassemblement: hij wilde de verschillende bloedgroepen van de partij – conservatieven, gaullisten, katholieken en liberalen – nader tot elkaar brengen. Nu dreigt, volgens politicoloog Reynié, in de partij juist een „explosie”.

Fillons energieke tegenstrever Copé (48), doet in zijn politieke stijl herinneren aan straatvechter Sarkozy. De burgemeester van Meaux, even ten oosten van Parijs, wil een „rechts zonder remmingen” en flirt met het electoraat van het Front National.

Een recordaantal van ruim 2 miljoen mensen stemde bij de tweede ronde van de presidentsverkiezingen in mei blanco: veel van hen waren kiezers van Marine Le Pen die Sarkozy noch Hollande in het zadel wilden helpen. Met campagnethema’s als immigratie en veiligheid hoopte Copé die kiezers bij de UMP te krijgen.

In een pamflet schreef Copé de strijd te willen aanspannen met vermeend „racisme tegen blanken” in streken waar veel moslims wonen: een stokpaardje van Le Pen. Als voorbeeld noemde hij een Frans jongetje wiens pain au chocolat door moslims zou zijn afgepakt „omdat je tijdens de ramadan niet behoort te eten”.

Sarkozy, die de laatste tijd weer vaak, meest ongeschoren, opduikt in de media, heeft zich voor geen van de kandidaten uitgesproken. Hij zou zelfs niet hebben gestemd, meldden vrienden gisteren in Franse media.

    • Peter Vermaas