Een drama voor zes spelers

Bij pesten spelen meerdere mensen een rol, en allemaal zijn ze belangrijk. De pester heeft een hoofdrol, maar in zijn eentje komt hij nergens.

Over pesten wordt vaak gepraat alsof het een soort verkoudheid is: het hoort erbij, het is vervelend maar niet ernstig, het is goed voor je weerstand. Maar wie het van dichtbij heeft meegemaakt, weet dat pesten een kwelling is, een doorlopende nachtmerrie met verstrekkende gevolgen.

Dat bleek weer eens begin deze maand toen de 20-jarige Tim Ribberink uit het Overijsselse Tilligte zelfmoord pleegde, na een leven lang gesard en buitengesloten te zijn. Uit gesprekken met mensen uit zijn omgeving komt het beeld naar voren van een stille, gevoelige jongen, die in het kleine dorp waar hij woonde een van de vaste doelwitten was. Leeftijdgenoten pestten hem uit gewoonte.

Scholen en ouders besteden wel degelijk aandacht aan pesten; sinds 2006 hebben scholen verplichte protocollen tegen pesten. Maar in de praktijk beschouwt een flink deel van de docenten het toch als een natuurverschijnsel waarin zij geen belangrijke rol spelen – als ze het al opmerken. Het directe pesten, fysiek en verbaal, wordt meestal wel herkend. Maar vaak missen ouders en leerkrachten het indirecte pesten van roddelen en buitensluiten, ook wel sociaal pesten genoemd, terwijl dat niet minder schadelijk is – integendeel.

„Bovendien zijn veel leraren zijn niet goed opgeleid om effectief in te grijpen bij pesten”, zegt René Veenstra, hoogleraar sociologie in Groningen. Hij doet veel onderzoek naar groepsprocessen bij pesten, en schreef mee aan het boek Pesten op school.

Het is ook niet eenvoudig om pesten te onderscheiden van gewone ruzies of het onschuldiger plagen. Pesten heeft echter drie duidelijke kenmerken: het gedrag is bedoeld om iemand te kwetsen, herhaaldelijk en over een lange periode, en er is een duidelijk machtsverschil tussen de dader en het slachtoffer.

Hoe vaak wordt er gepest? De uitkomst varieert per onderzoeksmethode, maar de schatting is dat ongeveer 15-20 procent van de kinderen en jongeren wordt gepest, terwijl ongeveer datzelfde percentage zegt te pesten.

Wie pesten wil begrijpen heeft de neiging om naar eigenschappen van daders en slachtoffers te kijken. De sleutel tot pesten zou in hun tekorten liggen. Te weinig empathie bij de pestkop en te weinig zelfvertrouwen bij het doelwit.

Ook het wetenschappelijk onderzoek naar pesten verliep langs deze lijnen. Maar daar kwam een kentering in toen de Finse Christina Salmivalli eind jaren negentig vaststelde dat pesten niet te begrijpen is door alleen naar kenmerken van de pester of de gepeste te kijken. „Pesters hebben hulptroepen, assistenten, publiek”, zegt Veenstra.

Pesten kan alleen worden begrepen als groepsproces. Als drama met belangrijke bijrollen voor de assistent, de aanmoediger, de verdediger en de buitenstaander. Zij bepalen of, hoeveel en met welke gevolgen er gepest wordt. Alle rollen hebben in de afgelopen vijftien jaar onderzoek steeds scherpere contouren gekregen: de dramatis personae. Hier, rechts op de pagina, schetsen van de hoofdrolspelers.