Een database vol DNA, best 'n goed idee. Eh, nou...

Het DNA-onderzoek in de zaak-Vaatstra had succes. Maar hoe zit het dan met het grondrecht om niet mee te hoeven werken aan je eigen veroordeling?

De deurbel gaat. Er staat een agent, die informeert wie u bent. „Ja, meneer, uw nichtje is helaas slachtoffer van een zedenmisdrijf. En wij vermoeden dat haar vader… zeker, uw broer… vervelend, dat is het. Maar die weigert nu DNA af te staan. Dus wij dachten, kom, we gaan even bij de bloedverwanten langs.”

„O, u spreekt elkaar al jaren niet meer? Kijk eens aan, als u dan bij het kruisje even tekent en meteen uw mond opendoet, dan haal ik dit wattenstaafje even langs de binnenkant. Zo, is al gebeurd. Merkte u bijna niks van, hè! Dank u wel, hoor. En uw broer hoort nog van ons, goedemiddag.”

Dit kan realiteit worden. Vorig jaar keurde de Tweede Kamer zogenoemd DNA-verwantschapsonderzoek als opsporingsmiddel goed. Dat kan per 1 april dit jaar gebruikt worden. De eerste zaak waarin de politie hiervan gebruik maakte, is die van Marianne Vaatstra. Nu die zaak naar het zich laat aanzien is opgelost, zal de roep om het DNA van alle burgers, schuldig of onschuldig, verdacht of onverdacht, te verzamelen en op te slaan in een databank alleen maar luider worden. En wie niets te verbergen heeft, heeft niets te vrezen. Toch?

Hoe goed DNA-verwantschapsonderzoek in de zaak-Vaatstra ook lijkt te hebben gewerkt, juridisch kleven er bezwaren aan. Het grondrecht om jezelf of je familie niet te belasten of aan de eigen veroordeling mee te werken, komt ermee onder druk te staan. Hele groepen burgers kunnen bovendien onterecht verdacht worden gemaakt. Stigmatisering ligt op de loer, net als discriminatie. De bewijslast wordt omgekeerd. Schuldig tot het tegendeel is bewezen.

Stelt het u gerust, of juist niet?

Stel, u heeft een zwart schaap in de familie – een neef die in de gevangenis zat en wiens DNA-profiel dus is opgeslagen. Dat gebeurt sinds 1994. De politie mag sinds kort met een DNA-spoor ook op zoek naar bloedverwanten van een onbekende verdachte. En omdat uw neef is geregistreerd, is uw hele familie geregistreerd. Mocht er een keer een DNA-spoor van enig misdrijf op uw familie lijken, dan bent u dus prompt lid van een verdachte groep. Bedenk wel dat er tussen niet-verwante individuen ook toevallige genetische overeenkomsten voorkomen. Naarmate die database met gedetineerden-DNA groter wordt, neemt de kans op fout positieve meldingen dus toe.

Het kan ook zo: in uw wijk is een vermoorde baby gevonden. De politie belt aan voor een DNA-buurtonderzoek, op zoek naar de moeder van het kind. Nu bent u geen vrouw, maar dat geeft niks. Via uw DNA kan worden achterhaald of uw dochter misschien dit kind kreeg. En misschien bent u wel de vader, maar uw vrouw niet de moeder. Maar uw dochter of het buurmeisje.

Trring! De politie weet meer. Op het lijkje is een DNA-spoor gevonden. Dat duidt erop dat de dader mannelijk is, Noord-Europees met blauwe ogen. De agent ziet het meteen als u de deur opent. U voldoet aan het daderprofiel! Mondje open graag, meneer. Weigeren is niet zo handig, nee. U wordt er alleen maar interessanter door.

Weigeren mag, maar in sommige buitenlanden is daar al een oplossing voor gevonden. Dan begeeft de politie zich naar het kerkhof en wordt er een overleden familielid opgegraven. Die kunnen immers niet weigeren. De DNA-database werkt als een fuik – en weigeren mag straks misschien wel niet meer.

Zo ontstaat er een nieuwe juridische categorie: de genetische, of koude verdachte. Uw DNA heeft het gedaan, nu nog de juiste drager erbij vinden. Om van een koude verdachte een warme te maken gaat de recherche aan de slag. Woont u in de buurt van het misdrijf, kunt u er geweest zijn, heeft u een motief? Als van de honderd familieleden er tien in de buurt blijken te wonen en er drie het slachtoffer kennen, wordt het lastig. Dan bent u zo ‘warm’ dat DNA weigeren niet meer kan.

U bent officieel verdachte.

Leuk thema voor de verjaardagsvisite. ‘Mondje dicht’ kan voortaan niet letterlijk genoeg worden opgevat. De omerta van het wangslijm.

Dit is een bewerkte versie van een artikel dat eerder op nrc.nl/rechtenbestuur is verschenen.

Lees ook ‘In de stad is zoeken naar DNA lastig’: Opinie, pagina 16&17