Dit is toch verschrikkelijk?

Lang en ver op reis – het wordt voor jongeren een must. Maar niet iedereen houdt van reizen.

Maite Vermeulen

Een willekeurige ochtend, een willekeurige Facebook-newsfeed. ‘Weer 12 uur in de bus overleefd, we zijn in de jungle! – at Rurrenabaque, Bolivia’. ‘De eerste schep gaat de grond in, lang leve schoon drinkwater – at Thohoyandu, Zuid-Afrika’. ‘Full moon party :D! – at Ko Phi-Phi, Thailand’. ‘Duikbrevet is binnen – at Caïrns, Australië’.

Ben je hoogopgeleid en jong, dan is er grote kans dat jouw vrienden dit soort berichten online plaatsen. Sterker nog, er is grote kans dat je zelf ook weleens een paar maanden op een verre reis bent geweest. Want het wordt steeds normaler: voor langere tijd rondtrekken op een verre bestemming.

„Reizen wordt steeds meer gezien als iets wat je vormt en ‘noodzakelijk’ is voor je sociale ontwikkeling”, zegt Twan Schoenmakers, commercieel manager bij jongerenreisbureau Kilroy. „Een vreemd land, nieuwe vrienden maken, een andere taal leren. Het draagt allemaal bij aan je capaciteiten om je thuis beter te kunnen redden.”

Bovendien ‘besmetten’ jongeren elkaar via sociale media met het reisvirus. Schoenmakers: „Was het vroeger leuk om op een feestje te vertellen over je surfkamp in Frankrijk, tegenwoordig is er veel vraag naar surfkampen in Bali, Costa Rica en Australië.”

Maar niet iedereen houdt van reizen. Er zijn ook hoogopgeleide jongeren die niet de behoefte voelen om met een backpack op een bus te wachten in de rimboe, die niet willen snorkelen rond het Great Barrier Reef en die niet in een hutje op de Afrikaanse savanne willen slapen. En die steeds moeten uitleggen waarom ze dan geen zin hebben om andere culturen te ontdekken. Esther Ladiges en Mike Louwman vertellen op deze pagina’s over hun gebrek aan reislust.

Ik heb geen zin in hitte of diarree

Naam: Esther LadigesLeeftijd: 28Woonplaats: AmsterdamOpleiding: Afgestudeerd geschiedenismaster in DuitslandstudiesBaan: Horeca en solliciterenFavoriete vakantie: Een weekje Zuid-Europa met lekker eten en drinken. En stedentrips.

„Ik ben nooit lang buiten Europa geweest. En daar heb ik ook totaal geen behoefte aan. Vooral het idee om in mijn eentje weg te gaan vind ik doodeng. Sommige mensen hebben het ervoor over dat de eerste twee weken eenzaam zijn en dat het daarna superleuk wordt. Maar ik denk dan: misschien wordt het helemaal niet leuk.

„Ik had vroeger al heimwee. Zelfs als ik een nachtje bij mijn opa en oma ging slapen. Echt tot misselijk aan toe. En die wonen hier vlakbij in Amstelveen, kun je nagaan.

„Ik ben erg gehecht aan Amsterdam, aan hoe het hier is. Ik ben hier geboren en heb hier gestudeerd. Studeren in Utrecht heb ik nog wel overwogen. Hoewel, ik ben niet eens naar de introductiedag geweest. Ik kom niet zo vaak buiten Amsterdam.

„Niet-westerse landen trekken me totaal niet – die chaos en dat smerige. Het idee om maandenlang in een omgeving te zijn die niet vertrouwd is, vind ik… beangstigend? In ieder geval niet prettig. Ik stel het me voor als één groot kippenhok.

„Ik heb ook helemaal geen zin in ontberingen. Afgelopen zomer heb ik twee weken gefietst in Spanje, dat was heus geen luxe vakantie. Maar een overvolle treinreis in India? Of diarree? Of het Midden-Oosten waar het héél warm is? Dat zie ik niet zitten.

„Op vakantie gaan vind ik wel leuk. Ik ga meestal een week, of tien dagen. Als kind gingen we vaak in Nederland op vakantie. Mijn broertje en ik waren allebei wagenziek, dus we konden nooit ver rijden. Ik ben ook altijd bang dat ik het vliegtuig mis – ik wil zeker twee uur van tevoren op het vliegveld zijn.

„Die stress typeert mij. Als ik een backpackersvakantie gepland zou hebben, zou ik er enorm tegenopzien. Wat als andere backpackers veel jonger zijn dan ik? En kom ik überhaupt wel mensen tegen?

„Bijna al mijn vrienden hebben weleens een paar maanden gereisd. Ik hoor hun verhalen wel graag. Maar niet als ze heel blasé doen, alsof voedselvergiftiging leuk was. Ik vind het fijn als mensen toegeven dat het kut is als je tentenkamp overhoop wordt gelopen door een kudde olifanten.

„Ik moet héél vaak uitleggen dat ik niet van reizen hou. ‘Joh, nu ben je net afgestudeerd, nu heb je tijd.’ Mensen denken dat ik over te halen ben. Als ik botweg zeg dat ik het niet leuk vind is de kous meestal wel af. Wat een rare snuiter, hoor je ze dan denken. Dat vind ik wel irritant, als mensen denken dat ik raar, naïef, jong of wereldvreemd ben. Alsof je moet reizen, net zoals je naar school moet. Alsof het bij je ontwikkeling hoort.

„Ik hoop niet dat ik xenofoob overkom. Ik ben niet bang voor culturele verschillen. Ik vind het juist fijn dat in Amsterdam zoveel verschillende mensen wonen.

„Ik denk niet dat ik later spijt krijg – zo definitief is het allemaal niet. Als ik over veertig jaar nog wil reizen ga ik dan toch?”

Ik zou me maar een indringer voelen

Naam: Mike LouwmanLeeftijd: 24Woonplaats: UtrechtOpleiding: Master Nederlands Favoriete vakantie: Tien dagen in een bruisende Zuid-Europese stad, met veel cultuur en het strand in de buurt.

„Op een avond zat ik met mijn huisgenoten aan tafel en kwam het gesprek op reizen. We gingen het rijtje af en zij herkenden elkaars verhalen, over Bali bijvoorbeeld. Ze waren op dezelfde plekken geweest, hadden dezelfde foto’s gemaakt. Toen kwam ik aan de beurt. Ik ben nog nooit buiten Europa geweest. Er viel een stilte, er werd gefronst. En het gesprek bloedde dood.

„Dat ik wel in Italië, Portugal of Spanje ben geweest, dat interesseert niemand. Het is alsof dat niet telt. Het is een competitie wie het verst en het langst geweest is. En dat terwijl ik op vakantie dichter bij huis ook veel nieuws meemaak. Ik ben een paar jaar geleden bijvoorbeeld gaan fietsen in de Ardennen, dat was zó mooi. Dat had ik niet willen missen.

„Waarom ik niet verder weg wil? De stap naar een totaal andere cultuur is voor mij te groot. Ik zou moeilijk mijn draai kunnen vinden. Ik zou me een indringer voelen door vanaf de zijlijn naar een andere cultuur te kijken.

„Op de middelbare school ben ik op een uitwisseling naar Polen geweest. Ik zag hoe moeilijk die mensen het hadden en voelde me schuldig dat ik het zo goed had. Ik probeerde daarvoor te compenseren door me heel nederig op te stellen, maar dat werd heel ongemakkelijk. Van nature heb ik wel snel het idee dat ik te veel ben, dat ik iemand stoor of in de weg loop.

„Ik zou alleen naar een hele andere cultuur willen als ik een doel zou hebben. Nederlandse les geven bijvoorbeeld. Maar ik zou wel iets blijvends willen doen. Niet ergens een half jaar helpen en dan weer terug naar mijn veilige, rijke land en hopen dat die mensen het verder zelf redden.

„Ik vond het in Polen ook moeilijk om hun gebruiken te interpreteren. Om mee te gaan in hun gewoontes moet je een deel van je eigen identiteit loslaten, je wringt je in een andere houding. Dat vind ik totaal niet ontspannen, het is niet iets wat ik op vakantie wil doen.

„Het is een groot misverstand dat mensen die niet van reizen houden niet geïnteresseerd zijn in andere culturen. Ik ben juist heel nieuwsgierig. Maar meer naar verhalen, achtergronden en geschiedenis. En minder naar de praktijk, naar jezelf inpassen in zo’n cultuur.

„Als ik twee weken op vakantie ben, heb ik de laatste paar dagen echt behoefte om terug te gaan. Dan mis ik de mensen om me heen en de dingen die ik thuis doe. Ik ben niet bang om mijn grenzen te verleggen, maar ik wil ergens op kunnen terugvallen. Een ritme, vaste activiteiten, houvast. Die behoefte komt misschien wel voort uit de omgeving waarin ik ben opgegroeid: veilige dorpen in Brabant, waar iedereen op je let en zich om je bekommert.

„De vanzelfsprekendheid van reizen staat me ook tegen. Het is zo normaal geworden om naar Australië te gaan, een must bijna, een onderdeel om af te strepen. Vroeger kon je je onderscheiden met zo’n verre reis, nu kan ik me onderscheiden door niet te reizen. Ik vind het daarom fijn om ervoor uit te komen dat ik niet reis. Dat heeft iets eigens.”

    • Maite Vermeulen