De boeiende spreker is niet langer verdacht

Nederlanders wantrouwen van oudsher een goede speech. Maar dat is aan het veranderen. Het inspirerende is hot, zegt Jaap de Jong.

Nederlanders zijn niet vermaard om hun welsprekendheid. Voorbeelden van memorabele toespraken en geestige speeches? Eh… als Obama, Blair en Churchill niet mee mogen tellen, vallen veel landgenoten stil.

Waar valt die retorische kaalslag door te verklaren? Het heeft met onze poldermentaliteit te maken (‘gebruik maar niet te grote woorden, want je moet straks toch weer met iedereen samenwerken’). En ongetwijfeld met de leegloop van de kerken, de vrijplaatsen voor kanselwelsprekendheid. Of is die vlakke spreekcultuur, zoals journalist Henk Hofland ooit zei, te wijten aan de afwezigheid van grote balkons in ons land?

In het academisch onderwijs in de negentiende eeuw heeft de retorica, de theorie en de kunst van het overtuigend spreken, het af moeten leggen tegen de taalkunde. De taalkunde was echte wetenschap geworden, de retorica was op het niveau van vaardigheid blijven steken. Alleen in gymnasia en katholieke internaten is tot de jaren zestig de retorische vorming in tact gebleven.

In de jaren zeventig tot negentig werden op scholen het kringgesprek en de democratische discussie hoger gewaardeerd dan de spreekbeurt. In een toespraak verhef je je immers boven de groep, terwijl we toch allemaal gelijk zijn... ‘Deze verbalistische traditie [bedoeld werd: retorica] is een van de schadelijkste denkwijzen die een student ooit kan leren’, aldus de invloedrijke didacticus Ten Brinke in 1976. Vervolgens werd in de jaren negentig het debatteren populair. Programma’s als het Lagerhuis hebben zeker bijgedragen aan de toename van debatclubs en -wedstrijden.

Pas de laatste jaren lijkt er een opleving in de belangstelling voor toespraken. De meeslepende speeches van Barack Obama zijn hier ongetwijfeld debet aan. Niet elke debatbijdrage van hem is een hoogtepunt, maar zijn toespraken brengen harten op hol en pennen in beweging. Het werk van speechschrijvers en de werking van politieke welsprekendheid staat meer dan ooit in de belangstelling.

Jaloersmakend is ook het Amerikaanse spreekonderwijs waarin Obama’s talent blijkbaar goed kon gedijen. Van jongs af aan leren Amerikaanse kinderen zich vrijmoedig uit te drukken. Ze oefenen op alle onderwijsniveaus hun praktische welsprekendheid en maken kennis met de historische politieke toespraken van hun land. In canonverliefd Nederland bestaat er niet eens een boek dat geheel gewijd is aan louter Nederlandse toespraken. Nog steeds hebben hier veel leerlingen en studenten lacunes in hun retorische scholing – tot aan de letteren- en rechtenfaculteiten toe.

Toch broeit er iets in Nederland. Voor het goede woord op de goede plaats groeit waardering. De leer van het overtuigend spreken en de kunst van het vlammend betogen krijgen meer aandacht. Prominente politici en bestuurders, ondernemers van grote bedrijven en directeuren van allerlei instellingen schakelen professionele speechschrijvers in. Bij lezingen en debatten, in kranten en tijdschriften, op radio en tv worden retorische analyses gepresenteerd. Er ontstaan toespraaktoernooien en welsprekendheidswedstrijden.

De stijgende populariteit van het inspirerende betoog is ook te zien aan de enorme belangstelling voor TED Talks. Aan streng geselecteerde sprekers op TED-conferenties wordt gevraagd de ‘toespraak van hun leven’ te geven, in maximaal 18 minuten. Die toespraken worden gefilmd en op YouTube gepubliceerd. En nogal wat hebben terecht een groot publiek gekregen, zoals die van Joshua Foer, Steve Jobs, Jamie Oliver, en ook wel van Nederlanders. Mijn studenten en collega’s bij de Leidse geesteswetenschappen zijn verslaafd geraakt aan die inspirerende filmpjes.

Voorbeelden van memorabele speeches en boeiende sprekers? Na enige aarzeling komen ze dan toch los. Rutte heeft in 2010 niet voor niets die Socratesdebatprijs gekregen: die kan wel wat. En ook Samsom viel deze zomer ineens op als een scherp en vlot spreker. Pechtold is sterk in het debat en vaak geestig. Wilders niet te vergeten: beeldend en zelden verlegen om een prikkelende oneliner. En Marijnissen en Halsema waren vaak heel goed aan te horen. En vroeger had je natuurlijk toch wel Den Uyl, Wiegel, Van Mierlo, Bolkestein... Politici werken tegenwoordig met hun speechschrijver hard aan hun belangrijke verhalen. Luister deze week maar naar de debatten na de regeringsverklaring.

Buiten de politiek zien we wetenschappers als Robbert Dijkgraaf en Frits van Oostrom nieuwe inzichten aanstekelijk populariseren. Op geheel eigen nonchalante wijze is Maarten van Rossem welsprekend. En soms worden we zomaar getrakteerd op een rake afscheidstoespraak op de zaak. Op een ontroerende diplomaspeech die misschien het niveau van de graduation speech van Steve Jobs niet haalt, maar toch de aanwezigen bijblijft. En de ongepolijste reactie van Nasrdin Dchar op zijn Gouden Kalf staat velen nog bij: „‘Ik ben Nederlander, ik ben trots op mijn Marokkaanse bloed, ik ben een moslim, en ik heb een fokking Gouden Kalf in mijn hand.”

Misschien wordt Nederland toch nog een land van speechers.

Jaap de Jong is hoogleraar journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit Leiden en geeft retoricatrainingen. Vorige week verscheen zijn boekje ‘Spreken als Max Havelaar. Hoe houd je een vlammende toespraak?’