Brieven & Tweets

Dit is de brievenpagina van NRC Handelsblad. U bent van harte uitgenodigd om bij te dragen aan deze pagina. Stuur een brief naar opinie@nrc.nl, of richt een tweet aan @nrc_opinie.

Meten met twee maten bij die antistollingsmiddelen

De minister van Volksgezondheid vergoedt per 1 december 2012 twee nieuwe antistollingsmiddelen voor de indicatie boezemfibrilleren, omdat ze een „goede toevoeging aan het behandelarsenaal vormen”. Dit besluit is gebaseerd op adviezen van het College van Zorgverzekeringen, de Gezondheidsraad en de Orde van Medisch Specialisten, die met spoed een leidraad opstelde over een veilige introductie. Voor zo’n 200.000 Nederlandse patiënten met boezemfibrilleren komen de nieuwe middelen binnen bereik – na zorgvuldige weging van voor- en nadelen door de behandelend arts.

Tot onze grote verbazing blijkt de vergoeding evenwel niet te gelden voor 55.000 patiënten die langdurig antistollingsmiddelen moeten gebruiken om veneuze trombose – een stolsel in de aderen – of longembolie te behandelen. Het is volstrekt niet duidelijk waarom deze patiënten geen aanspraak kunnen maken op de nieuwe middelen. Net als bij boezemfibrilleren zijn deze ten minste even effectief in de behandeling van veneuze trombose, en is het risico op hersenbloedingen gehalveerd ten opzichte van de bestaande antistollingsmiddelen. Dit alles is gebaseerd op groot en zorgvuldig uitgevoerd vergelijkend klinisch onderzoek. Daarbij komt het gebruikersgemak. Regelmatige controle door de trombosedienst wordt overbodig.

Blijkbaar hebben patiënten met risico op stolselvorming in slagaderen naar de hersenen meer rechten dan patiënten die dezelfde middelen nodig hebben om een stolsel in de aderen of de longen te behandelen. We hopen dat dit onrecht snel wordt rechtgetrokken.

Prof. dr. Saskia Middeldorp

Prof. dr. Harry R. Büller

Internisten op de afdeling vasculaire geneeskunde van het Academisch Medisch Centrum, Amsterdam

Ook veel vijftigers hebben nog jonge kinderen

In het artikel ‘Dertigers raken in de verdrukking’ (NRC Handelsblad, 14 november) kom ik een gedachtengang tegen waarvan ik me afvraag of hij juist is. In de derde alinea staat, over vijftigers: „Hun kinderen zijn het huis uit.”

Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek is de gemiddelde leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen 29,4 jaar. Voor mannen is dit 32,4 jaar.

Als het eerste kind van een gemiddeld ouderpaar twintig is, zijn zijn ouders net in de vijftig. Soms komen er daarna meer kinderen. Statistisch moeten er heel wat mensen rondlopen die de vijftig voorbij zijn, maar nog betrekkelijk jonge kinderen hebben. Ook zijn kinderen die het huis uit zijn nog niet per definitie financieel onafhankelijk.

Dat dertigers in de verdrukking raken vind ik – los hiervan – overigens wel overtuigend gebracht.

Elfriede Kooi

Appingedam

We mochten niet zien hoe onze vorstin had geleefd

Reinildis van Ditzhuyzen bezocht het leegstaande kasteel Biljoen bij Velp en stuitte op een „monsterlijk” mooie grijzige Gammakeuken, die de laatste bewoners van het kasteel voor hun comfort hadden laten aanbrengen dicht bij hun woonvertrek (NRC Handelsblad, 14 november).

Nu pleit Van Ditzhuyzen ervoor om bij de aanstaande restauratie van het kasteel de Gammakeuken te behouden, als deel van de bewoonsgeschiedenis van het kasteel, en gelijk heeft ze. Al te vaak is bij een restauratie van monumenten het leven eruit gehaald.

Een mooi voorbeeld van wat niet gewenst is, deed zich voor bij de voorgenomen restauratie van Paleis Het Loo, in Apeldoorn. Het paleis was voorzien van een armoedig, met zachtboard betimmerd zaaltje met enkele vervallen crapauds, waar Wilhelmina en haar secondant Thijs Booij films bekeken. Uiteraard moest dit smoezelige zaaltje verdwijnen. We mochten niet kennisnemen van de eenvoud waarin de gevierde vorstin had geleefd.

Vanuit de Rijksdienst voor de Monumentenzorg heeft mijn leermeester Coen Temminck Groll (de latere hoogleraar restauratie aan de Technische Universiteit Delft) menige poging in het werk gesteld om de restauratiecommissie te overtuigen van de wenselijkheid om dat zaaltje te behouden, maar neen. Alles moest keurig worden. Succes was dan immers verzekerd!

Richt een actiegroep op: voor behoud van de Gammakeuken, het tegelboard, het hardboardplafond en wat allemaal nog meer dreigt te verdwijnen. Onze kindskinderen moeten straks toch nog iets van onze tijd kunnen begrijpen?

Paulus van Vliet

Architect te Utrecht

Wij geven geen prioriteit aan die Gammakeuken

Reinildis van Ditzhuyzen bepleit het behoud van een Gammakeuken in kasteel Biljoen. Geldersch Landschap en Geldersche Kasteelen onderschrijft het belang van bewoningsgeschiedenis.

Kasteel Biljoen is een uitzonderlijk monument vanwege de stuczaal, de wandtapijten en de wijze waarop architect Eberson in de negentiende eeuw diverse monumentonderdelen heeft verbonden. We conserveren het huis als een museumstuk, maar het wordt geen museum, omdat de laatste bewoner bij testament bewoning voorschreef.

De monumentale waarden van Biljoen zijn vastgelegd in een zogenoemd ruimteboek, opdat een toekomstige bewoner weet wat kan en mag. Hierin geven we geen prioriteit aan de bescherming van de Gammakeuken. De verborgen marmeren schouw en lambrisering naar ontwerp van architect Eberson zouden aan het daglicht kunnen komen als een toekomstige bewoner een ander gebruik van deze ruimte wenst.

We documenteren eventuele – reversibele – wijzigingen in het huis. De oproep van Van Ditzhuyzen willen we ombuigen naar een verzoek om in contact te komen met een erfgoedorganisatie met ‘keukenspecialisme’, waar de keuken geconserveerd kan worden.

Jeanine Perryck

Geldersch Landschap / Geldersche Kasteelen

Prins Bernhard wilde al eerder NSB’ers doden

Het was niets bijzonders dat prins Bernhard in 1944 tweehonderd SS’ers wilde doodschieten zonder enig proces, zoals blijkt uit het dagboek van kolonel Doorman (NRC Handelsblad, 15 november). In mijn boek In niemandsland, dat uitkwam op 27 september 2012, verwijs ik naar een voorval waarbij prins Bernhard al in 1940 een aantal NSB’ers wilde doodschieten zonder vorm van proces. Het dagboek van Doorman is dus een bevestiging van bekende opvattingen van de prins.

In H.R.H. Prince Bernhard of the Netherlands: An authorized biography van Alden Hatch staat dat prins Bernhard in mei 1940, na de Duitse inval in Nederland, volgens zijn lezing een vrachtwagen vol opgepakte en geïnterneerde NSB’ers tegenkwam, onder wie mr. M.M. Rost van Tonningen. Deze mensen wilde hij allemaal de kogel geven. „Laten we ze hier onmiddellijk neerknallen!” De adjudant van Prins Bernhard, kolonel Phaff, weerhield hem hiervan.

Vervolgens stelt Prins Bernhard dat hij zich heeft laten overreden, „maar ik heb het later altijd betreurd”. Het is opvallend dat dit door niemand is opgemerkt.

Ik heb als saillant detail in mijn boek naar voren gebracht dat mr. M.M. Rost van Tonningen in 1945 de dood in werd gedreven (werd gezelfmoord) door de Binnenlandse Strijdkrachten, waarvan Prins Bernhard de commandant was. Voor deze en andere praktijken vlak na de oorlog met de dood van mensen tot gevolg, waarvoor Prins Bernhard verantwoordelijkheid droeg, zijn de daders nooit juridisch aangesproken.

Ebbe Rost van Tonningen

Auteur van In niemandsland

We zeiden wel vaker: ‘al die SS’ers tegen de muur’

De berichtgeving over de opdracht van prins Bernhard aan overste De Ruyter van Steveninck, commandant van de Irene Brigade, tot massa-executie van tweehonderd Nederlandse SS’ers verdient enige aanvulling en correctie.

Omstreeks Dolle Dinsdag, op 5 september 1944, was ik in Eindhoven bezig met voorbereidingen om van het toen nog illegale blad Het Parool een eerste bevrijdingseditie te maken. Samen met mijn vriend Nico van de Sande Bakhuyzen voerde ik na 17 september de directie over het weekblad Het Parool, met later in de redactie Hilda Verwey-Jonker en Jaap van Praag.

Gedurende de bevrijding van het zuiden van ons land werden wij dagelijks geconfronteerd met gruwelverhalen uit concentratiekampen, bijvoorbeeld over baby’s die door SS-bewakers aan hun benen werden opgepakt en met hun hoofd werden doodgeslagen tegen een muur. Hierdoor was er een algemene tendens om te roepen: ‘Tegen de muur met die rotzakken.’ Het verbaast mij niets dat de prins dit ooit gezegd zal hebben.

Ook in gesprekken met Engelse en Canadese militairen in die periode heb ik meermaals gehoord dat zij in de frontlinie bij een bewegingsoorlog helemaal niet zo zachtzinnig omgingen met krijgsgevangenen. We just took them around the corner, was bijna steeds hun commentaar. Ze waren vaak volledig getraumatiseerd door hun eigen ervaringen bij het bevrijden van concentratiekampen.

De vondst van het dagboek van kolonel Doorman is natuurlijk uniek, maar voor gebruik in rechte is het hearsay.

Dr. Benjamin Jan Kam

Gepensioneerd huisarts te Zwolle