Blowende toerist welkom in de Randstad

De felbekritiseerde wietpas is van tafel. Het nieuwe softdrugsbeleid wordt er bepaald niet duidelijker op.

Het Nederlandse softdrugsbeleid had de reputatie onnavolgbaar te zijn en dat blijft voorlopig zo. Een half jaar na invoering verdwijnt de wietpas per direct. Daarvoor in de plaats komt een ‘ingezetenencriterium’ dat bepaalt dat alleen inwoners van Nederland wiet mogen kopen in coffeeshops. Dat blijkt uit de wietpasevaluatie en uitwerking van de coffeeshopparagraaf uit het regeerakkoord die minister Ivo Opstelten (VVD) van Veiligheid en Justitie gisteravond presenteerde.

Het Nederlandse gedoogbeleid houdt in dat coffeeshops wel cannabis mogen verkopen, maar dat de teelt en inkoop illegaal is. Dat gedoogbeleid krijgt nu een nieuwe dimensie omdat Opstelten gemeenten ruim baan geeft het ingezetenencriterium dat per 1 januari 2013 landelijk van kracht wordt, niet toe te passen. Gemeenten mogen beargumenteerd afwijken van de invoerdatum. „Lokaal inkleuren” van beleid en lokale „fasering” noemt de minister dat.

Het ‘nieuwe’ beleid zal in veel plaatsen het voortbestaan van de status quo betekenen: blowende toeristen blijven welkom. Steden als Amsterdam en Utrecht gaven al aan geen enkele reden te zien om toeristen te weren uit hun coffeeshops.

Moeten die gemeenten over vijf jaar wel toeristen weren? Of over tien jaar? „Er is geen fatale datum”, gaf de minister toe. Opstelten wil „lokale afwegingen zien” die worden gemaakt in de ‘driehoek’ van politie, justitie en burgemeester. Het lijkt op een nieuwe vorm van gedogen: die van toeristen in coffeeshops.

De wietpas werd op 1 mei ingevoerd in Limburg, Noord-Brabant en Zeeland. Coffeeshops werden besloten clubs met leden die zich moesten registreren. De wietpas zou per 1 januari landelijk worden ingevoerd maar er was fel protest, mede vanwege de toename van straatdealers.

En hoewel de minister ruim een half jaar na de invoering terugkomt van zijn beleid, weigerde hij te spreken van een fout. Integendeel, het weren van buitenlanders in de grensstreek was „zo’n succes” dat het plan van de besloten clubs en de wietpas nu al van tafel kon.

Impliciet gaf Opstelten in zijn brief aan de Tweede Kamer de mislukking toe. Het idee van een besloten club zorgde ervoor dat er minder drugstoeristen kwamen, maar tegelijkertijd bleven ook Nederlandse blowers weg uit de coffeeshop. Die waren bang om zich te laten registreren. Het gevolg was dat er in het zuiden van het land „een toename van het illegale circuit in straathandel, drugspanden en ‘wiettaxi’s’ was.

Volgens Opstelten is die registratievrees nu weggenomen en kan iedereen weer terug naar de coffeeshop. Of dat gebeurt is de vraag. Blowers in het zuiden kennen nu de weg in het illegale circuit. En in het nieuwe beleid moeten zij zich bij coffeeshops legitimeren met een identiteitsbewijs en een GBA-uittreksel van de gemeente. Volgens critici wordt de registratieplicht niet afgeschaft, maar slechts verplaatst naar de gemeente.

Ook creëert de minister een nieuw probleem. In de toekomst wordt wiet met meer dan 15 procent van de werkzame stof THC gekwalificeerd als harddrugs. Hoe coffeeshops die grens moeten bewaken is onduidelijk.