Bestuur van Delft handelde slordig

Het Delftse stadsbestuur en burgemeester Bas Verkerk (VVD) hebben op verschillende momenten „onvoldoende” onafhankelijk en zorgvuldig gehandeld in de zogenoemde gondelaffaire. Dat blijkt uit een gisteravond gepresenteerd onderzoek naar de acht jaar durende kwestie die draait om vermeende corruptie, belangenverstrengeling en het lekken van vertrouwelijke informatie over de benoemingsprocedure rond de nieuwe burgemeester.

Het onderzoek is uitgevoerd door Berenschot in opdracht van commissaris van de koningin Jan Franssen. Volgens Franssen en Verkerk zelf staat de integriteit van de burgemeester niet ter discussie.

De affaire draait om opnamen die een pizzeriahouder maakte in 2004. De toenmalige wethouder Christiaan Baljé (VVD) is daarop te horen terwijl hij belt met Verkerk, die dan nog wethouder is in Den Haag, en met een bevriende ondernemer, Willem Zegwaard. Met Verkerk spreekt hij over diens kansen om burgemeester te worden. Met Zegwaard gaat het over de verkoop van grond. Baljé lijkt daarbij Zegwaard en zichzelf te bevoordelen.

De opnamen kwamen in 2005 in handen van raadslid Martin Stoelinga. Die beschuldigde Baljé van corruptie. De juridische strijd tussen Stoelinga en Baljé die daarop volgde, werd bekostigd door de gemeente. Dat had niet gemogen, vindt Berenschot. Bovendien had Verkerk een extern onderzoek moeten laten doen. „We hebben steken laten vallen, ik ook. Daar wil ik mijn excuses voor aanbieden”, zei Verkerk gisteren.