Aanklacht blasfemie tegen gehandicapt Pakistaans meisje verworpen

Door de beschulidigingen aan het adres van het meisje waren veel christelijke families op de vlucht geslagen. Foto AP / B.K. Bangash Door de beschulidigingen aan het adres van het meisje waren veel christelijke families op de vlucht geslagen. Foto AP / B.K. Bangash

Een rechtbank in Pakistan heeft de aanklacht van godslastering verworpen tegen een gehandicapte Pakistaanse meisje, meldt AFP. Het veertienjarige christelijke meisje werd er door een imam van beschuldigd dat ze bladzijden uit een koran had verbrand.

In theorie had het meisje onder de huidige Pakistaanse blasfemiewetten geëxecuteerd kunnen worden. Paul Bhatti, het enige christelijke lid van de Pakistaanse regering, bevestigde de berichten dat de zaak tegen Masih was verworpen.

“Ik ben blij met dit besluit. Dit verbetert het imago van Pakistan binnen de internationale gemeenschap en het laat zien dat er gerechtigheid bestaat.”

Rimsha Masih werd deze zomer gearresteerd nadat de imam, een buurman van de familie, haar beschuldigde van de verbranding van koranpagina’s. Ze werd naar een zwaarbewaakte gevangenis gebracht. Haar familie werd bedreigd en moest onderduiken. In september kwam ze op borgtocht vrij nadat bleek dat haar buurman mogelijk zelf de pagina’s uit het heilige boek tussen de papieren zou hebben gestopt die het meisje had verbrand.

Een officieel medisch rapport omschreef Masih bovendien als ongeschoold en is geestelijk gezien jonger dan veertien jaar. Ze zou bovendien het syndroom van Down hebben. Masih en haar familie zitten nog steeds op een onbekende plaats ondergedoken. De imam wordt nu zelf vervolgd voor het doen van valse beschuldigingen.