Aan pedofilie-angst is niet te ontkomen

Onlangs arriveerde ik te laat op de crèche van onze dochter. Ik werd haastig voorgesteld aan de nieuwe stagiair: een jonge, beminnelijk uitziende man, die op de groep van mijn dochter had meegedraaid. Ik keek hem vriendelijk aan, maar dat was een beschaafde pose: ik dacht onmiddellijk aan Robert M..

Zelden heb ik zo duidelijk de invloed van de media op beeldvorming aan den lijve ondervonden. Want er was een tijd – pré Robert M. – dat ik diversiteit in elke beroepsgroep propageerde. Zijn mijn recente vooroordelen een product van de media, of hebben de media juist verscherpt een probleem naar voren gebracht, en is extra waakzaamheid jegens mannen die op een crèche werken op zijn plaats? Het aantal mannen dat werkt op crèches met nul tot 4-jarigen is slechts 1 procent in Nederland en dat aantal groeit niet na de affaire. Sommige crèches vermelden zelfs nadrukkelijk een manvrije omgeving te zijn.

Afgelopen zondag was in de korte fictiefilm Man in de crèche (HUMAN), onderdeel van een serie ‘duivelse dilemma’s’, precies dezelfde situatie te zien. Een jonge vrouw brengt haar dochter naar een nieuwe crèche en treft een man als crècheleider. Ze krijgt een inlogcode waarmee ze kan kijken vanaf haar werk. Twee mannen op haar werk zijn verbijsterd: heeft zij haar kind bij een man achtergelaten?

Dat je er als individu moeilijk uitkomt, is misschien niet zo raar. De Britse historica Joanna Bourke deelt in A Cultural History of Fear (2005) de geschiedenis op in collectieve angsttijdperken. De angst voor ‘seksuele vervuiling’ is een steeds terugkerende maatschappelijke angst. De pedofilie-angst was ook al een ware angsthype in de jaren zeventig in Engeland. Met tal van voorbeelden (‘Know Your Nanny’-bewakingssystemen – cameraatjes die je stiekem kon installeren als ouder) laat Bourke zien hoe het onschuldige kind symbool werd van de morele paniek in de maatschappij.

Zitten we daar nu weer in? Het lijkt erop. De pedofilie-angst wordt gevoed door media en cultuur. Van de thrillers van Nicci French (Frieda Klein) tot The Killing 3 en de aankomende nieuwe Scandinavische detectiveserie Dicte – het wemelt van kinderen die seksueel gevaar lopen in handen van vreemde mannen.

Joanna Bourke stelt dat als we er niet in slagen de angst te objectiveren, te bezweren en te beheersen, we proberen een groep en een leider aan te wijzen als zondebok. Zo werd na de aanslagen op de WTC-torens in 2001 de terrorist vereenzelvigd met een religie (islam), een (media)figuur (de Arabier), een groep (Al-Qaeda) en een leider (Osama bin Laden). Dat is ook zo met mannen op crèches: het kwaad is pedofilie, de figuur is de pedofiel en hun leider heet Robert M..

Bourke meent dat het uiteindelijk voorbij waait, dan neemt een nieuwe angst ons weer in de greep (tenzij een nieuwe zedenzaak ons opschrikt). Dat klinkt mij wat te passief in de oren. Je zou ook aan alternatieve beeldvorming kunnen denken, en die zie je nu voorzichtig ook opduiken, denk bijvoorbeeld aan de film Jagten, over een valselijk beschuldigde mannelijke kleuterleider. Mooi, al denk ik dat ouders wier kind het slachtoffer is van Robert M. niet per se op deze film zitten te wachten.

Mijn duivelse dilemma is dit: de filosoof, de pedagoog en de feminist in mij sporen mij aan tot redelijkheid – graag meer mannen op de crèche –, maar de emotionele moeder in mij reageert instinctief. En zij wint het op alle fronten.