'Zie een concert niet als een testament'

Pianist Ronald Brautigam speelde gisteren Brahms’ Eerste Pianoconcert.

„Het klinkt vreemd, maar ik heb Johannes Brahms lange tijd beschouwd als een goede B-componist. Als student kreeg ik weinig toegang tot zijn muziek. Wat mij tegenstond waren die zware uitvoeringen. Die vette orkesten, die dikke klank deden mij altijd aan braadworst en bierpullen denken.

„Zo’n vijf jaar geleden ontdekte ik echter dat je zijn muziek ook als kamermuziek kunt zien. Ik ben op zoek gegaan naar het ‘skelet’ van zijn muziek, door het overtollige vlees eraf te halen.”

Gisteren speelde Ronald Brautigam in het Concertgebouw het Eerste Pianoconcert van Brahms met de Radio Kamer Filharmonie onder leiding van Philippe Herreweghe. Een jaar geleden voerde hij met hetzelfde orkest al het Tweede Pianoconcert uit.

„Philippe Herreweghe was de aangewezen dirigent voor mijn lichte benadering. Hij denkt er net zo over als ik. We hebben een veel minder massieve Brahms neergezet dan gewoonlijk gebeurt. Met vloeiende tempi en een lichte orkestklank.

„Op de Steinway heb ik geprobeerd over te brengen wat ik heb geleerd van oude piano’s. Ik heb beide concerten ooit op een Érard gespeeld, begeleid door historische instrumenten. Dat vereist een andere manier van spelen. Niet diep in de toets, maar juist uit de toets, waardoor het energieker wordt. Hoe lichter je speelt, hoe krachtiger het wordt. Dat is de paradox.

„Toch heeft het Eerste Pianoconcert van Brahms ook een heel dramatische kant. In de demonische orkestrale inleiding van het eerste deel bijvoorbeeld. Dat drama mag nooit verloren gaan, hoe licht je Brahms ook speelt! Je kunt met elke benadering ook weer te ver doorschieten. Een concert blijft dus altijd een momentopname. Je moet het nooit zien als een testament.”

Bas van Bommel

    • Bas van Bommel