Wouters bewijst alsnog vakmanschap

Het heeft even geduurd, maar Jan Wouters (52) bewijst dit seizoen bij FC Utrecht dat hij een goede trainer is. Typisch geval van een laatbloeier.

De dug-out van FC Utrecht, gisteren in de Galgenwaard tegen FC Twente. Uiterst rechts hoofdtrainer Jan Wouters. Foto’s Eric Brinkhorst

Het karakteristieke loopje is nooit veranderd. Jan Wouters (52) wandelt met zijn gekromde benen van de kleedkamer naar het perszaaltje van Stadion Galgenwaard en neemt onbeschroomd plaats achter de microfoon. De coach van FC Utrecht schudt zijn collega Steve McClaren na het 1-1 gelijkspel tegen FC Twente de hand, neemt een slok koffie en analyseert in een paar zinnen de wedstrijd. „Ik denk dat het publiek een leuke wedstrijd heeft gezien. We kunnen tevreden zijn”, concludeert Wouters op zachte toon.

Wouters wekt als hoofdtrainer van FC Utrecht geen bevreemding meer. In een tijdsbestek van dertien maanden heeft de oud-international iedereen bij de volksclub ervan weten te overtuigen dat hij de juiste man is om de vertrokken Erwin Koeman op te volgen. Wouters laat op rustige en bekeken wijze zien dat hij een elftal naar zijn hand kan zetten en spelers beter kan maken. Maar dat hij met FC Utrecht na dertien speelronden op de zesde plaats zou staan, verbaast hem zelf ook. „Het gaat beter dan verwacht. Nu is het zaak om uit te bouwen.”

Een man van schitterende volzinnen zal Wouters nooit worden. Toch bewijst de geboren Utrechter dagelijks dat hij wel degelijk het gezicht van de club kan zijn. Algemeen directeur Wilco van Schaik geniet ervan hoe Wouters zich manifesteert. „We zijn heel tevreden”, stelt hij. „Wouters laat echt zien wat hij in zijn mars heeft. Nu net na het duel met FC Twente drinken we samen een drankje en is hij alweer bezig met de volgende wedstrijd. Het plezier straalt van hem af. Terwijl toch veel mensen dachten: kan hij het wel?”

Niet in het minst was het Wouters zelf die in het verleden meer dan eens in twijfel trok of hij wel geschikt was als hoofdtrainer. Op het trainingscomplex Zoudenbalch liet hij in de voorbereiding op de thuiswedstrijd met FC Twente zijn gedachten teruggaan naar december 1998. Veel eerder dan gepland werd Wouters hoofdtrainer van Ajax. In maart 2000 nam hij gedesillusioneerd afscheid van de Amsterdamse club. „Ik was er toen gewoon nog niet aan toe”, zegt hij. „Sommigen kunnen snel de overstap naar het trainersvak maken. Maar dat gold niet voor mij.”

De zeventigvoudig international heeft echter geen spijt van zijn periode bij Ajax. „Ik zou een jaar of vier assistent blijven van Morten Olsen, maar toen die onverwacht wegging kwamen ze bij mij. Waarom niet, dacht ik toen. Maar er kwam zoveel op me af. Je moet opeens leiding geven aan een groep. Krijgt te maken met de pers. Ik heb me erin proberen vast te bijten. Maar ik dacht nog te veel als een speler.”

Cedric van der Gun maakte Wouters als jeugdspeler van Ajax van nabij mee. „Hij deed als trainer van het tweede van Ajax eigenlijk altijd mee met de trainingen”, zegt de huidige aanvaller van FC Utrecht. „Dat vonden wij als spelers schitterend. Dan vloog hij er echt op. Dan was hij de voetballer die we allemaal kenden. Daar keken we wel tegenop. Nu bij FC Utrecht doet Wouters nog af en toe mee aan een rondootje.”

Wouters staat bij FC Utrecht bewust verder van de groep af. „Ik ben natuurlijk ook wat ouder geworden. Ik weet niet of ik het niveau nog zou aan kunnen”, zegt hij lachend. „Ik heb in de loop van de tijd wel geleerd dat je niet alles zelf kunt doen. Soms moet je dingen van een afstandje bekijken. Dat leer je vanzelf. Ik ben nu rustiger en zelfverzekerder. Maar ik denk dat Marco van Basten en Ronald en Erwin Koeman nu ook andere trainers zijn dan toen ze aan het begin van hun carrière stonden.”

Wouters verkeerde als assistent van onder anderen Dick Advocaat, Ronald Koeman, Ton du Chatinier en Erwin Koeman meer dan tien jaar op de achtergrond. Hij gold als het tactische brein dat liever niet meer in de schijnwerpers stond. Maar toch bekroop hem als hulptrainer van FC Utrecht het gevoel dat er wel degelijk een hoofdtrainer in hem schuil ging. „Als assistent adviseer je een ander. Nu hak ik zelf de knopen door. Dat vind ik toch lekkerder.”

Het was niet voor het eerst dat Wouters te maken kreeg met een sceptische buitenwereld. Toen hij in 1986 als speler van FC Utrecht overstapte naar Ajax fronsten velen hun wenkbrauwen. „In het begin was het moeilijk. Ik dacht wel eens: ‘Is dit niveau niet veel te hoog?’ Ik wilde me als Ajacied waarmaken. En dan komt het beste in mij naar boven. Johan Cruijff heeft mij als trainer van Ajax anders naar voetbal leren kijken. Hij heeft me ervan bewust gemaakt dat je als speler keuzes kunt maken die het spel beïnvloeden. Dat probeer ik nu bij FC Utrecht ook over te brengen.”

Wouters groeide als voetballer bij Ajax, Bayern München, PSV en het Nederlands elftal uit tot een strateeg. Nu is hij een tacticus langs de lijn. Talloze malen staat hij tijdens het duel met FC Twente druk gebarend langs de lijn. „Soms kun je met een paar woorden dingen zeggen”, legt de trainer uit. „Het is vooral zaak dat de spelers zelf gaan inzien welke keuzes ze moeten maken. Daar zijn we elke dag mee bezig. Het is prachtig om te zien dat ze het langzaam oppikken. Dat zagen we al tijdens de trainingen en nu ook in de wedstrijden. Het zou mooi zijn als FC Utrecht over een jaar of drie financieel gezond is en dat mensen eens in de veertien dagen van ons voetbal kunnen genieten. Verder kijk ik niet vooruit. Ik ben geen planner. Nooit geweest ook.”