Waarom staken we niet zo snel in Nederland?

Grote groepen Nederlanders hebben last van de nieuwe regeringsplannen, schrijft Cher Mattijssen uit Delft, maar toch zie je geen massale stakingen. „In veel landen om ons heen”, verwondert ze zich, „zouden deze plannen goed zijn voor grote acties. Waarom in Nederland niet?”

Is het waar dat in Nederland minder snel wordt gestaakt? Ja, zegt Paul de Beer, bijzonder hoogleraar arbeidsverhoudingen en directeur van het wetenschappelijk bureau voor de vakbeweging. Onderzoeken wijzen uit dat het aantal verloren werkdagen door stakingen hier aanzienlijk lager ligt dan in Zuid-Europa.

De Beer noemt twee verklaringen. De eerste: het valt allemaal nog wel mee in Nederland, vergeleken met een land als Spanje. Zo is het werkloosheidscijfer relatief laag. De urgentie tot actie is dus minder hoog.

En de tweede verklaring: Nederland heeft geen traditie van veel actievoeren als het tegenzit. Komt door het poldermodel. Nederlanders overleggen eerst en worden pas boos als dat niets oplevert.

In Nederland wordt vaker één dag het werk neergelegd dan dat langdurig wordt gestaakt. De Beer: „Het gaat dan om de boodschap”. Ook dit typeert het poldermodel: de Nederlandse staker van een dag heeft niet de behoefte zijn werkgever veel schade toe te brengen. Hij wil gewoon laten zien dat hij een vuist kan maken.

Langdurige stakingen waren er vroeger meer. Keerpunt was het Akkoord van Wassenaar (1982) tussen de overheid en de organisaties van werkgevers en werknemers. In ruil voor arbeidstijdverkorting kwam er een matiging van de lonen. Niet alleen kwam Nederland economisch beter uit het akkoord, het sloot ook jaren van actievoeren af. Overleggen en compromissen sluiten werd weer als een goede onderhandelingsmethode gezien: de geboorte van het poldermodel. Toch betekent dat niet dat Nederland daarvoor wél leek op de actievoerende Zuid-Europese landen. De Beer: „De noodzaak om met andere organisaties samen te werken was er altijd al. Nederland is een land van minderheden”. Een verzuilde samenleving, zegt hij, werkt alleen als je samenwerkt. En in die bereidheid is Nederland „tamelijk bijzonder”.