Waar is toch dat grensconflict?

Zowel muzikant als schrijver kwam wat routineus over op Crossing Border.

Muziek en literatuur

Crossing Border. Gezien 16 en 17/11. Schouwburg, Den Haag. **

Waar zijn ze gebleven, de artiesten die grenzen doorkruisen of tenminste hun eigen uitersten opzoeken? Het muziekaanbod op de beide avonden van Crossing Border was grotendeels flets en voorspelbaar.

De zaterdagavond van Crossing Border begon met Lisa Hannigan en eindigde met Andrew Bird. Twee onvergelijkbare acts, maar wel binnen hetzelfde spectrum: folk. Beide werden ondersteund door een band, maar de muziek draaide om hun persoonlijkheid en zang.

Hannigan zong als een elfje, fragiel en hees. Het is een stem die pas aandacht vraagt als ze de hoogte ingaat of meer kracht geeft, en dat gebeurde maar enkele keren in haar donkere liedjes over de dood en de troost van slaap. Haar verfijnde aanpak stak af tegen de theatrale folk van Andrew Bird, maar tegen het nachtelijk uur dat hij speelde had een meer-van-hetzelfdegevoel zich al onweerstaanbaar opgedrongen.

In een bovenzaal trad Susanna op, een Noorse die haar gedragen, kabbelende liefdesliedjes vanacht de piano begeleidde. En in de grote zaal trad First Aid Kit op, twee jonge Zweedse zusjes in lange hippiegewaden met een ongedwongen presentatie en weldadige samenzang. In hun praatjes tussen de liedjes door zaten ze elkaar op grappige wijze dwars en ook in hun teksten toonden ze humor. Zoals in Ghost Town, dat ze zongen zonder microfoon en op akoestische gitaar.

Er waren zaterdag wel bands die het anders aanpakten, maar de emotionele rock van I am Kloot overtuigde niet op het eerste gehoor. Het was het debuterende Amerikaanse bandje Poliça dat met een opwekkende set deed waar dit festival voor is opgericht: grenzen slechten.

Op het podium stond nu eens een band die geen verhaaltjes wilde vertellen, maar in klank dacht. Over een fundament van vreemde samples en elektronische geluiden roffelden maar liefst twee drummers hun uitwaaierende patronen. De frêle Channy Leaneagh voorzag die funky groove van nog meer diepte en warmte met haar zang, waarbij de betekenis van haar in mineur getoonzette woorden er minder toe deed. Hoe droevig het voelde, was af te zien aan hoe ze danste: hoekig en in zichzelf gekeerd, met een blik alsof ze alles verloren was.

De literaire onderdelen van het programma toonden meer verschillen. Jens Christian Grøndahl sprak geroutineerd over de vrijheid van het individu, de Spaanse striptekenaar Martí in te matig Egels over de problemen van zijn land en de Italiaan Fabio Genovesi luchtig en geestig over zijn schrijverschap. Voor Genovesi was schrijven als de feestjes die hij bezocht als jongen en waar hij toekeek hoe andere mensen lol hadden. „Zo kijk ik naar mijn personages.”

De vrijdagavond deed misschien nog wel onder voor de zaterdag. The Kyteman Orchestra was vrijdag een artistiek hoogtepunt en publieksfavoriet, maar dat waren ze op bijna alle andere festivals ook al. Het bleue zangeresje Hannah Cohen was duidelijk nog niet klaar voor het grote werk. Haar dunne stem vervloog in de galm van de Duitse Kerk.

Met zijn rechte banken en gewijde atmosfeer was de kerk ook te hoog gegrepen voor de middelmatige zangeres Maggie Björklund, die als gimmick bedacht heeft dat ze zingt terwijl ze steelgitaar speelt. Haar rol in de band van Jack White geeft haar een hip aura, maar muzikaal kwam het niet uit boven de tuttige sfeer van de Kilima Hawaiians. De enige die haar muziek in de kerk naar een hoger plan tilde was Beth Orton, een gelouterd zangeres die met haar begeesterde voordracht steeds meer in de buurt is gekomen van tijdloze Britse folkzangeressen als Sandy Denny en Linda Thompson.

Terwijl in de grote zaal van de Schouwburg de brave designerjazz van het Brandt Brauer Frick Ensemble werd uitgerold bracht Anne Soldaat bevlogen rockmuziek. Zijn prangende liedjes speelde hij met een all star-band die er stevigheid aan gaf. Mark Lanegan zong zijn gruizige woestijnblues zoals hij het al twintig jaar doet, nadat Leo Blokhuis een keur aan Haagse popsterren rond zich had verzameld voor een talkshow rond zijn boekje over de Haagse beatcultuur.

In zijn keuze van singer/songwriters heeft Crossing Border wel eens een gelukkiger hand gehad dan de verstilde zwijmelarij van de Schotse romanticus Paul Buchanan, die het laatste restje ritme van zijn oude band The Blue Nile heeft ingewisseld voor kabbelend pianospel. Het gelegenheidstrio Finn, Hood & Johnson maakte er een theekransje van en de jonge band Here We Go Magic wist de ultrahippe combinatie van afrobeat en krautrockmotoriek naar een gezapige, Dire Straits-achtige sfeer om te buigen.

Het enige werkelijk nieuwe geluid kwam vrijdag van het trio Daughter, dat met de sombere visoenen van een ingetogen zangeres leek op een folky versie van The xx waarbij de subbassen gespeeld werden op echte trommels.