Voetje voor voetje schuifelen naar vrede

In Cuba starten vandaag de vredesbesprekingen tussen de FARC en Colombia. Dat wordt een lange zit.

Redacteur Noord- en Zuid-Amerika

Havana. De delegatie van de Colombiaanse guerrillabeweging FARC zwijgt voorafgaand aan de vredesonderhandelingen die vandaag beginnen in Havana. Net als de vertegenwoordigers van de tegenpartij, de regering van president Juan Manuel Santos. Beide kanten willen de gesprekken niet verstoren. „Het vredesproces is heel delicaat”, zegt Jenny Gonzalez, woordvoerder van de regering. „We willen niet onderhandelen via de microfoons van de media.”

Voor het eerst in bijna vijftig jaar lijkt er een serieuze kans dat de Revolutionaire Strijdkrachten van Colombia (FARC) hun marxistische guerrillaoorlog staken. De gesprekken achter gesloten deuren moeten een einde maken aan een conflict dat naar schatting 250.000 doden heeft gekost en van Colombia het land met de meeste binnenlandse vluchtelingen ter wereld heeft gemaakt.

Anders dan bij eerdere, mislukte, vredesrondes is de agenda in Havana kort, concreet en haalbaar, zeggen analisten. „De partijen hebben al vastgelegd dat ze de wapens willen neerleggen”, zegt Ariel Avila, onderzoeker bij de Colombiaanse denktank Nuevo Arco Iris, tijdens een gesprek vorige maand in Bogotá. „Het gaat nu nog om de weg er naartoe.”

Beide kanten hebben belang bij vrede. De FARC is verzwakt door aanhoudende luchtaanvallen van het leger. Ze hebben nog zo’n 8.000 strijders over, minder dan de helft van tien jaar geleden. Maar de regering weet dat ze de guerrilla nooit tot op de laatste strijder kunnen verslaan in de uitgestrekte binnenlanden van Colombia.

Na een half jaar geheime onderhandelingen in Cuba bereikten de partijen in augustus een voorakkoord. Nu praten ze verder. Havana is een ideale plek. De FARC voelt zich veilig in het land van de ideologisch verwante Castro’s. Bovendien kunnen de partijen ongestoord overleggen, ver weg van Colombia, op een eiland zonder vrije pers.

Als eerste wordt er gepraat over de bestrijding van armoede op het Colombiaanse platteland, het oorspronkelijke strijdpunt van de FARC bij hun oprichting in 1964. Op de agenda staat het tegengaan van grootgrondbezit en de toegang tot land voor campesinos, de kleine boeren. Ook gaat het over de verbetering van scholen, ziekenhuizen en infrastructuur.

Eigenlijk is de FARC niet de partij om hierover te onderhandelen, aldus Christian Voelkel, een Duitse analist bij de International Crisis Group (ICG) in Bogotá. Dat zijn de campesinos zelf. Maar de regering speelt het slim door de guerrillacommandanten de eer te geven voor hervormingen die toch al op stapel stonden. Voelkel: „De FARC kan straks met opgeheven hoofd uit de onderhandelingen komen.”

Het tweede punt van de vredesonderhandelingen is lastiger: politieke deelname door de FARC. Veel Colombianen gruwen bij het idee van oud-guerrillastrijders in het Congres. Maar wil de vrede stand houden, dan moeten ook radicaal linkse groepen een plek krijgen in de politiek, zeggen analisten. Anders pakken ze de wapens weer op.

De FARC is net zo goed argwanend over politieke deelname. In de jaren tachtig probeerden ze ook over te gaan in een reguliere politieke partij, de Unión Patriótica. Het liep uit op een catastrofe. Volgens de voorzichtigste inschatting werden zeker 1.500 leden van de UP vermoord, onder wie twee presidentskandidaten. De gevestigde orde in Colombia wilde de marxisten geen ruimte geven.

Ook nu vormen de elites in Colombia het grootste obstakel voor duurzame vrede, zeggen analisten. Grootgrondbezitters overheersen de lokale politiek. Zij willen niet dat een partij meeregeert die landhervormingen wil. „Tot nu toe is het onmogelijk gebleken om de campesinos een politieke stem te geven. Wie het probeerde werd vermoord”, zegt analist Voelkel.

De regering van president Santos is zich bewust van deze geschiedenis. In het voorakkoord met de FARC zijn garanties opgenomen voor veilige politieke deelname, ook voor ‘de zwakste bevolkingsgroepen’. Maar het is de vraag of Santos dat overal in Colombia kan garanderen. Voelkel: „De lokale elites willen hun belangen beschermen en kunnen weer paramilitairen inzetten.” Als omineus voorteken werd een week geleden in Colombia een lid van Marcha Patriotica vermoord. Het wordt verwacht dat de FARC na de vrede fuseert met deze linkse sociale beweging en dat ze samen een politieke partij gaan vormen.

Tijdens de vredesbesprekingen zijn er nog een aantal andere obstakels. In ruil voor demobilisatie wil de FARC een amnestie voor hun commandanten en strijders. Dat ligt gevoelig in Colombia, waar 80 procent van de bevolking de vredesonderhandelingen steunt, maar een net zo groot percentage vindt dat de guerrilleros niet vrijuit mogen gaan.

Toch is een amnestie de enige uitweg, zegt Avila van Nuevo Arco Iris: „De commandanten van de FARC gaan nooit een vredesakkoord tekenen als ze de cel in moeten. Misschien voor een half jaar. Maar niet voor de honderd jaar die ze verdienen.” Voor de slachtoffers van de guerrilla is dat moeilijk te accepteren.

Carlos Medina Gallego, een academicus aan de Universidad Nacional de Colombia in Bogotá, verwacht dat Colombia een waarheidscommissie krijgt, ook voor de misdaden die zijn begaan door de regering, het leger en de paramilitairen. Maar in een vredesakkoord wordt de weg naar juridische gerechtheid waarschijnlijk afgesloten. „Mensen met bloed aan hun handen gaan straks vrijuit. Het is de enige manier om dit conflict te beëindigen.”

De onderhandelingsteams blijven waarschijnlijk nog maanden in Havana om de problemen uit te werken die bijna een halve eeuw conflict met zich meebrengt. President Santos heeft gezegd dat de gesprekken een jaar kunnen duren. Maar het blijft een historische kans op vrede. Academicus Medina: „Beide partijen zijn op het punt dat ze zich niet verslagen voelen als ze vrede sluiten.”

    • Ykje Vriesinga