Vanaf m'n achtste achter het biljart, op een stoofje

Naam: Therese Klompenhouwer

Leeftijd: 29 jaar

Sport: Biljarten

Prestaties: Meervoudig Europees en Nederlands kampioen, zilver op WK 2006

Door Arman Avsaroglu

Woensdag begint het WK driebanden in Japan. Je bent Nederlands en Europees kampioen. Ben je deze week tevreden met iets minder dan de wereldtitel?

„Nee, de titel is wel het grote doel. Ik ben al een tijdje de nummer 1 op de wereldranglijst, maar het WK is de enige titel die nog ontbreekt op mijn erelijst. Je kan niet zeggen dat ik de titel even ga ophalen. Driebanden is te onvoorspelbaar.”

Het WK begint woensdag, jullie zijn zaterdag al naar Tokio gevlogen. Is dat alleen om te wennen aan het tijdsverschil?

„Nee, het is ook belangrijk vooraf te trainen op de wedstrijdtafels. Zodat je weet en voelt hoe de tafel ‘loopt’. Geen enkele biljarttafel is hetzelfde. Je moet zo’n tafel leren kennen, zodat je je spel zo nodig kan aanpassen.”

Voor het driebanden voor mannen is in Nederland soms aandacht, met topspelers als Dick Jaspers en Raimond Burgman. Vrouwendriebanden zien we zelden op tv. Hoe komt dat?

„Het niveau is veel lager. Er zijn geen speciale vrouwencompetities en er zijn naar verhouding ook veel minder vrouwen die biljarten. Veel vrouwen zijn niet in de gelegenheid zich optimaal op het driebanden te concentreren. Ze hebben geen geld, geen tijd of moeten voor de kinderen zorgen. Het is moeilijk zonder goede financiële steun op een hoger niveau te komen. Ik ben een van de weinige, misschien wel de enige, vrouwelijke profbiljarter(s) in Nederland.”

Je bent meervoudig Nederlands kampioen en Europees kampioen. Heb je weleens meegedaan bij de mannen?

„Ja, ik heb jaren in de eredivisie bij de mannen gespeeld en heb me ook een aantal keren geplaatst voor het NK bij de mannen. Ik ben de eerste en enige vrouw die dat gelukt is. Daar ben ik best trots op. Ik kan goed mee met de subtop bij de mannen. Tijdens het NK ben ik een paar keer in de top 16 geëindigd en ik heb mooie partijen gewonnen in de eredivisie.”

Driebanden heeft het imago van een mannensport, die in cafés wordt gespeeld. Hebben de vrouwelijke biljarters veel met vooroordelen te maken?

„Vroeger was dat weleens zo, maar nu niet meer. Ik heb vaak genoeg bewezen dat ik goed kan biljarten en er meer vrouwen zijn die dat kunnen. De vrouwen worden nu serieus genomen, hoewel veel mensen nog niet weten dat ook vrouwen kunnen biljarten. We moeten nog veel bekender worden.”

Hoe ben jij met de sport in aanraking gekomen?

„Mijn vader heeft een biljartcentrum in Nijkerk en ik liep daar vroeger altijd rond. Vanaf mijn achtste stond ik al achter het biljart, op een stoofje. Ik ben toen echt verliefd geworden op het spel. De mogelijkheden van de posities, alle systemen, het hele spel op zich. Ik doe niets liever dan biljarten.”