Stop iedereen in een dna-databank. Marianne Vaatstra bewijst noodzaak

DNA-verwantschapsonderzoek in de zaak-Vaatstra. Foto ANP / Koen van Weel

Hun dochter hebben ze er niet mee terug, maar dankzij dna-onderzoek zijn de ouders van Marianne Vaatstra nu wel een stuk dichter bij gerechtigheid. De arrestatie van de waarschijnlijke moordenaar maakt mogelijk een einde aan dertien jaar onzekerheid. Ook nabestaanden van andere slachtoffers verdienen zo’n doorbraak.

De gisteren gearresteerde 45-jarige man uit Friesland liep op een bijzondere manier tegen de lamp. Om de dader van het in 1999 verkrachte en vermoorde 16-jarige meisje op te sporen, deed justitie in september een oproep aan 7.300 mannen om erfelijk materiaal af te staan. 6.514 kwamen opdagen. De verwachting was niet dat de dader zelf dna zou afstaan, maar dat hij opgespoord zou worden via een familielid dat waarschijnlijk van niets weet. Verwantschapsonderzoek dat gebruikelijk is bij identificatie van rampslachtoffers en biologische ouders, maar pas sinds april 2012 wettelijk toegepast mag worden voor strafrechtelijke opsporing. Die verwantschap hoefde in de zaak-Vaatstra niet eens aangetoond te worden: er is sprake van een 100 procent dna-match. Ofwel, het dna-daderspoor op het plaatsdelict is gelijk aan het dna-profiel van een man die vrijwillig wangslijm afstond.

Grote vraag: als hij echt de dader is, waarom heeft hij dan meegewerkt? Wroeging? Nee, dan had hij zichzelf op het bureau kunnen aangeven en zowel politie als omwonenden veel moeite kunnen besparen. Het is nu hopen op een spontane bekentenis, want dna-bewijs leidt niet automatisch tot een schuldigverklaring. Hoe dan ook: de verdachte heeft alle schijn tegen.

‘Dan hadden we deze ellende niet gehad’

Interessant is het hoge opkomstcijfer voor dit dna-verwantschapsonderzoek: 89 procent. Bijna iedereen in de omgeving van Kollum, Veenklooster en Zwaagwesteinde zag er blijkbaar het belang van in. Een belang dat zij groter achten dan het opgeven van een stukje privacy via het afstaan van hun dna-profiel. Een vrijwilliger ging tegenover persbureau ANP nog een stuk verder: “Ze zouden bij iedereen het dna vanaf de geboorte moeten afnemen, dan hadden we deze ellende niet gehad.”

En zo is het maar net. Het sterkste en tegelijk meest immorele argument tegen medewerking is: ‘Ik ben van plan een misdrijf te plegen en zou het dan niet zo prettig vinden als ik meteen gepakt wordt. Liever laat ik iedereen in onwetendheid achter en de politie zoeken naar een speld in een hooiberg.’ De zwakste argumenten komen uit de hoek van geradicaliseerde privacybeschermers - mensen die zetelen in het College Bescherming Persoonsgegevens en zich drukker maken om de privacy van criminelen dan om die van onschuldige burgers. Een instituut dat zich altijd heeft verzet tegen de wet die nu tot een doorbraak in de zaak-Vaatstra heeft geleid. In één van de vele protesten daartegen is het echt zoeken naar argumenten. “Het doel van de dna-databank wordt zodoende niet alleen de opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten te bevorderen, maar tevens de voorkoming hiervan”, schreef het college in 2004. Toen maakten de adviseurs zich hard voor de rechten van verdachten. De redenatie: als het opslaan van een dna-profiel voorkomen van recidive dient, dan hoeft dat van verdachten niet bewaard te worden. Wie een blanco strafblad heeft kan namelijk niet recidiveren.

Mooi gevonden, maar een nogal onzinnig argument. Gruwelt het CBP misschien van een samenleving waarin misdrijven voorkomen kunnen worden? Je zou het haast denken. Pijnpunt zit ‘m waarschijnlijk in het idee dat ‘iedereen verdachte is’ als iedereen in een DNA-databank zit. Dat kan inderdaad jeugdtrauma’s oproepen: in menig schoolklas is het gebruikelijk iedereen even na te laten blijven totdat de kwajongen zich meldt die de banden van de meester heeft laten leeglopen. Maar kom op zeg: weegt dit op tegen het leed dat de ouders van Marianne Vaatstra is aangedaan? En al die anderen die slachtoffer van een misdrijf zijn? Moeten zij tot sint juttemis wachten op gerechtigheid omdat wij zo aan onze privacy hechten?

Wie met dna strooit op plaatsdelict, geeft visitekaartje

Zodra we onze bonuskaart in de AH trekken, staan we onze identiteit af. Zo ook als we op het station inchecken, met onze kentekenplaat over de weg rijden of op het vliegtuig stappen. We zijn nota bene verplicht om met een identiteitskaart op zak te lopen. Voor de meest triviale zaken, geven we naam, geboortedatum en burgerservicenummer op. Maar een wet die het mogelijk maakt iedereen in een dna-databank op te nemen zodat misdrijven snel opgelost kunnen worden is er nog steeds niet door.

Bescherming van privacy is belangrijk als het om iemands persoonlijke levenssfeer gaat. Maar zodra iemand met zijn dna strooit op een plaatsdelict, dan geeft hij een visitekaartje af. Het is van de zotte dat we met de huidige techniek vrijwillige (!) dna-verwantschapsonderzoeken nodig hebben om mensen op te sporen die iemand moedwillig verkracht of vermoord hebben. Critici zullen tegenwerpen dat verplichte dna-registratie al snel uitgebreid wordt naar fietsendiefstal en nog lichtere delicten. Prima! Laat het maar voor iedere overtreding gelden. Strafrecht gaat over het straffen van degene die het recht schendt, niet om het ingewikkeld houden van de speurtocht.

Volg de auteur op Twitter