Puinruimen tot de volgende aanval begint

De echte ellende van de Gaza zit hem niet in een Israëlische aanval. Het is de herhaling, keer op keer, van hetzelfde liedje. De ene oorlog volgt de andere op, en iedereen weet wat een wapenstilstand betekent: puinruimen tot de volgende aanval begint. Het is nooit anders geweest, schrijft de Zweedse journalist Nathan Shachar in The Gaza Strip – its history and politics (2010). Shachar woonde lange tijd in Israël en schreef tijdens de oorlog van 2008 en 2009 een zeldzaam goed geschiedenisboek.

Shachar begint bij de overheersing door de farao’s, 23 eeuwen voor Christus, en gaat systematisch alle brute heersers langs die het gebied wilden controleren. Gaza is nu al jaren praktisch afgesloten van de buitenwereld, maar was eeuwenlang een belangrijke halteplaats in de handelsroute tussen Afrika en Europa. De Kanaänieten kwamen, Perzen, de Grieken, de Romeinen. Later kwam Napoleon, de Turken, de Britten. Ze vernielden wat hun voorgangers hadden opgebouwd, en lieten soms wat liggen.

De bijzonderste plek van Gaza-stad is het oudheidkundige museum van de zakenman Jawdat el-Khoudary. Daar komt je er pas achter hoe rijk de geschiedenis daar is: erotische Griekse beeldjes, Byzantijnse zuilen, Romeinse vazen wijzen op een mondaine wereldstad. De bittere ironie van de geschiedenis wil dat het museum in de vorige oorlog zwaar beschadigd raakte door Israëlische beschietingen.

Meesterlijk legt de Maltees-Amerikaanse schrijver en tekenaar Joe Sacco in zijn stripboek Footnotes in Gaza (2009) bloot hoe de herhaling alle energie uit de regio zuigt. Hij beschrijft een reis naar Rafah, in het zuiden. Niet om het nieuws te verslaan, maar om een bloedbad uit 1956 te reconstrueren, toen er 111 Palestijnse doden vielen.

Sacco onderzoekt het bloedbad als de Tweede Intifadah in volle gang is, in 2002. Hij probeert ook de logica van de Israëlische militaire top te begrijpen. Israël wilde per se hard toeslaan, legt oud-stafchef Mordechai Bar-On hem uit. De bedoeling was om infiltratie van Egyptische strijders, fedayeen, te voorkomen. Afschrikking was het wapen. Ook vandaag is het een veel gehoord argument.

Ooggetuigen van weleer, nu oude mensen, reageren niet erg meewerkend. Waarom nou net dát verhaal oprakelen? Sacco komt er ook niet goed uit. „Palestijnen hebben geen tijd om een tragedie te verwerken”, schrijft hij. Misschien is dat juist wel de kern van het leven in Gaza. Een bloedbad is een verhaal, tot zich een nieuw bloedbad aandient. Dan is het een voetnoot.

De journalisten met wie Sacco omgaat, hebben het er maar moeilijk mee. Ze drinken lam en weten niet meer welke draai ze er nog aan moeten geven. Sacco: „Ze zouden vandaag zo het verhaal van afgelopen maand kunnen sturen, of dat van vorig jaar, en wie zou het verschil merken? Twee doden! Vijf doden! Twintig doden! Vorige week! Vorige maand! Vorig jaar!”