Meeloper die leidsman werd

Birma is plotseling een geliefde bestemming geworden van westerse politici en zakenlieden. Niemand heeft daartoe meer bijgedragen dan president Thein Sein.

A woman holds a Myanmar national flag and a poster of Myanmar's President Thein Sein as she waits for Thein to arrive from a trip to the U.S. at Yangon International Airport October 1, 2012. REUTERS/Soe Zeya Tun (MYANMAR - Tags: POLITICS) REUTERS

Zelfs in zijn stoutste dromen zal de Birmese president Thein Sein (67) – van nature toch al een sober mens – niet hebben gedacht dat hij nog geen twee jaar na zijn aantreden als staatshoofd gastheer zou mogen zijn van president Obama. Juist de Verenigde Staten hadden Birma, dat al decennia zuchtte onder de knoet van een meedogenloze junta, immers in de ban gedaan en door de jaren heen een lange reeks sancties opgelegd.

Toch maakt Obama op zijn eerste buitenlandse reis na zijn herverkiezing vandaag wel degelijk zijn opwachting in Birma bij Thein Sein, die zelf nota bene het grootste deel van zijn loopbaan een prominent lid was van diezelfde verfoeide junta. Dat Obama ook een ontmoeting zal hebben met Birma’s bekendste politicus, Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, doet daaraan niets af.

Wie is deze bedeesde, dor ogende man, die in korte tijd het imago van zijn land in de wereld zo dramatisch heeft weten te verbeteren? Veel is er nog altijd niet bekend over hem, ook niet op cruciale punten. Waarom is hij bij voorbeeld president geworden? Gebeurde dat op gezag van generaal Than Shwe, de sterke man die al twee decennia de lakens uitdeelde binnen de junta? Het lijkt waarschijnlijk omdat Thein Sein nooit over een eigen machtsbasis heeft beschikt. Maar behalve een handjevol topmilitairen, die er het zwijgen toe doen, weet niemand hier nog het fijne van.

Zeer speciale kwaliteiten lijkt Thein Sein niet te hebben. „Niet ambitieus, niet besluitvaardig, niet charismatisch maar bijzonder oprecht”, zo typeerde een voormalige speechschrijver van de president zijn baas tegenover The New York Times.

Evenmin is hij een meeslepend spreker. Op buitenlandse reizen staat hij de pers te woord via een tolk. Zijn antwoorden zijn kort en bondig maar tegelijk diplomatiek. Erg tot de verbeelding spreken ze hoe dan ook niet. Gevraagd naar zijn visie, zei hij bij voorbeeld in januari tegen The Washington Post: „Ik geloof dat u onze doelen kent, en die zijn: vrede en stabiliteit en ontwikkeling voor ons land.”

Maar zijn oprechtheid is een belangrijke troef. Daarmee wist Thein Sein niemand minder dan Aung San Suu Kyi er in de zomer van 2011 bij een bezoek aan zijn paleis in de nieuwe, megalomane hoofdstad Nay Pyi Taw van te overtuigen dat het zijn regering menens is met de hervormingsplannen. De Nobelprijswinnares, die hem met haar charisma, buitenlandse ervaring en heroïsche verleden als vreedzame strijdster voor mensenrechten verre in de schaduw stelt, besloot hem het voordeel van de twijfel te gunnen. Ze aanvaardde zijn uitnodiging om mee te doen aan het politieke proces. Beiden respecteren elkaar en lopen elkaar zo min mogelijk voor de voeten.

Daarbij speelt mee dat Thein Sein zich nog op een andere manier onderscheidt van zijn vroegere collega-generaals: hij is voor zover bekend niet corrupt. De meeste van zijn collega’s maakten er een gewoonte van hun machtspositie te gebruiken voor zelfverrijking. Generaal Than Shwe wekte bij voorbeeld de woede van veel arme landgenoten – de overgrote meerderheid van de bevolking –, toen op een uitgelekte video van de huwelijksreceptie van zijn dochter bleek hoezeer de militaire elite in weelde baadt.

Zulke luxe past niet bij Thein Sein, zelf vader van twee dochters. Mensen uit zijn omgeving omschrijven hem als een vrome boeddhist, wars van uiterlijk vertoon en mild voor zijn medemens. „Eigenlijk zullen sommigen wel denken dat hij te goed is om politicus te zijn in zo’n immorele wereld”, sprak Ko Ko Hlaing, een militair die nu als Thein Seins adviseur optreedt, begin dit jaar op een website van Birmese ballingen.

Nog meer mensen zullen zich intussen afvragen hoe zo’n hoogstaand mens verzeild raakte bij zo’n boevenbende als de Birmese junta. Waarom koos hij destijds voor een militaire loopbaan? Hoewel de president zelf zich daarover in het openbaar niet heeft uitgelaten lijkt die keuze vooral samen te hangen met zijn bescheiden afkomst. Hij werd geboren in een dorpje ten zuidwesten van Rangoon als zoon van landloze boeren. Zijn vader, volgens de overlevering een relatief goed opgeleide man die na de dood van zijn vrouw monnik werd, verdiende de kost met het vlechten van bamboematjes. Voor een slimme maar arme jongen als Thein Sein bood het leger een aantrekkelijke mogelijkheid vooruit te komen. Daarom besloot hij toelatingsexamen voor de militaire academie te doen.

Als militair nam Thein Sein veel ambtelijk werk voor zijn rekening. Maar in 1988 was hij als officier ook wel degelijk betrokken bij de bloedige onderdrukking van vreedzame protesten tegen het militaire gezag. Als commandant in de oostelijke provincie Shan onderhield hij naar verluidt bovendien goede banden met drugsbazen. En tijdens een andere neergeslagen opstand, die van monniken in 2007, was hij waarnemend premier.

Bij een volgend dieptepunt uit de juntajaren, de vernietigende orkaan Nargis waarbij in 2008 130.000 Birmezen om het leven kwamen, was hij verantwoordelijk voor de hulpverlening. Hooghartig wezen de Birmese autoriteiten buitenlandse hulp af, waarna de overlevenden verder vrijwel geheel verstoken bleven van welke hulp dan ook. Toch, zeggen waarnemers in Birma, stak Thein Sein ook toen gunstig af bij zijn collega-generaals. Die laatsten bleven hoog en droog in Nay Pyi Taw zitten, terwijl Thein Sein zich ten minste per helikopter naar het rampgebied spoedde om te kijken hoe er geholpen kon worden en om met getroffen bewoners te spreken.

Weinig wijst er op dat Thein Sein zich in al die jaren ooit verzette tegen de wandaden van de junta, ook al had hij zelf dan een betrekkelijk schone lei. Veeleer was hij een loyale meeloper. Daarom waren de verwachtingen niet hoog, toen hij begin vorig jaar aantrad als president van een regering die voor het grootste deel uit militairen bestond die hun uniformen hadden verwisseld voor een burgerplunje. „Hij zal zijn nek niet uitsteken. Hij is geen vuurspuwende draak, dus hij zal geen bedreiging vormen voor Than Shwe”, voorspelde Aung Zaw, hoofdredacteur van de Birmese krant Irrawaddy die in Thailand verschijnt.

Des te groter was de verrassing toen Thein Sein naar Birmese maatstaven bijna revolutionaire hervormingen ontketende. Het leeuwendeel van de politieke gevangenen is vrijgelaten, de censuur is aanzienlijk versoepeld, er is een wapenstilstand afgekondigd met de meeste etnische groepen waarmee al decennia werd gevochten, en Aung San Suu Kyi zit in het parlement na een verpletterende overwinning van haar partij, de Nationale Liga voor Democratie, bij de tussentijdse verkiezingen van dit voorjaar in enige tientallen districten. Het waren de eerste vrije verkiezingen sinds 1990. Een democratie is Birma weliswaar nog niet, want de militairen maken nog de dienst uit. Maar Thein Sein heeft al gezegd dat hij zich kan voorstellen dat Aung San Suu Kyi hem na 2015 aflost als president.

Ook op buitenlands politiek terrein gooide Thein Sein het roer om. Tot schrik van de Chinezen zette hij vorig jaar de bouw stil van de enorme Myitsone-stuwdam, die veel elektriciteit voor China had moeten opleveren. Daarmee maakte hij duidelijk dat hij meer afstand tot China wenste. Een geste, die dankbaar door de VS werd verwelkomd. Al enkele weken later bracht minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton een bezoek aan Birma.

Dank zij de hervormingen hebben veel westerse landen, waaronder ook de VS, hun sancties deels of geheel opgeheven. Een daarmee is de weg vrij voor buitenlandse investeringen in het land, dat daarvan al zo lang verstoken is.

Verhoging van de welvaart in zijn land is de voornaamste doelstelling van Thein Sein. Mogelijkheden genoeg in dat opzicht, want Birma heeft veel gas, teakhout, jade, robijnen en andere mineralen. De kunst voor hem is ervoor te zorgen dat een kleine kliek niet aan de haal gaat met de winst hiervan, zonder dat de straatarme bevolking ervan mee profiteert.

Nog altijd staat niet vast of Thein Sein inmiddels zelfstandig zijn gang kan gaan of dat hij nog steeds aan de leiband van Than Shwe loopt. Maar steeds meer mensen zijn ervan overtuigd dat de hervormingen en democratisering in Birma niet meer worden teruggedraaid door het leger. Het bezoek van president Obama vormt daarvan een nieuw teken.

Verscheidene westerse commentatoren hebben Thein Sein zelfs al vergeleken met Michail Gorbatsjov of met F.W. de Klerk in Zuid-Afrika. Sterker nog, ze beginnen hem als onmisbaar te beschouwen en vragen zich bezorgd af of zijn zwakke hart – hij heeft een pacemaker – hem geen ontijdig einde zal bezorgen.