Korten, eerlijk delen niet genoeg

Zeker nu de economie inzakt, moet het kabinet behalve bezuinigen ook maatregelen nemen die vertrouwen herstellen, vindt Arnoud Boot.

Rutte II is een historisch kabinet. Moed kan het niet worden ontzegd, maar de CBS-cijfers van afgelopen week lieten zien dat tegenvallers verre van onwaarschijnlijk zijn. De Nederlandse economie is gekrompen in het derde kwartaal, met meer dan 1 procent. Ik zet toch in op succes van het kabinet, maar dit hangt af van de terugkeer van vertrouwen, het smeermiddel van de economie. Zonder vertrouwen houdt de consument de hand op de knip en investeren ondernemers niet. Het formatieakkoord bevat een veelheid aan bezuinigingsmaatregelen, hervormingen en lastenverzwaringen, maar biedt onvoldoende perspectief op hoe we er sterker uitkomen.

Het kabinet komt er niet alleen met begrotingsdiscipline en ‘eerlijk delen’. Het motto moet zijn: ‘samen staan we sterk’. Hiervoor zijn drie fundamenten nodig. De overheid moet meer zekerheden bieden. De Nederlandse economie moet minder afhankelijk worden gemaakt van de onrust om ons heen. En hierbij heeft iedereen een eigen verantwoordelijkheid. Deze drie fundamenten zijn onderbelicht in Rutte II en vragen bijstelling van beleid.

Hoge schulden in combinatie met een verzwakte financiële sector hebben Nederland uit evenwicht gebracht. In de euforie vóór de crisis heeft iedereen boven zijn stand geleefd. De woningmarkt en de onzekerheid rond pensioenen gaven Nederland een extra knauw.

Door de fricties tussen de zeventien deelnemende landen kan de eurozone zelf moeilijk sturen. Al doormodderend zal de eurozone hopelijk orde op zaken stellen, maar dit duurt lang. De vraaguitval is excessief. Niet voor niets roept het IMF om stimulering waar mogelijk. De bestaande schulden en onzekerheden zijn echter zodanig dat het draagvlak ontbreekt. Voor Nederland als open economie is stimuleren dan niet effectief – de uitgaven lekken dan weg naar het buitenland. Er rest Nederland maar een ding: zelf een zo sterk mogelijke positie creëren.

Hiertoe behoort het in de hand houden van de overheidsfinanciën, om mogelijke verdere tegenvallers op te vangen. Vertrouwen vraagt ook om zekerheden. Roepen dat er geen zekerheden zijn, is een ontmanteling van een van de belangrijkste taken van de overheid:stootkussen zijn in moeilijke tijden. Het kabinet moet duidelijk maken dat het agressieve pakket van maatregelen leidt tot een houdbaar begrotingspad, dat niet bij de eerste beste tegenvaller weer ter discussie staat. Piketpaaltjes moeten laten zien waar iedereen aan toe is. Zolang de politiek blijft uitstralen dat ‘morgen’ weer een nieuwe ronde aan harde maatregelen kan volgen, ondermijnt zij het vertrouwen.

De belangrijkste onzekerheid voor mensen is dat ze hun baan kwijt kunnen raken. Het is ongelukkig dat de flexibilisering van de arbeidsmarkt in moeilijke tijden vorm krijgt. Het was veel prettiger geweest dit in goede tijden te doen. De arbeidsmarkthervormingen creëren extra onzekerheid bij ouderen en er is beleid noch traditie om hen aan een andere baan te helpen. Minister Asscher (Sociale Zaken, PvdA) moet juist deze werknemers in bescherming nemen. Anders dreigt een verdieping van de vertrouwenscrisis. Iedereen houdt dan de hand op de knip en de economische groei wordt verder aangetast.

Ook moet Nederland weerbaarder worden. We zijn te afhankelijk van de wispelturigheid om ons heen. De Nederlandse financiële sector zit in zwaar weer en kan niet goed inspelen op de behoeftes van de economie. Ondernemers komen moeilijk aan krediet. Niet alleen magere vooruitzichten spelen een rol. Er is behoefte aan alternatieve financieringskanalen. Er kan worden aangeknoopt bij kredietfaciliteiten waar de overheid het risico al deels dekt , zoals de BBMKB-regeling, die garanties geeft op leningen aan het MKB. Overwogen moet worden om in eerste instantie onder overheidsvlag nieuwe partijen in de markt te zetten. Initiatieven op de woningmarkt kunnen hieronder vallen. Maar nooit meer mag ongecontroleerd ‘ondernemerschap’ zoals bij woningcorporaties worden geaccepteerd. De corporaties hadden een stimulerende rol kunnen spelen in slechte tijden, als we ze in goede tijden in de hand hadden gehouden. Mogelijk kan een koppeling worden gemaakt met pensioenfondsen. Productieve investeringen in de Nederlandse economie kunnen in het belang zijn van pensioengerechtigden.

Ook Nederlandse bedrijven ontbreekt het aan weerbaarheid, door te grote afhankelijkheid van de eurozone. We moeten ons nadrukkelijker richten op de rest van de wereld.

Iedereen heeft eigen verantwoordelijkheid voor de vitaliteit van de maatschappij. Dit klinkt soft, maar het motto moet zijn: ‘alles beter dan thuis zitten’. Werkloosheid moet betekenen dat al het werk wordt aangepakt. Het begrip ‘passende arbeid’ zou niet mogen bestaan. Het ten onrechte afwentelen op de overheid moet worden aangepakt. Oneigenlijk gebruik van uitkeringen is nog steeds een probleem. De Nederlandse ouderenzorg (AWBZ) is onbetaalbaar geworden, doordat we veel te royaal zijn geweest. Het zo organiseren dat de overheid betaalt, werd het doel. Nieuw elan is nodig. Vertrouwen leidt ertoe dat één plus één uiteindelijk meer is dan twee.

Arnoud Boot is hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam.