Knisperend richting oorverdovend

Gelders en Brabants Orkest. Werken van Tsjaikovski en Sjostakovitsj. Gehoord: 16/11 De Vereeniging Nijmegen. Inl: hetgeldersorkest.nl

Voor een klein orkest is fors bezet symfonisch repertoire normaliter onuitvoerbaar. Het Gelders Orkest verzon een list en belde met Brabant: aangevuld met leden van het Brabants Orkest maakt het gezelschap uit Arnhem deze dagen een tournee met de Zevende symfonie ‘Leningrad’ van Dmitri Sjostakovitsj. In april 2013 worden de rollen omgedraaid en speelt het Brabants Orkest aangevuld met leden van het Gelders Orkest Mahlers Negende symfonie. Een slim recept, zakelijk gezien – meer mankracht zonder veel extra kosten. En: artistiek zeer geslaagd. Dat moet een hart onder de riem zijn, nu voor verschillende orkesten nauwe samenwerking of fusie in het verschiet ligt.

Voor de vaste Gelderse gastdirigent Nikolai Alexeev vormt Sjostakovitsj de kern van het kernrepertoire. Zijn doorwrochte visie op de Zevende symfonie sprak uit talloze details, en bovenal uit het kraakheldere betoog waarmee hij vijf kwartier muziek bijeenhield. Het beroemde ‘invasiethema’ uit het eerste deel kende een zinderende opbouw, van knisperend pizzicato naar een verpletterende ontlading. Letterlijk: het volume was amper draaglijk; maar men kan deze muziek bezwaarlijk zachtjes spelen. Daarbij realiseerde Alexeev met zijn mengorkest een knappe strijkersklank. De talrijke solo’s werden door de orkestleden met verve gebracht; de basklarinetsolo in het tweede deel was verrukkelijk.

Nijmegen liep niet massaal uit voor dit evenement. Behalve een overrompelende Sjostakovitsj liep men Tsjaikovski’s Rococovariaties mis, die voor luchtig tegenwicht zorgden. Solist Pieter Wispelwey onderstreepte zijn wereldklasse door de virtuoze lichtvoetigheid te benaderen met een krachtige kippenveltoon, soms een tikje ruig, vaker intiem, steeds vervoerend.