In Syrië schiet het lekker op

Soms heb je dat. Dan lees je een standaard-formulering, maar opééns denk je: huh?

Mij overkwam dat vorige week toen Frankrijk de gereorganiseerde Syrische oppositiecoalitie erkende als „de enige wettige vertegenwoordiger van het Syrische volk”, en „dus als toekomstige voorlopige regering van een democratisch Syrië”.

Want wie bepaalt dat eigenlijk? Is het Syrische volk iets gevraagd? Bashar al-Assad kondigt op dezelfde manier zijn wettigheid af.

De gereorganiseerde Syrische oppositie – de Syrische Nationale Coalitie voor Oppositie en Revolutionaire Eenheden – is hoe dan ook meer een product van het buitenland dan van de Syrische volkswil. De verdeelde en ineffectieve Syrische Nationale Raad, die vorig jaar in Turkije werd opgericht om die ‘wettige vertegenwoordiger’ te worden, kreeg vorige maand van de Amerikaanse minister Clinton te verstaan dat hij moest plaatsmaken voor een breder samengestelde coalitie. Een paar weken bood de Raad nog verzet, maar toen bezweek hij onder zware internationale druk. Het is onbekend wat het Syrische volk ervan vond.

De nieuwe coalitie werd een ruime week geleden door Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten, met Amerikaanse en Turkse steun, in elkaar getimmerd in het Sheraton-hotel in de Qatarese hoofdstad Doha. Doorslaggevend verschil met de Nationale Raad is dat de Nationale Coalitie behalve opposanten in het buitenland ook activisten uit het binnenland en rebellenvertegenwoordigers omvat. De nieuwe leider is de gematigde geestelijke Moaz al-Khatib, die de toenemend fundamentalistische strijders in Syrië in toom moet houden. Maar voor het evenwicht zijn zijn secondanten seculier.

Het buitenland, althans het anti-Assad buitenland, wil een adres hebben voor eventuele wapenleveranties en een voor dat buitenland acceptabel alternatief voor het leiderschap in Damascus. Voor wanneer Assad tezijnertijd bezwijkt.

Het is zeer onzeker of deze nieuwe coalitie wél effectief en verenigd zal zijn. Integendeel, veel oppositiepolitici zijn er aan hun haren heen gesleurd. En de gewapende oppositie is nog steeds opgesplitst in ook elkaar bekampende groepen.

Behalve Frankrijk hebben niettemin ook de Arabische Golfstaten en Turkije de Nationale Coalitie meteen tot ‘enige wettige vertegenwoordiger’ verheven. Amerika heeft meegedeeld bemoedigd te zijn, maar even te willen aanzien hoe de nieuwe organisatie zich ontwikkelt.

Maar dat hoeft echt geen maanden te duren. Neem de Britse regering. Die maakte vrijdag bekend de Nationale Coalitie graag te willen erkennen. Maar ze wilde eerst meer weten over haar plannen en of ze „werkelijke steun” in Syrië heeft. „Een paar dagen” dacht men daarvoor nodig te hebben.

Nu schiet het lekker op in democratisch Syrië.

Carolien Roelants