Imitatie is zelfmoord. Of toch niet?

Kees ’t Harts nieuwe, spannende roman is een geraffineerde hommage aan Alfred Hitchcock.

De roman Hotel Vertigo van Kees ’t Hart is een fantastisch eerbetoon aan filmregisseur Alfred Hitchcock, en een lofzang op de verbeelding. Een terugkerend thema in het werk van ’t Hart is het onvermogen om in aanraking te komen met de wereld waar je bij wilt horen, met de mensen die je bewondert. Een effectieve manier om die contacten toch te leggen is ze te verzinnen, erover te dromen.

Apothekerszoon Vincent van Zandt is zeventien en woont in Nijmegen waar hij zich te pletter verveelt. We schrijven 1957. Uitgaan is er niet bij, behalve een keer naar de bioscoop voor Hitchcocks Rear Window. Daarin ziet een man in een appartement aan de overkant iemand een moord plegen. Niemand gelooft hem, maar uiteindelijk blijkt het de waarheid te zijn. Deze film prikkelt de fantasie van Vincent. Om aan zijn saaie werkelijkheid te ontsnappen verliest de teruggetrokken gymnasiast zich in een waanzinnige dagdroom.

Of is het echt gebeurd dat hij Hitchcock himself ontmoet en als manusje van alles meewerkt aan diens in 1957 opgenomen film Vertigo? Een ongelooflijk verhaal, dat uiteindelijk waar blijkt te zijn, tenzij de ontknoping – vijftig jaar later – ook weer inbeelding is. Maar doet dat er toe? Niet voor Vincent, die zijn hele leven op zijn inspirerende fantasieën kon teren. En ook niet voor de lezer, die in een soort 3D-versie van Vertigo belandt: we krijgen interpretaties van en achtergronden bij Hitchcocks film en de uitwerking ervan op een ontvankelijke kijker. In wezen gaat Hotel Vertigo over de stof waarvan (dag)dromen zijn gemaakt.

In Vincents leven lopen droom en werkelijkheid tijd door elkaar, soms lopen ze in elkaar over. Dan krijgt hij last van ‘vertigo’, duizelingen veroorzaakt door hoogtevrees of door de angst los te raken van de werkelijkheid. Vincent lijdt aan de angst die Hitchcock in zijn films verbeeldt: om te hoog te vliegen, om diep te vallen, om ontmaskerd te worden.

De roman begint in 2008 als de inmiddels 68-jarige Vincent in San Francisco is. Uiteraard verblijft hij in Hotel Vertigo, het vroegere Hotel Empire waar zich een sleutelscène uit Vertigo afspeelt. Alles in het hotel is erop gericht de gasten het gevoel te geven dat zij zelf een rol in die film spelen. De receptionist kleedt zich als de aan hoogtevrees lijdende hoofdpersoon Scottie (James Stewart) en op de stoep voor het hotel doet een als Kim Novak in haar rol van Judy uitgedoste prostituee goede zaken. Aan haar en aan de receptionist vertelt Vincent het doel van zijn komst. Hij zoekt het meisje Lee Jones, met wie hij in 1958 in de second unit (een technisch team dat locaties filmt) voor Vertigo werkte.

Het huis waar hij Lee had leren kennen, blijkt een afkickkliniek te zijn, geleid door de nog in de kinderschoenen staande organisatie Synanon. Die organisatie, onder leiding van Chuck Dederich, bestond echt, opgericht in 1958 en in 1991 ten onder gegaan aan schandalen en criminaliteit. Kees ’t Hart laat Vincent helemaal opgaan in de zelfhulpideologie van Dederich. Diens slogans ‘Today is the first day of the rest of your life’ en ‘Imitation is suicide’ zijn voor hem even levensbepalend als Hitchcocks aantekeningen in het second-unit-draaiboek voor Vertigo.

Imitation is suicide. Of toch niet? Kunnen fantasieën, al dan niet in gang gezet door grote voorbeelden die je wilt navolgen, niet ook levensreddend zijn? Vincent ontdekt tijdens zijn zoektocht dat wat hij in 1958 heeft beleefd echt waar is. De bewijzen worden hem letterlijk in de schoot geworpen. Tenzij hij opnieuw vlucht in zijn oude fantasie en die van een happy end voorziet. Hoe dan ook: Hotel Vertigo is een onnavolgbaar geraffineerde, superspannende roman die Hitchcocks Vertigo in een heel nieuw licht plaatst.

Kees ’t Hart: Hotel Vertigo. Querido, 300 blz. €19,95 ****