Epke heeft pas 'effect' als bond plan heeft

Wil de Nederlandse turnbond (KNGU) profiteren van de gouden medaille die Epke Zonderland won op de Olympische Spelen in Londen, dan is haast geboden. Dat zegt Maarten van Bottenburg, hoogleraar sportontwikkeling aan de Universiteit Utrecht. Hij baseert zijn standpunt op onderzoek naar het verband tussen sportsucces en verhoogde sportparticipatie.

Het is volgens Van Bottenburg allerminst vanzelfsprekend dat het succes van Zonderland tot een grotere, blijvende populariteit van turnen leidt. Momenteel is turnen populair bij jongens door het succes van Zonderland, maar de kunst is om die interesse vast te houden. Volgens Van Bottenburg is alleen sprake van een ‘Epke-effect’ als de turnbond een plan heeft om het succes te gelde te maken. „Het momentum moet worden benut.”

De turnbond heeft een campagne voor de kerstvakantie in voorbereiding. De KNGU houdt dan met clubs en Zonderland Het Grote Gymfeest met proeflessen, workshops en demonstraties.

Volgens Van Bottenburg heeft een sportsucces alleen tot een verhoogde deelname geleid nadat judoka Anton Geesink in 1964 goud had gewonnen op de Spelen in Tokio en na de winst van darter Raymond van Barneveld bij de World Championship van 1998 en 1999. De schaatssuccessen van Ard Schenk en Kees Verkerk, de Tourzeges van Jan Janssen en Joop Zoetemelk, de Europese titel van het Nederlands voetbalelftal, de Wimbledonzege van Richard Krajicek en de gouden medailles van Ellen van Langen, Inge de Bruijn, Pieter van den Hoogenband en de volleybal- en waterpoloploegen hebben volgens hem niet tot een toename van leden bij de bonden geleid.

Turnbond opgelet: pagina 28-29