Een saaie klerk zet in Birma de poort weer open

Birma is plots een geliefde bestemming voor westerse politici en zakenlieden. En dat komt voor een groot deel door president Thein Sein.

In this picture taken on Saturday Nov 17, 2012,workers paint the fence of Yangon University, where President Barack Obama is scheduled to deliver a speech on Monday, Nov. 19, 2012, Yangon, Myanmar. Since colonial times, the fight for change in Myanmar has begun on this leafy campus. It was a center of the struggle for independence against Britain and served as a launching point for pro-democracy protests in 1962, 1974, 1988 and 1996. For many, the school has today become a symbol of the country’s ruined education system and a monument to a half century of misrule. (AP Photo/Gemunu Amarasinghe) AP

Redacteur Azië

Rotterdam. Zelfs in zijn stoutste dromen zal de Birmese president Thein Sein (67) – van nature toch al een sober mens – niet hebben gedacht dat hij nog geen twee jaar na zijn aantreden president Obama zou mogen verwelkomen. Juist de Verenigde Staten hadden Birma, dat decennia zuchtte onder een meedogenloze junta, in de ban gedaan en door de jaren heen een lange reeks sancties opgelegd.

Thein Sein was zelf nota bene het grootste deel van zijn loopbaan een prominent lid van diezelfde verfoeide junta. Dat Obama ook een ontmoeting zal hebben met Birma’s bekendste politicus, Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi, doet daaraan niets af.

Veel is er nog altijd niet bekend over Thein Sein, ook niet op cruciale punten. Waarom is hij bijvoorbeeld president geworden? Gebeurde dat op gezag van generaal Than Shwe, de sterke man die al twee decennia de lakens uitdeelde binnen de junta? Het lijkt waarschijnlijk, omdat Thein Sein nooit over een eigen machtsbasis heeft beschikt. Maar behalve een handjevol topmilitairen, die er het zwijgen toe doen, weet niemand hier nog het fijne van.

Zeer speciale kwaliteiten lijkt Thein Sein niet te hebben. „Niet ambitieus, niet besluitvaardig, niet charismatisch maar bijzonder oprecht”, zo typeerde een voormalige speechschrijver van de president zijn baas tegenover The New York Times.

Evenmin is hij een meeslepend spreker. Zijn antwoorden via de tolk zijn kort en bondig, maar tegelijk diplomatiek. Gevraagd naar zijn visie, zei hij in januari tegen The Washington Post: „Ik geloof dat u onze doelen kent, en die zijn: vrede en stabiliteit en ontwikkeling voor ons land.”

Maar zijn oprechtheid is een belangrijke troef. Daarmee wist Thein Sein niemand minder dan Aung San Suu Kyi ervan te overtuigen dat het zijn regering menens is met de hervormingen, toen zij in 2011 een bezoek bracht aan zijn paleis in de nieuwe, megalomane hoofdstad Nay Pyi Taw. De Nobelprijswinnares, die hem met haar charisma, buitenlandse ervaring en heroïsche verleden overtroeft, besloot hem het voordeel van de twijfel te gunnen. Ze aanvaardde zijn uitnodiging om mee te doen aan het politieke proces.

Daarbij speelt mee dat Thein Sein zich nog op een andere manier onderscheidt van zijn vroegere collega-generaals: hij is voor zover bekend niet corrupt. Generaal Than Shwe wekte bijvoorbeeld de woede van veel arme landgenoten – de overgrote meerderheid van de bevolking –, toen op een uitgelekte video van de huwelijksreceptie van zijn dochter bleek hoezeer de militaire elite in weelde baadt.

Zulke luxe past niet bij Thein Sein, zelf vader van twee dochters. Mensen uit zijn omgeving omschrijven hem als een vrome boeddhist. „Eigenlijk zullen sommigen wel denken dat hij te goed is om politicus te zijn in zo’n immorele wereld”, zei Ko Ko Hlaing, een militair die nu als Thein Seins adviseur optreedt, begin dit jaar.

Nog meer mensen zullen zich intussen afvragen hoe zo’n hoogstaand mens verzeild raakte bij zo’n boevenbende als de Birmese junta. Waarom koos hij destijds voor een militaire loopbaan? Die keuze lijkt vooral samen te hangen met zijn bescheiden afkomst. Hij werd geboren in een dorpje ten zuidwesten van Rangoon als zoon van landloze boeren. Zijn vader, volgens de overlevering een relatief goed opgeleide man die na de dood van zijn vrouw monnik werd, verdiende de kost met het vlechten van bamboematjes. Voor een slimme, maar arme jongen als Thein Sein bood het leger een aantrekkelijke mogelijkheid vooruit te komen.

Als militair nam Thein Sein veel ambtelijk werk voor zijn rekening. Maar in 1988 was hij als officier wel degelijk betrokken bij de bloedige onderdrukking van vreedzame protesten tegen het militaire gezag. Als commandant in de oostelijke provincie Shan onderhield hij naar verluidt bovendien goede banden met drugsbazen. En tijdens een andere neergeslagen opstand, die van monniken in 2007, was hij waarnemend premier.

Bij de vernietigende orkaan Nargis, waarbij in 2008 130.000 Birmezen omkwamen, was hij verantwoordelijk voor de hulpverlening. Hooghartig wezen de Birmese autoriteiten buitenlandse hulp af, waarna de overlevenden vrijwel geheel verstoken bleven van welke hulp dan ook. Toch, zeggen waarnemers in Birma, stak Thein Sein ook toen gunstig af bij zijn collega-generaals. Die bleven hoog en droog in Nay Pyi Taw zitten, terwijl Thein Sein zich tenminste per helikopter naar het rampgebied spoedde om poolshoogte te nemen.

Weinig wijst er op dat Thein Sein zich in al die jaren ooit verzette tegen de wandaden van de junta. Veeleer was hij een loyale meeloper. Daarom waren de verwachtingen niet hoog toen hij begin vorig jaar aantrad als president van een regering van die militairen in burgerplunje. „Hij zal zijn nek niet uitsteken. Hij is geen vuurspuwende draak, dus hij zal geen bedreiging vormen voor Than Shwe”, voorspelde Aung Zaw, hoofdredacteur van de Birmese krant Irrawaddy die in Thailand verschijnt.

Des te groter was de verrassing toen Thein Sein naar Birmese maatstaven bijna revolutionaire hervormingen ontketende. Het leeuwendeel van de politieke gevangenen is vrijgelaten, de censuur is aanzienlijk versoepeld, er is een wapenstilstand afgekondigd met de meeste etnische groepen, en Aung San Suu Kyi zit in het parlement na een verpletterende overwinning van haar partij, de Nationale Liga voor Democratie, bij de tussentijdse verkiezingen dit voorjaar in enige tientallen districten. Het waren de eerste vrije verkiezingen sinds 1990. Een democratie is Birma nog niet, want de militairen maken nog de dienst uit. Maar Thein Sein heeft gezegd dat hij zich kan voorstellen dat Aung San Suu Kyi hem opvolgt na 2015.

Ook op buitenlands politiek terrein gooide Thein Sein het roer om. Tot schrik van de Chinezen zette hij vorig jaar de bouw stil van de enorme Myitsone-stuwdam, die veel elektriciteit voor China had moeten opleveren. Daarmee maakte hij duidelijk dat hij meer afstand tot China wenste. Een geste, die dankbaar door de VS werd verwelkomd. Al enkele weken later kwam minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton op bezoek.

Dankzij de hervormingen hebben veel westerse landen, waaronder ook de VS, hun sancties deels of geheel opgeheven. Daarmee is de weg vrij voor buitenlandse investeringen in het land, dat daarvan al zo lang verstoken is. Verhoging van de welvaart in zijn land is de voornaamste doelstelling van Thein Sein. Mogelijkheden genoeg in dat opzicht, want Birma heeft veel gas, teakhout, jade, robijnen en andere mineralen. De kunst voor hem is ervoor te zorgen dat niet alleen een kleine kliek aan de haal gaat met de winst.

Nog altijd staat niet vast of Thein Sein zelfstandig zijn gang kan gaan of dat hij nog steeds aan de leiband van Than Shwe loopt. Maar steeds meer mensen zijn ervan overtuigd dat de hervormingen en democratisering in Birma niet meer worden teruggedraaid. Het bezoek van president Obama is daarvoor een nieuw teken.

Verscheidene westerse commentatoren hebben Thein Sein zelfs al vergeleken met Michail Gorbatsjov of met F.W. de Klerk in Zuid-Afrika. Sterker nog, ze beginnen hem als onmisbaar te beschouwen en vragen zich bezorgd af of zijn zwakke hart – hij heeft een pacemaker – hem geen ontijdig einde zal bezorgen.