Door ‘lokaal DNA’ kon zaak snel worden opgelost

Maanden zou het DNA-onderzoek in de zaak-Vaatstra duren. Hoe kon er zo snel een verdachte worden gevonden?

Voor het DNA-onderzoek in september werden 7.300 mannen opgeroepen. Foto ANP

Grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek, nog geen twee maanden terug begonnen, leidde tot aanhouding van een verdachte. Aanvankelijk werd gerekend op vijf tot zes maanden onderzoek.

1Heeft de verdachte echt zelf DNA afgestaan?De vader van Marianne Vaatstra zei vanmorgen in een radio-interview dat hem was verteld dat de verdachte man zelf DNA heeft afgegeven. Als hij echt de moord gepleegd heeft, wordt het interessant te horen waarom hij dat heeft gedaan.

2Hoeveel mannen hebben DNA afgestaan? Tijdens de eerste campagne rondom Zwaagwesteinde, waar Vaatstra woonde, is DNA afgenomen bij 6.514 mannen, bijna 90 procent van de circa 7.300 opgeroepen mannen. In eerste instantie waren 8.080 mannen kandidaat voor afname van wangslijm. Zij woonden ten tijde van de moord binnen 5 kilometer van de ‘plaats delict’ en waren tussen 16 en 60 jaar oud. Inmiddels zijn ruim 300 van hen overleden en ongeveer 400 verhuisd. Die verhuisde mannen hebben vaak nog apart een oproep gekregen. Ook heeft de politie mannen nagebeld die niet waren verschenen om DNA af te staan.

3Wat is er met die DNA-monsters gebeurd?Die zijn verwerkt op het Nederlands Forensisch Instituut in Den Haag. Dit verwerkt 400 monsters per week. Eerst is alleen DNA van het Y-chromosoom van alle monsters vergeleken met de karakteristieken van het Y-chromosoom uit het dader-DNA dat op Marianne Vaatstra was gevonden. Zodra er een ‘hit’ op het Y-chromosoom kwam, is de rest van het DNA vergeleken. Daar is dus nu snel een verdachte mee gevonden. Geluk, zegt het instituut.

Een eerste scan op het Y-chromosoom is niet alleen sneller, het laat ook duidelijk zien of een DNA-monster afkomstig is van een familielid (in mannelijke lijn) van de dader.

Er was een flinke kans dat de dader zelf niet zou komen opdagen om wangslijm af te laten nemen. Als er wel mannelijke familieleden meededen, zou het net rond de dader zich met dit onderzoek toch sluiten.

4Deze aanpak lijkt erg succesvol. Gaat dit vaker gebeuren?Dit soort DNA-verwantschapsonderzoek bij mensen die alleen kan worden ‘aangerekend’ dat ze in de buurt van een moord woonden, is door een wetswijziging per april van dit jaar mogelijk geworden. De muurvast zittende zaak-Vaatstra was de eerste waarin het plaatsvond, omdat de voorwaarden gunstig waren. Zo waren er aanwijzingen dat Marianne haar moordenaar kende. Er zat een aansteker van de dader in haar tas. De dader was, net als zij, op de fiets. De fiets was een aanwijzing dat de dader nabij kon wonen. De mensen rond Zwaagwesteinde zijn tamelijk honkvast. Ze verhuizen niet ver. Uit het gevonden DNA-materiaal van de dader was al duidelijk dat hij een ‘lokaal’ Y-chromosoom had. Bij aanvang van het onderzoek is direct gezegd dat de kans op succes na zo lange tijd in een grote stad veel kleiner, zo niet nihil zou zijn geweest.

Voorzitter Bart Nooitgedagt van de Vereniging van Strafrechtadvocaten noemt de opsporingsmethode te kostbaar om op grote schaal toe te passen. „Het lijkt mij ook niet goed dat justitie een enorme berg aan DNA-materiaal gaat verzamelen. Nu bestaat de verplichting om het verzamelde materiaal van alle andere personen dan de verdachte te vernietigen. Maar in het huidige tijdsgewricht gaan zo meteen natuurlijk stemmen op die zeggen: laten we toch maar al het materiaal bewaren. Het kan altijd nog eens van pas komen. Dat moeten we niet willen.”