‘Die Engelse termen enerveren me’

Jos Digneffe (spreek uit: Zjos … ) is oud-voorzitter van de Belgische vakbond ACOD Spoor. Van huis uit spreekt hij het Belgisch Limburgse dialect, in zijn oren is het de mooiste taal die er bestaat. Managerstaal hoort hij noodgedwongen aan.

„Ik ben op het spoor als laagste graad bediende begonnen en stap voor stap opgeklommen. Het hele boeltje heb ik doorlopen. Toch heb ik me nooit gehinderd gevoeld door de taal, want de vaktaal is binnen de spoorwegen op elk niveau hetzelfde. De stap van de actieve dienst naar de vakbond was nog het moeilijkste.

„Wat me daar enerveert, is het gebruik van al die Engelse termen. Tot acht jaar geleden had ik altijd een spoormens als baas. Daarna kregen we drie managers die nog net van treinen weten dat ze niet op banden rijden. In het begin, als ik bijvoorbeeld in een vergadering met de directie een slide show te zien kreeg, moest ik een woordenboek Engels meenemen. Cash flow, break even point, worst case scenario: daar zijn toch mooie Nederlandse woorden voor? Ik heb mij dat eigen gemaakt, natuurlijk, ik moest mij aanpassen. Maar ik zie het als een manier waarop die mannen iemand als ik proberen te overbluffen. Vooral omdat het over financiën gaat, want daar draait het altijd om. Terwijl ik wil praten over hoe het bedrijf functioneert en of de arbeiders zich er gelukkig in voelen.

„Over de spoorwegen durf ik met iedereen de discussie aan. Maar in andere gesprekken meng ik mij niet met deze mensen. Zeker niet met de nieuw-liberalisten. Als ik daar twee minuten mee moet discussiëren, dan clasht het al. Wat ik kan en ken, daar ga ik voor; wat ik niet ken, daar houd ik me in gesprekken verre van.”