De patiënt mag niet meer zelf kiezen

Patiënten moeten van Rutte II naar artsen met wie hun verzekeraar zaken doet. Maar dóén ze dat ook? Of blijven ze liever hun eigen arts trouw?

Illustratie Rhonald Blommestijn

De kosten in de ziekenhuiszorg blijven stijgen, ondanks maatregelen die dat de afgelopen zes jaar moesten afremmen. Vorig jaar besteedde Nederland 23 miljard euro aan scans, poli’s, heup- en knieoperaties, spoedhulp, bestraling, intensive care en hartoperaties. In 2001 was dat ‘nog maar’ 11 miljard euro. De bevolking vergrijst, artsen kunnen steeds meer en patiënten verwachten de beste zorg. Bovendien worden medisch specialisten betaald per verrichting. Behandelen en opereren loont.

Wat is de maatregel?

De patiënt krijgt een behandeling voortaan alleen nog volledig vergoed als het gebeurt bij een dokter met wie zijn verzekeraar prijsafspraken heeft. Dat komt doordat de ‘restitutiepolis’ verdwijnt; patiënten met zo’n polis kregen tot nu toe alle behandelingen vergoed – ook in een ziekenhuis waarmee hun verzekeraar geen contract had. Voortaan bestaat voor het basispakket alleen nog de ‘naturapolis’. Bedoeling is dat patiënten zo bij de beste, goedkoopste en efficiëntste ziekenhuisafdelingen terechtkomen en niet zozeer bij de arts waar, bijvoorbeeld, de buurvrouw het zo goed had getroffen.

Ook zullen verzekeraars en ziekenhuizen weer afspraken maken over hoeveel verrichtingen ziekenhuizen mogen leveren.

Dit jaar spraken ze af 2,5 procent meer zorg te verlenen (kosten te maken) dan in 2011. Het nieuwe kabinet wil dat dit komend jaar 2 procent wordt. Gevolg is onderlinge concurrentie tussen ziekenhuizen: het ene mag bijvoorbeeld niet meer heupoperaties doen dan het jaar ervoor. Het andere ziekenhuis juist meer. Zorgverzekeraars horen lage prijzen af te dwingen in onderhandelingen met de ziekenhuizen.

Gaat dit werken?

Henk Vergunst, financial controller van het Ikazia Ziekenhuis, twijfelt. Neem dit fictieve voorbeeld: een oude vrouw die in Rotterdam woont en last heeft van haar heup, kan voor een operatie terecht bij het Ikazia. Haar andere heup heeft ze daar twee jaar eerder ook laten vervangen. Ging heel goed. Nu heeft haar zorgverzekeraar in de tussentijd besloten geen heupoperaties meer te vergoeden in het Ikazia. Ze moet naar een ander Rotterdams ziekenhuis, waar haar verzekeraar wel prijsafspraken mee heeft. Daar werken ze efficiënter, vindt de verzekeraar.

Toch werkt de macht van de verzekeraar niet zo eenvoudig, zegt Vergunst. „Want: waar ligt haar loyaliteit? Bij de dokter die haar toen zo goed hielp? Of bij de verzekeraar? Als wij zeggen: stel de operatie een paar maanden uit en stap in december over naar die verzekeraar, die onze heupoperaties wél vergoedt, dan kan ze dat best doen.”

Gevolg van de loyaliteit is dat – in de eerste zes jaar van de ‘marktwerking’ bij ziekenhuizen – de meeste grote verzekeraars de meeste zorg bij veruit de meeste ziekenhuizen nog steeds vergoeden. Anders verliezen ze verzekerden en dus inkomsten.

Het is een houdgreep die ook bestuurder Marcel Visser, van het Tilburgse Elisabeth Ziekenhuis, ziet: „De marktmacht van de verzekeraar wordt groter, ze dwingen ons om de prijzen te drukken. Maar wij ziekenhuizen hebben ook macht: de patiënt wil naar het ziekenhuis in de buurt.”

Het schrappen van de restitutiepolis zal niet zulke grote gevolgen hebben, vermoedt Vergunst: „Als die oude vrouw haar heup tóch bij ons laat vervangen, ook al wil haar verzekeraar dat niet, dan krijgt ze heus nog het grootste deel vergoed. Zo gáát dat gewoon.” De operatie kost 10.000 euro, dus mevrouw moet bijvoorbeeld 1.000 zelf betalen. „Ja, dat is veel voor iemand met een klein pensioen.”