De burger blaft

Jarenlang vond de overheid dat de burger maar mondiger moest worden. Zo geschiedde. Maar intussen loopt de verbale agressie, vooral tegen lokale bestuurders, de spuigaten uit.

Even diep ademhalen, hier volgt een lange zin. Raadsleden in de gemeente Lingewaard werden vorige week bedreigd wegens het besluit over een trolleybustracé tussen Arnhem en Huissen, provinciebestuurders in Gelderland werden bedreigd om de komst van een ecoduct tussen de Veluwe en landgoed Hulshorst, de burgemeester van Utrecht moest worden beveiligd na een ernstige bedreiging in september, zijn collega in Helmond dook in 2010 onder wegens bedreigingen na het sluiten van een coffeeshop, de burgemeester van Hoogezand sloot vorig jaar na een bedreiging tijdelijk het gemeentehuis, en het gemeentehuis van Waalre ging bij wijze van dreigement afgelopen juli in vlammen op.

Wat is er aan de hand?

Eerst het goede nieuws. Het aantal meldingen van strafbare dreigementen aan het adres van nationale politici is afgelopen jaar gedaald: 107 meldingen, versus het bijna dubbele aantal van 201 een jaar eerder. Goed, de afname kan tijdelijk zijn: volgens politie Haaglanden, die de meldingen verzamelt, ligt de afname mogelijk aan het feit dat er in 2010 wél en in 2011 géén verkiezingen waren: rond verkiezingsdagen is er doorgaans een piek aan dreigementen.

Maar dan het slechte nieuws. Op lokaal niveau lijkt het bedreigen van bestuurders zich te ontpoppen tot een nieuwe volkssport. Liefst een op de drie burgemeesters zegt dit jaar te zijn bedreigd of geïntimideerd, zo blijkt uit de recent verschenen Monitor agressie en geweld openbaar bestuur, een enquête onder bijna 2.800 bestuurders van lagere overheden. In 2010 ging het nog om 29 procent van de burgemeesters. Ook raadsleden en wethouders, en provincie- en waterschapsbestuurders melden bijna steevast een toename van verbale agressie en bedreigingen. Zo namen bedreigingen aan het adres van provinciebestuurders toe van 12 procent in 2010 naar 20 procent in 2012.

Volgens Arno Korsten, honorair hoogleraar bestuurskunde aan de Universiteit Maastricht, is het dreigen door burgers opgekomen in de jaren tachtig. „In 1970 werd er nauwelijks een burgemeester bedreigd, in 1980 ook niet.” Daarna is de mondigheid van burgers snel toegenomen, zegt Korsten. Opvallend genoeg: dat wilde de overheid zélf. „De emancipatie van burgers werd al bevorderd onder het kabinet-Den Uyl. Burgers gingen zich meer organiseren in medezeggenschaps- en ondernemingsraden, op school en op het werk.” En ook in recente jaren heeft de overheid burgers aangesproken op de eigen verantwoordelijkheid. „Neem het kiezen van de eigen zorgverzekeraar”, zegt Korsten. „Eigenlijk zegt de overheid tegen de burger: toon scherpte, maak je eigen keuzes.”

Die autonomie werd ook aangewakkerd door de afbrokkeling van het traditionele gezag. „De bisschop, de agent, de leraar, allen hebben ze aan invloed ingeboet. Burgers werden teruggeworpen op zichzelf.”

Tegelijkertijd zijn er meer overheidsregels en -plichten bijgekomen waar burgers aan moeten voldoen. Vraag nu uw DigiD-nummer aan, zet hier uw vingerafdruk in uw paspoort en draag uw identiteitsbewijs altijd op zak. „Zelfs het rijden op de snelweg is complex geworden. Hier 80, daar 120, verderop 100. Wie houdt dat nog bij?”

Die veelheid aan regels slaat volgens Korsten als een boemerang terug op de overheid: de scherpte die de overheid van burgers eist, eist de burger ook terug. „De uitdrukking ‘door de vingers zien’ is sinds een jaar of tien verdwenen uit de persoonlijke woordenschat van burgers”, zegt Korsten. „O, zegt die burger nu, moet ik een hele middag wachten op een paspoort? Dat zullen we nog weleens zien.”

Bernt Schneiders, voorzitter van het Nederlandse Genootschap van Burgemeesters en zelf burgemeester van Haarlem, zegt: „Burgers zijn veel minder dan vroeger bereid om zich neer te leggen bij besluiten waar zij het mee oneens zijn. Denk aan bouwplannen, bestemmingsplannen en het intrekken van uitkeringen”. Niet voor niets is er vooral op lokaal niveau sprake van een toename van bedreigingen: de gemeente is de overheidslaag die het dichtst op de huid van de burgers zit.

Volgens Schneiders hebben de toegenomen bedreigingen van met name burgemeesters nog een andere oorzaak: diens grotere betrokkenheid bij de aanpak van georganiseerde misdaad. „Veel vaker dan vroeger spelen burgemeesters een leidende rol. Ze sluiten een coffeeshop, zoals in Helmond, of treden strenger op tegen vrijplaatsen als woonwagenkampen, zoals in Waalre.” Burgemeesters trekken weliswaar op met justitie, zegt Schneiders, maar ze zijn door hun publieke rol veel herkenbaarder. „En dus een makkelijker doelwit.”

Het zorgwekkendste, zegt Schneiders, is de impact van bedreigingen op de politieke besluitvorming. De eerdergenoemde monitor geeft hem gelijk: liefst 18 procent van de bestuurders van lagere overheden vindt het moeilijk om politieke beslissingen te nemen als er sprake is van een dreiging van agressie of geweld – een verdubbeling ten opzichte van 2010. En één op de tien bestuurders zegt dat besluiten daadwerkelijk worden beïnvloed door de beleefde dreiging. In 2010 was dat nog maar 2 procent van de bestuurders.

Laten bestuurders zich niet te veel kennen? Anders gezegd: is verbale intimidatie door de mondige burger niet simpelweg part of the job? Schneiders: „Zeker, als bestuurder opereer je nu eenmaal in een ruwere samenleving. Daar moet je deels tegen kunnen. Maar mij gaat het om de enorme toename van bedreigingen. Als intimidatie te vaak voorkomt, loopt de democratie gevaar.”

Volgens Schneiders moet het Openbaar Ministerie de dreigementen van lokale bestuurders dan ook extra serieus nemen. „Vijf, tien jaar geleden werden aangiftes van bedreigingen aan het adres van bestuurders geregeld geseponeerd. Ook het OM vond toen: intimidatie hoort er een beetje bij.” Nu verandert die houding, zegt Schneiders. „Aangiftes leiden vaker tot rechtszaken, in elk geval hier in Haarlem. Het OM ziet kennelijk in dat het draait om een bedreiging van de integriteit van de staat.”

Ook de geplaagde bestuurders moeten volgens de burgemeester een rol spelen in de strijd tegen bedreigingen. „Mijn advies: terugblaffen. Laat het gescheld of gedreig van burgers niet over je kant gaan.” Een inwoner van Haarlem schreef recent ‘vreselijk grove’ brieven aan een gemeenteambtenaar, vertelt Schneiders. „Ik kreeg ze onder ogen en schreef een brief terug: ‘U heeft precies een week om uw excuses aan te bieden, anders doen wij aangifte wegens bedreiging van overheidspersoneel.’ Die excuses ontvingen wij per kerende post.”

Schneiders’ conclusie: „Een overheid die terugblaft zet schreeuwers aan het denken”.