Bloedige zondag in Dublin

NRC van 22 november 1920 .

Ernstige woorden wijdde NRC Handelsblad op 31 januari 1972 aan het conflict in Noord-Ierland. ‘Een intrigerende kant aan de kwestie-Ulster is dat de twee mogendheden die er rechtstreeks bij betrokken zijn, zich opmaken om per 1 januari van het volgend jaar volwaardig lid te worden van de Europese Gemeenschap. Dat maakt dat wij met minder onthechting de voltrekking van het drama in Noord-Ierland kunnen aanschouwen dan wij ten aanzien van gelijksoortige gebeurtenissen elders in de wereld ons kunnen veroorloven’.

De schrijver van het commentaar had alle reden verontrust te zijn. De dag ervoor hadden Britse parachutisten dertien mensen doodgeschoten tijdens een vreedzame maar verboden mars in Londonderry , stond in de opening van de krant. ‘Het regent sinds gisteravond verontwaardigde protesten en verklaringen’.

De schietpartij, waarvoor de Britse premier Cameron twee jaar geleden alsnog excuses aanbood, zou de geschiedenis ingaan als ‘Bloody Sunday’. Maar de Ierse onafhankelijkheidsstrijd heeft in een verder verleden nog een ‘bloedige zondag’ gekend – toen waren de slachtoffers juist de ‘bezetters’.

‘Een moordpartij te Dublin’, kopte de Nieuwe Rotterdamsche Courant op maandag 22 november 1920. ‘Londen, 21 November. (Reuter). Vanochtend om negen uur is te Dublin een gelijktijdige aanval gedaan op officieren en oud-officieren in hun woning in verschillende wijken van de stad. Er werden veertien officieren gedood en zes gewond. Drie moordenaars zijn gevat. Twee politieagenten, die ter versterking waren gezonden, werden onderweg gedood’.

De meeste slachtoffers behoorden tot de zogeheten Cairo Cang, Britse geheimagenten die naar Dublin waren gestuurd om operaties tegen de ondergrondse IRA te leiden. De aangevallen officieren ‘waren zo goed als weerloos, daar de meesten van hen nog op bed lagen, en twaalf van hen lieten het leven’, aldus de NRC. ‘Aan een huis verschenen veertig man op fietsen en vermoordden den overrompelden officier.’

Later die dag vielen nog meer slachtoffers, ook onder burgers. ‘De overheid gelooft, dat velen van de moordenaars van het platteland waren gekomen, kwansuis om een grooten voetbalwedstrijd bij te wonen (..). De soldaten en de politie begaven zich daarom ’s middags naar het voetbalveld, waar zij dadelijk vuur kregen van de piketten van de Sinn-Feiners. Zij schoten terug en verscheidene menschen werden gedood en gewond.’