Bedrijven laten het afweten – waarom?

Wat is aan de hand met Nederland? Om te beginnen met het bedrijfsleven, de motor van de economie.

De krimp in het derde kwartaal met 1,1 procent is mede te wijten aan de teruglopende investeringen in gebouwen, machines en auto’s. Die liggen ruim 6 procent lager dan een jaar geleden.

De teruggang van investeringen veroorzaakt slinkende werkgelegenheid in bedrijfstakken als industrie en energie (min 12.000 banen in een jaar) en bouwnijverheid (min 17.000).

De conventionele wijsheid is dat consumenten kopschuw zijn. Dat ze de hand op de knip houden. Dat banken moeilijk doen met krediet. Dat daarom huizenprijzen dalen. En dat door de sores elders in Europa onze exportmachine nu ook hapert. En wie minister is of coalitielid zegt dat het regeerakkoord aan alle onzekerheid een eind heeft gemaakt en dat we de woningmarkt vlot gaan trekken. Tot zover de politieke propaganda.

De somberheid van de consument kan de investeringskrimp echter niet bevredigend verklaren. De economische malaise na 2007 heeft de rendementen van ondernemingen getroffen, maar dat is eerder een correctie op een eerdere piek. Uit gegevens van het Centraal Planbureau (CPB) blijkt dat de bedrijfsrendementen op het niveau van begin deze eeuw liggen. Prima voor een periode van krimp. Nog meer goed nieuws: de rente is laag, ook al klagen ondernemers dat banken gierig zijn bij het geven van extra kredieten.

Nee, onder de oppervlakte roert zich een ongure trend; een trend van structureel dalende bedrijfsinvesteringen. Dat is geen klacht die wordt ingegeven door antikapitalistische SP/PVV-sentimenten dat overbetaalde topmanagers fabrieken sluiten om aan de verlangens van (buitenlandse) beleggers te voldoen. Het structurele manco is inmiddels bijna geaccepteerde wijsheid.

In januari concludeerden twee medewerkers van het ministerie van Economische Zaken, Raoul Leering en Laura Vissenberg, in vakblad ESB dat het bedrijfsleven in Nederland zonder duidelijke reden over een breed front minder investeert dan ondernemingen in vergelijkbare landen als Duitsland en België. Een maand later koos Leering met Guido Schotten van De Nederlandsche Bank op de website MeJudice.nl voor een andere invalshoek: bedrijven verkiezen een volle kas boven investeringen. Het waarom is een puzzel.

Nu geeft de top van de Haagse adviseurs, de invloedrijke Centrale Economische Commissie (CEC), de puzzelstukjes door in hun advies aan informateurs en kabinet. De CEC geeft onder leiding van secretaris-generaal Chris Buijink van Economische Zaken de hoofdlijnen. Het lage peil van de investeringen dateert van vóór de crisis. Het bedrijfsleven legt meer kapitaalbuffers aan en investeert wél grif in het buitenland. Hun voorzichtige conclusie: het investeringstekort kan „ook een teken zijn dat Nederlandse bedrijven steeds minder investeringskansen zijn gaan zien binnen de landsgrenzen”. Anders gezegd: ondanks drie decennia bedrijfsvriendelijke politiek en historische hervormingen die werknemers treffen is het bedrijfsleven in staking gegaan.

De redacteuren Maarten Schinkel en Menno Tamminga schrijven in deze wisselcolumn over economische ontwikkelingen.