Bank of England is het beste af met buitenstaander

De Bank of England (BoE) heeft een forse crisis achter de rug en moet zich bezinnen op haar rol, doelstellingen en operationele filosofie. De mogelijkheden daartoe zijn ruimschoots aanwezig. De huidige gouverneur, Mervyn King, stapt in juni 2013 op.

De Britse centrale bank hoeft zich niet te schamen voor haar staat van dienst. Het was slechts één van de vele instellingen die geen oog hadden voor de excessen die tot de financiële crisis van 2008 zouden leiden. De afgelopen vijf jaar was het jaarlijkse inflatiepercentage met 3,3 procent slechts iets hoger dan de beoogde marge van 2 tot 3 procent. En sinds de crisis is de BoE er niet voor teruggeschrokken onconventionele maatregelen toe te passen.

Hoewel er voor al deze argumenten wel iets te zeggen is, zijn de argumenten voor een radicale koerswijziging sterker. Om te beginnen werd de BoE in het begin van deze eeuw niet zozeer door een nieuwe financiële logica, maar door een bekend probleem overvallen: de tweede zeepbel op de huizenmarkt binnen twee decennia. Voor haar lauwe reactie daarop bestaat geen excuus.

Bovendien hebben spelers op de financiële markten tijdens de crisis vaak geklaagd dat de BoE slecht geïnformeerd en weinig flexibel leek. Hoewel zij het de laatste tijd beter heeft gedaan, zou de instelling onder een gouverneur die van buiten komt waarschijnlijk minder snel weer in haar schulp kruipen.

Dan is er nog de weinig verheffende rol die de BoE heeft gespeeld rond de manipulatie van de Libor-rente: in goede tijden stelde de bank geen vragen en tijdens de crisis was zij niet helder; haar recente verklaring dat zij nooit bedrog heeft getolereerd is weinig overtuigend.

Ten slotte is het mandaat van de BoE onlangs verruimd, zodat zij erop kan toezien dat banken en ‘schaduwbanken’ de economie ondersteunen en geen schade berokkenen. Omdat financiële instellingen zich niet uit zichzelf zullen beheersen, moet een effectieve toezichthouder de nukken van bankiers en politici kunnen doorzien. De BoE is daarvoor te academisch en te naïef.

De Britse centrale bank heeft behoefte aan een culturele revolutie. Een nieuw gezicht aan de top is niet voldoende, maar wel noodzakelijk.

Geen van de mensen op de veronderstelde shortlist komt in de buurt van de ideale kandidaat. Paul Tucker, plaatsvervangend gouverneur, is favoriet. Wat zijn overige deugden ook mogen zijn, het feit dat hij al sinds 1989 bij de bank werkt, moet genoeg zijn om hem te passeren.

John Vickers is de sterkste kandidaat. Hij is een academische econoom van naam, maar geen slaafs volgeling van het conventionele monetaire denken. Hij heeft op topniveau bij de BoE gewerkt, maar is daar – zonder kleerscheuren – in 2000 vertrokken.

Het belangrijkst is dat zijn commissie die het Britse bankwezen moest onderzoeken, veel bankiers kwaad heeft gemaakt door verstandige aanbevelingen te doen. Hij is eerder bedachtzaam dan assertief, maar dat zou wel eens de beste manier kunnen zijn om gedurfder denken te stimuleren bij een instelling die dikwijls is omschreven als overdreven hiërarchisch.

Britse bankiers zouden de benoeming van Vickers verschrikkelijk vinden, evenals veel oudgedienden bij de BoE. De regering zou in hem ook wel eens een veel te onafhankelijke geest kunnen zien. Maar het land zou uiteindelijk dankbaar zijn.

Breakingviews is een dagelijks commentaar vanuit de City in Londen. Vertaling door Menno Grootveld.