In Brussel is Londen al afgehaakt

Het valt ook Brusselse diplomaten op die de Britten welgezind zijn: het Verenigd Koninkrijk drijft af van de Europese Unie. Ambtenaren en diplomaten in Brussel speculeren steeds meer over een Britse uittreding.

De onderlinge irritatie groeit. Zelden komt het in de Europese politiek voor dat een land in een vergadering wordt afgekapt. Maar vorige maand, vertelt een ambassadeur van een EU-lidstaat, deed de Britse minister van Financiën George Osborne tijdens overleg in Luxemburg, „zo hautain en vervelend dat de voorzitter hem de mond snoerde”.

Alexander Stubb, de Finse minister van Buitenlandse Zaken, zei laatst: „Het is eerlijk gezegd net 26 plus 1. Je ziet het in de buitenlandse politiek, economische politiek, alles wat met de euro te maken heeft. Alsof de boot vertrekt en een van je beste vrienden zegt: ‘bye bye’.”

Deze week, op een EU-top over de meerjarenbegroting 2014-2020, kan er al een forse scheur ontstaan. De Britten nemen zo’n hard standpunt in – ze willen de begroting verder beperken dan wie dan ook – dat een botsing met de andere lidstaten bijna onvermijdelijk is.

Aan kritische Britse standpunten is de EU al lang gewend. Laatst voerden ambtenaren en politici uit allerlei landen een discussie over de meerjarenbegroting. De Fransman, wiens land veel Europese landbouwsteun krijgt, wilde die steun handhaven. De Bulgaar wilde Europese subsidie voor arme regio’s op peil houden. De Deen bepleitte meer onderzoek en innovatie. Toen kwam de Brit. Die zei: ,,Wat een stompzinnige numbers game. Niemand maakt een serieuze analyse van de begroting. Wat ging er fout? Wat zijn de effecten? Wat moeten we houden, wat kan weg?”

Het was even stil. Toen zei de man, die anoniem moet blijven: „Sorry hoor. In mijn land is het ministerie van Financiën sceptisch over overheidsuitgaven. Dat is hun rol: sceptisch zijn. In Europa stelt niemand kritische vragen. De Commissie en het Europees parlement willen altijd méér uitgeven. Dus speelt mijn land die rol. Iemand moet het doen.”

Elk land komt met nationale eigenaardigheden en taboes naar Brussel. Daar sluit je compromissen: daar dient Brussel voor. Maar de Britse standpunten zijn tegenwoordig zo radicaal en onverzoenlijk dat deals met Londen zoetjesaan onmogelijkheid lijken. Niet alleen over de begroting. Financiële regulering, bankentoezicht, transactietaks, 130 Europese justitieafspraken die Londen wil dumpen – overal stuiten EU-landen op Britse weerstand.

De crisis versterkt de kloof tussen de Britten en Europa. Dat begon al onder de vorige premier, Gordon Brown. Hij haatte Brussel en vocht keihard voor ‘zijn’ financiële industrie. Nu escaleert het verder. Onder druk van eurosceptische backbenchers in de conservatieve partij van premier David Cameron.

Vorig jaar december blokkeerde Cameron na een lange nacht vergaderen een Europese verdragswijziging voor méér begrotingsdiscipline. De andere landen – behalve Tsjechië – sloten daarop een apart verdrag. Merkel en de toenmalige Franse president Sarkozy hadden het zo gehad met Cameron, vertelt een aanwezige, „dat ook zij op ramkoers lagen. Niemand probeerde de boel te lijmen.”

Cynisch doen over de Britten is bon ton in Brussel. Maar vroeger ging het om samenzweringstheorieën of anekdotes. Nu stapelen concrete verwijten zich op. Het is moeilijk iemand te vinden die Cameron geen ,,lobbyist voor de City” noemt, en talloze voorbeelden kan geven. Een andere klacht: ,,De Britten lezen ons constant de les over de eurocrisis. Maar áls we in actie komen, blokkeren zij het!”

Landen die kritisch zijn over de Britse inbreng in Europa – zoals Frankrijk – kunnen dit op de begrotingstop of de top over het al even delicate bankentoezicht, in december, opnieuw gebruiken om op hún beurt een botsing te forceren. ,,Het getoeter van Cameron komt sommigen wel uit”, zegt een hoge Europese functionaris. Als de Britten de begroting torpederen, kun je maskeren dat je ook niet zo gelukkig was met bepaalde aspecten daarvan.

Bij hun toetreding in 1973 brachten de Britten de liberale, Atlantische vrije-marktconcurrentie in. Ze verhullen nooit dat ze bij de EU zitten om twee redenen: omdat je in de interne markt geld kan verdienen en omdat je als insider weet ,,what’s cooking” en kunt meebeslissen. Het Verenigd Koninkrijk vormde als groot land tegenwicht tegen Frankrijk, dat de Britse toetreding tweemaal had geblokkeerd.

Frankrijk heeft een centralistische, continentale cultuur en traditie. Duitsland zit er een beetje tussen. Decennialang hielden de drie grote landen elkaar in evenwicht. De Britten hebben aanzienlijke invloed gehad op de EU. Zij bevorderden met succes de uitbreidingen met nieuwe landen, om een grotere markt te krijgen en te zorgen dat een uitdijend Europa diepe integratie zou verhinderen.

Eerst haalden ze gelijkgezinde landen met liberale traditie binnen, zoals Zweden. Later kwamen Malta en de Oost-Europeanen. „Een verademing”, herinnert een hoge Brit bij een Europese instelling zich. „Je was niet meer alleen. We hadden vrienden in de Raad.”

Maar met de uitbreidingen verschoof het centrum van Europa óók oostwaarts. Europa werd continentaler. Dat ontdekten de Britten pas toen de crisis kwam. Hun respons op de in Brussel voorgestelde bankregulering staat haaks op die van veel anderen. Aan de euro doen ze niet mee. Bij grote Europese discussies staan ze alleen, of aan de zijlijn.

Gelijkgestemde liberale landen als Denemarken, Zweden en Nederland proberen Londen bij de les te houden. Maar zij bevinden zich in een groeiende spagaat. Ze zijn sterk met continentaal Europa en de Duitse economie verknoopt. Als puntje bij paaltje komt, liggen dáár hun belangen. ,,Als wij overboord vallen, volgt niemand ons”, voorspelt de Brit.

Oud-premier Tony Blair wilde zijn land nog niet zo lang geleden „in het hart van Europa” plaatsen. Hij wilde Europa de Britse kant op sturen en als belangrijke speler in Brussel interessant blijven voor de Amerikanen. Onder Cameron, zegt Stefan Lehne van de Carnegiestichting, „is de vraag eerder of Groot-Brittannië in de wijdste cirkel rond de eurozone blijft, of de EU verlaat.”

Als de Britten vertrekken, en Frankrijk economisch niet opkrabbelt, wordt Europa steeds Duitser. Juist nu Europa volgens velen intern kritische geluiden nodig heeft, om de dominantie van één land en één politieke en culturele denkwijze te temperen, dreigt de beste scepticus af te haken.