Ze kreeg kansen, nam ze en gaf ze aan anderen

Hennah Buyne (1952) was een bevlogen rechter en (heel even) wethouder.

Hennah Buyne Foto Evert Elzinga

Als rechter in Groningen, Amsterdam en Arnhem zag Hennah Buyne jarenlang ontspoorde mensen. Ondanks de „schreeuw om vergelding” probeerde ze in haar vonnissen steeds een balans te vinden tussen wat goed is voor de samenleving en voor het individu in de beklaagdenbank. „Ik wilde mogelijkheden voor hen creëren”, zei ze in 1997 tegen Trouw.

Dat ze die kansen zelf had gekregen, was te danken aan haar ouders en haar eigen sterke wil. Maar als zwarte vrouw, geboren in Paramaribo, wist ze dat het ook anders had kunnen uitpakken. „Ik kan een spreekbuis zijn voor al die gekleurde mensen die denken dat ze iets niet kunnen, omdat het anderen ook niet is gelukt. Ik wil laten zien dat het wel kan.”

Hennah Yvonne Buyne kwam op negenjarige leeftijd met haar ouders naar Nederland, waar haar vader, arts, in het Academisch Ziekenhuis in Groningen ging werken. In die stad studeerde ze rechten, was ze drie jaar officier van justitie en korte tijd advocaat, voor ze overstapte naar de rechterlijke macht.

Dat ze haar toga in 2007 verruilde voor de lokale politiek leek geen onlogische stap. Want beter nog dan achteraf bijsturen is helpen voorkomen dat jonge mensen ontsporen, zei ze bij haar aantreden als PvdA-wethouder in Amsterdam. Daar nam ze de portefeuille Onderwijs, Jeugd en Grote Stedenbeleid over van Ahmed Aboutaleb.

Een logische stap misschien, maar een vergissing, gaf ze later toe. Binnen een jaar struikelde ze over een ‘lesbrief’ , die de gemeente naar scholen had gestuurd als richtsnoer voor discussies over vrijheid van meningsuiting en religie. Een passage die te lezen was als waarschuwing tegen Geert Wilders viel verkeerd in de aanloop naar diens film Fitna.

In de gemeenteraad ontkende Buyne dat ze zich met de inhoud had bemoeid. Later bleek dat ze dat wel had gedaan, mede op aandringen van burgemeester Job Cohen, maar zonder de gevoeligste passages aan te passen. Buyne overleefde een motie van afkeuring, maar stapte toch op.

Ze erkende onhandig optreden, maar ze vond het onacceptabel dat haar integriteit in twijfel was getrokken; daardoor werd „de spanning tussen mijn missie in de stad en mijn draagvlak in de raad” te groot. Ook voelde ze zich in de steek gelaten door Cohen en wethouder Lodewijk Asscher, die haar naar Amsterdam had gehaald.

Ze was er trots op voortijdig schoolverlaten te hebben aangepakt. Een schoolbestuurder roemde haar bereidheid om procedures opzij te zetten bij schrijnende gevallen. Maar voor een politicus is doortastende bevlogenheid niet voldoende. Na haar Amsterdamse excursie keerde ze terug als rechter, maar werd al snel ziek. Hennah Buyne overleed op 1 november, 60 jaar oud.