Voortekenen

Ook de winkels waar je rookwaren kunt kopen worden aangevreten door de tand des tijds. Veel van die kleine middenstanders hebben hun onderneming in minipretparken veranderd en, nog moderner, hun gedrag aangepast. Ze hebben zich die geautomatiseerde hypervrolijkheid van de televisiereclame eigengemaakt.

Ik heb geluk, ik koop mijn sigaretten in een mooi klein winkeltje bij een ouderwetse heer. Behalve alles wat met roken te maken heeft, verkoopt hij ook kranten en tijdschriften, zoals The New York Review of Books. Kortom, een man van standing. Maar natuurlijk, ook hij wordt niet door de crisis gespaard. Gisteren vertelde hij me dat hij binnenkort een geweldige som aan precario zal moeten betalen voor de kranten die in rekken buiten naast de deur hangen. De marges worden smaller en smaller.

Nadenkend liep ik naar huis. Op de brug werd ik aangesproken door een oude dame. Kijk eens! Kijk eens! Ze wees naar beneden. Daar zwom een waterkipje wanhopig in het rond. Wat denk je, riep ze. Die zogenaamde gemeentereiniging heeft haar nest kapotgemaakt! Ja, daar was niets meer aan te doen. Ik liep verder. Weer een oude dame. Deze lachte. „Wat denk je”, zei ze. „Ik ben nu 77 en voor het eerst van mijn leven uitgegleden over een bananenschil. Kijk maar!” En verdomd, een paar meter verder lag zo’n verraderlijk geel reepje. „Ik ga het nú in een put gooien.” Ze voegde de daad bij het woord.

In sombere gedachten verzonken ging ik verder. Precario tot het ondraaglijke verhoogd, waterkip zonder nest, uitgegleden over bananenschil, dat kon niet allemaal toevallig zijn. Thuis las ik in de krant dat Mark Rutte door Geert Wilders, vroeger een van zijn beste vrienden, was uitgescholden. En in de mail zat een bericht van een oude vriend die het vuur op het hele kabinet wilde openen, bij wijze van spreken, maar toch. Gelooft u in voortekenen, denkt u dat u de toekomst kunt aflezen uit een reeks bepaalde gebeurtenissen van ongeveer hetzelfde kaliber? Ik niet. Maar toch stemde me dit tot een dieper nadenken.

Dat merkte ik toevallig. Over de werking van je hersens heb je vaak zelf niets te vertellen. En zo schoot me plotseling het boek van Kees van Bruggen, Het verstoorde mierennest te binnen. Het is verschenen in 1916. Ik heb het gelezen ergens aan het einde van de jaren dertig, toen ik een jaar of tien was. De held is Jonathan Strong, een mijnwerker. Als hij diep onder het aardoppervlak aan het hakken is, valt er een brok steen op zijn hoofd en raakt hij bewusteloos. Hij komt weer bij. Het is eigenaardig stil in de mijn, en dan ontdekt hij dat al zijn collega’s dood zijn. De lift doet het niet meer. Dan komt de voor mij onvergetelijke passage: hij klimt langs de staalkabels naar boven. Aan touwklimmen op gymnastiek had ik al de pest. Langs een staalkabel, dat moest een diepe verschrikking zijn.

Het lukt hem. Boven gekomen ontdekt hij dat ook daar iedereen dood is. Waarschijnlijk is de aarde in de giftige staart van een komeet terechtgekomen. Na allerlei avonturen komt hij een meisje tegen. Ik geloof dat ze haar leven te danken heeft aan het feit dat ze op het fatale ogenblik wegens een operatie onder narcose was. Samen redden ze de mensheid. De speelfilmindustrie stond nog in de kinderschoenen, maar ook nu nog zou je er iets moois van kunnen maken. Rampenfilms willen er altijd in. Denk ook aan The Towering Inferno, de brand in een wolkenkrabber (1974) met Steve McQueen en Paul Newman. (Overigens wordt zo’n brand ook al beschreven door A.M. de Jong en getekend door G. van Raemdonck in De wereldreis van Bulletje en Bonestaak, in de jaren dertig.)

Nu zijn we vervuld van de crisis. Onze politici, economen en andere deskundigen verzekeren dat het een kwestie van nog even doorbijten is, waarna er betere tijden zullen aanbreken. Maar steeds meer mensen komen vooral na deze tragikomische, half mislukte kabinetsformatie tot de overtuiging dat ze genoeg doorgebeten hebben. Waarom daarover niet eens een film gemaakt? Hoe een hardwerkende (één woord) burger door de zakkenvullers en linkse politici met onbegrijpelijke praatjes naar de rand van de afgrond wordt gedrongen, dan er plotseling genoeg van heeft, zich spontaan met duizenden hardwerkers verenigt en het Torentje bestormt. Of een televisieserie die met toenemend opruiende strekking naar de revolutionaire climax voert. De tijd is er rijp voor.

Ik dacht aan een gedicht van Nietzsche. Het gaat over kraaien die de winter tegemoet vliegen.

Vlieg vogel, kras je lied van bitt’re eenzaamheid / Gij dwaas, verberg je bloedend hart in ijs en hoon / De kraaien schreeuwen en trekken zwermend naar de stad: dra zal het sneeuwen / Wee hem die nu is zonder dak!