Vlooienland

Een goede vriend hoorde vandaag dat het project dat hij al maanden voorbereidt, op het laatste moment is afgeblazen. Voor hem extra zuur omdat hij zzp’er is. Dus: geen baas bij wie je om hulp kunt vragen, of die je de schuld kunt geven. En geen collega’s om tegen of over te klagen. Gewoon in je eentje, thuis, achter je laptop stevig balen van de e-mail die je net hebt gekregen.

Het is een van de nadelen van het ‘vlooienbestaan’, volgens de Ierse sociaal-filosoof Charles Handy. In Handy’s visie zijn zzp’ers vlooien en grote bedrijven olifanten. En de nieuwe manier van werken in de Westerse samenleving draait niet om zelfstandigen óf grote organisaties, maar juist om de onderlinge afhankelijkheid tussen de groten (de olifanten) en de kleintjes (de vlooien).

Het is nog niet zo makkelijk om een goede vlo te zijn, zegt Handy. Volgens hem worstelen vlooien met drie dilemma’s.

1. Vlooien zijn vrij, maar horen tegelijkertijd nergens bij. Zzp’ers zitten niet meer in het keurslijf van een organisatie, maar vinden het tegelijk lastig dat ze geen ‘thuis’ hebben. Geen collega’s bij wie je kunt uithuilen. Geen indrukwekkende olifantennaam op je visitekaartje.

2. Vlooien zoeken naar passie. Als je je eigen werkzaamheden kunt vormgeven, dringt de vraag zich op wat je eigenlijk-het-allerliefste-wilt. Mooi. Maar in de praktijk is het niet eenvoudig om te bepalen waar die passie echt ligt. Geen wonder dat sommige mensen inmiddels een hartgrondige hekel hebben aan dat woord passie.

3. Leren wordt een uitdaging. Olifantenbedrijven hebben ontwikkelprogramma’s en opleidingsmanagers. Een zelfstandige vlo moet zijn leerproces eigenhandig organiseren. Maar niemand stuurt zichzelf op cursus als de dag vol deadlines zit.

Handy geeft ook praktische handreikingen voor het omgaan met deze dilemma’s. Als vlo kun je bijvoorbeeld werken op een flexplek samen met andere vlooien. Je kunt allerlei kleine verschillende opdrachten doen om zo je passie te ontdekken. Je kunt vakbladen lezen of avondopleidingen volgen bij universiteiten. Mogelijkheden genoeg, maar je moet het wel regelen en doen.

Als olifant kun je juist inspringen op de behoeften van de vlooien. Goede relaties met tevreden vlooien zullen namelijk bijdragen aan het succes van een olifant, stelt Handy. Dus organiseer een ‘zelfstandigendiner’. Stel werkruimte beschikbaar voor zzp’ers waar je regelmatig zaken mee doet, ook wanneer ze even niet aan een opdracht voor jou werken. Laat ze meelopen met interne trainingen.

Waarom is dit relevant? Nederland is een echt vlooienland aan het worden. Sinds 1996 – het jaar waarin ondergetekende begon als kleine zelfstandige – tot eind 2011 steeg het aantal zzp’ers van ruim 400.000 tot ongeveer 740.000, aldus het CBS.

Van de werkzame beroepsbevolking in Nederland is nu ruim één op de tien personen zzp’er. In de VS, ‘self-employment’-land bij uitstek, is die verhouding één op negen.

Maar voor veel Nederlandse zzp’ers valt het vlooienbestaan vies tegen. Vier jaar na de start is 70 procent alweer gestopt als zelfstandige, meldde onlangs de Kamer van Koophandel. Ter vergelijking: het percentage bedrijven dat binnen vier jaar stopt is 38 procent.

Ik vermoed dat het niet alleen de crisis, afgeblazen projecten en ouderwetse regelgeving zijn die vlooien doen opgeven. Ik geloof dat Handy’s dilemma’s ook een belangrijke rol spelen.

En ik denk daarom dat niet alleen de overheid zich moet bekommeren om zzp’ers maar, zoals Handy adviseert, ook de Nederlandse olifantenbedrijven – die immers zo veel baat hebben bij dat steeds grotere circus van flexibele, rondspringende, zelfstandige vlooien.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist en schrijft op deze plek over management en leiderschap.