Verkeerd gevouwen eiwit verspreidt parkinson

Een verkeerd gevouwen eiwit zaait de ziekte van Parkinson uit van de ene hersencel naar de andere. Het eiwit vormt klonten in de cel, waardoor aangetaste zenuwen uiteindelijk afsterven. Dat concluderen wetenschappers in Philadelphia uit onderzoek met muizen (Science, 16 november).

Bij de ziekte van Parkinson sterven steeds meer dopamineproducerende cellen in de zogeheten substantia nigra, een centrum in de hersenen dat betrokken is bij de controle van bewegingen. In de afstervende cellen bevinden zich ophopingen van het eiwit alfa-synucleïne (α-Syn), ook wel Lewy-bodies genoemd. Lang was onduidelijk of deze ophopingen de massale celsterfte veroorzaken, of er een gevolg van zijn.

In een experiment met gezonde muizen spoten de onderzoekers in de substantia nigra van één hersenhelft de afwijkende vorm van α-Syn. In de zenuwcellen ontstonden de kenmerkende eiwitklonters, en er trad celsterfte op. Na drie maanden was ongeveer een zesde van de dopamineproducerende cellen verdwenen, na zes maanden de helft. Dat ging gepaard met toenemende problemen met de motoriek van de diertjes, gelijk aan het ziektebeeld bij parkinsonpatiënten.

Dat het afwijkende α-Syn zich door de hersenen verspreidt, bleek toen na zes maanden ook in de andere hersenhelft Lewy-bodies werden aangetroffen. Dit mechanisme van eiwitten die de verkeerde driedimensionale vorm hebben en daardoor besmettelijk worden, doet denken aan prionziekten.

Er waren al aanwijzingen voor een dergelijk ziektemechanisme. Bij minder dan tien procent van de parkinsonpatiënten is de ziekte erfelijk. Eén van de genen die dan gemuteerd kan zijn is dat voor α-Syn. Bovendien hadden de onderzoekers al twee keer eerder soortgelijke experimenten uitgevoerd, met vergelijkbare uitkomsten. Eerst dienden zij afwijkend α-Syn toe aan gekweekte gezonde hersencellen, vervolgens aan muizen die zodanig waren gemanipuleerd dat ze α-Syn in overmaat produceren.

Een andere observatie was dat pogingen om parkinson te genezen door de verdwenen cellen te vervangen door foetale zenuwcellen mislukten, omdat ook daarin na verloop van tijd Lewy-bodies ontstonden.

Bij dit experiment gebruikten de onderzoekers muizen van het genetische ‘wild type’. Dat wil zeggen dat ze vrij waren van mutaties die de kans op parkinson zouden hebben vergroot. En daarmee komen ze zeer dicht bij de situatie van menselijke parkinsonpatiënten waarvan meer dan 90 procent evenmin een genetische aanleg voor de ziekte heeft. Verkeerd gevouwen α-Syn is de boosdoener, maar wat de aanzet geeft tot die verkeerde vouwing, is nog niet bekend.

Huup Dassen