Raderdiertjes stelen genen van iedereen

Damián H. Zanette

40 miljoen jaar. Zo lang leven bdelloïde raderdiertjes al zonder seks. Mannelijke raderdiertjes zijn er niet, elke generatie vrouwtjes is een kloon van de vorige generatie vrouwtjes. De raderdiertjes genereren genetische variatie op een andere wijze: door massaal genen van planten, bacteriën en schimmels te stelen. Duizenden exotische genen hebben de raderdiertjes al bij elkaar gescharreld (PLOS Genetics, 15 november).

Raderdiertjes zijn microscopisch kleine en ontzettend geduldige waterdiertjes. Als hun omgeving uitdroogt, doen zij dat ook. In deze uitgedroogde toestand kunnen ze jarenlang in leven blijven en afwachten tot het water terugkeert.

Eerder hadden onderzoekers al enkele uitheemse genen in het genoom van het raderdiertje geïdentificeerd, maar nu is er systematisch naar gezocht.

Zestig procent van de gestolen genen kwam van bacteriën (prokaryoten), ongeveer een kwart van schimmels, een tiende van complexe eencelligen (protisten) en de rest was afkomstig van algen en planten. De onderzoekers troffen in totaal genen van ten minste 533 verschillende organismen aan.

Het gros van de vreemde genen codeert voor een enzym. Sommige van die enzymen breken gifstoffen af, terwijl andere voedingstoffen aanmaken, zoals valine en isoleucine. Deze aminozuren moeten dieren normaal gesproken uit hun dieet halen.

De raderdiertjes bouwen de vreemde genen misschien in na een periode van uitdroging. Het DNA raakt door het uitdrogen beschadigd en moet worden gerepareerd zodra het raderdiertje weer ‘ontwaakt’. De DNA-herstelenzymen verweven toevallig rondzwervende stukken DNA op zo’n moment misschien met het DNA van het waterdiertje.

Lucas Brouwers