Poepen in de muren

In Japan leven bladluizen in huisjes die ze op kunnen eten. Die huisjes zijn gemaakt door een plant. Neemt een bladluis een hapje huis, dan groeit dat later gewoon weer terug.

Zo’n plantenhuisje heet een gal. Binnenin de gal zitten de bladluizen droog en veilig. Soms leven er wel duizenden bladluisjes in één gal. Heel gezellig natuurlijk, maar waar laten ze al hun poep, pies en ander afval?

Bladluizenpoep is een beetje stroperig en zoet. Wetenschappers hebben er zelfs een mooie naam voor bedacht: ‘honingdauw’. Maar het blijft poep natuurlijk: de bladluizen schieten er niets mee op.

Sommige bladluizen hebben het poepprobleem opgelost met kleine gaatjes in hun gal. De bladluizen duwen hun honingdauwdruppels door deze gaatjes naar buiten. Met hun kop. Van onderen!

Maar de galhuisjes van andere bladluizen zijn helemaal dichtgegroeid. Toch verdrinken deze insecten niet in hun eigen honingdauw. Japanse onderzoekers wilden weten waarom. Ze schreven er deze week over in het tijdschrift Nature Communications.

Misschien kunnen bladluizen hun honingdauw wel heel lang ophouden, dachten de onderzoekers. Maar nee: de Japanners hadden de bladluizen nog niet uit hun gal gepeuterd, of ze poepten al een druppeltje honingdauw uit.

Volgende experiment dan maar. De onderzoekers maakten een kleine opening in de gal en druppelden een druppel rood gekleurd water naar binnen. Vijf dagen later maakten ze de hele gal open. Het rode druppeltje was verdwenen. Wel zat er een rode vlek op de muur.

“Aha!”, dachten de onderzoekers. Ze hadden het probleem opgelost: de muren van de gal werken als een spons. Ze nemen de honingdauw gewoon op. Bladluizenpoep wordt dus vanzelf opgeruimd. Wat een luizenleven!

Lucas brouwers