Onwaarschijnlijke winnaars jeugdliteratuur

In kinderboekenland gaapt niet langer een kloof tussen de literaire critici en het grote publiek.

Het is in kinderboekenland het jaar van winners en losers, waarbij de grootste loser ook de grootste winnaar was. De voormalige kampioen Geronimo Stilton, die vermaledijde fabrieksmuis die uitblinkt in massaproductie en reclamezendtijd, is voorbij gestreefd door een cartoonesk Amerikaans sukkeltje. Dit jaar stonden er wekelijks één of meerdere boeken uit Jeff Kinneys Het leven van een loser-serie in de kinderboekentoptien. In de zomervakantie bestond meer dan de helft van de toptien uit Losers en Loser-spin-offs. Deel zes, Geen paniek! (De Fontein, 224 blz, €14,95), verscheen deze week en met de feestdagen in aantocht zou het aantal verkochte Loser-boeken het half miljoen wel eens kunnen passeren.

Van eigen bodem hebben we ook zo’n onwaarschijnlijke winnaar: het prentenboek Nederland van Charlotte Dematons, tekstloos maar bomvol beeldverhalen over ons land. Van Koninginnedag tot de Bokkenrijders en van Wehkamp tot historische canon: dit is een kolfje naar ieders hand, het boek dat in geen huishouden mag ontbreken. Het succes is onwaarschijnlijk vanwege de omvang (welk ander prentenboek verkoopt 50.000 exemplaren binnen een maand?), maar verder is het zeer verklaarbaar. Want Dematons combineert die aansprekende inhoud met een hoge artistieke inzet: de composities zijn spannend, de invalshoeken zijn origineel. Het gevoel voor detail verraadt dat Dematons een kunstenaar is die tot de ‘hardwerkende Nederlanders’ gerekend mag worden.

Er tekent zich een trend af: wat het grote publiek behaagt, is vaak ook kwalitatief zeer in orde. Wie nog uitgaat van een kloof tussen wat een kunstpaus behaagt en wat de man in de straat leuk vindt, komt in kinderboekenland steeds vaker bedrogen uit: alle boeken op deze bladzijde zijn van hoge kwaliteit én geschikt als cadeau.

Denk bijvoorbeeld aan het mooiste boek van het jaar voor jongvolwassenen: Een weeffout in onze sterren van John Green, over twee jongeren die de ‘strijd’ tegen kanker ‘verliezen’ (al ligt het in deze roman genuanceerder dan dat, en terecht). Het is een tranentrekker én het heeft filosofische diepte die lang beklijft. In de Verenigde Staten is het sinds de verschijning in januari geen moment uit The New York Times-bestsellerlijst verdwenen; hier verdient het nog meer aandacht en nog meer lezers.

Dat geldt ook voor Spinder, het mooiste boek van Simon van der Geest (voor Dissus kreeg hij in 2011 een Gouden Griffel). Hij schreef een boek dat de Guus Kuijer-factor bezit: je twijfelt geen moment aan de literaire kwaliteit en ook niet aan de vraag of kinderen dit zullen waarderen. Uiterlijk knipoogt het, met de cartooneske insectentekeningen, naar Kinneys moppenboeken, maar inhoudelijk is het onvergelijkbaar: Spinder is een bloedstollend verhaal over twee broers en een kelder vol wriemelende insecten. Onder de oppervlakte kriebelt een groot geheim. Ieder kind zou het moeten lezen.