Nederland is te zwak om op te doen met China eigen houtje zaken

China is nu productiecentrum maar Nederland mag er niet zijn technologie aan kwijtspelen. Dit probleem kan Nederland alleen met de EU of Duitsland aan, vindt Garrie van Pinxteren.

Wat betekent het voor de toekomst van Nederland, al die nieuwe gezichten aan de leiding van de Communistische Partij van China? Hoe beïnvloedt wat zij besluiten ook onze wereld? En vooral: hoe kunnen wij zo verstandig mogelijk op China inspelen?

In Adelaide drukte de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton de Australiërs eerder deze week op het hart dat ze niet hoefden te kiezen tussen de Verenigde Staten of China, maar dat het land beide te vriend kon houden. Dat Clinton haar boodschap juist in Australië moest brengen, zegt wel wat. Australië was altijd een voorpost van onze beschaving aan de andere kant van de wereld, een land dat we tot voor kort zonder ook maar een moment te aarzelen tot de Westerse invloedssfeer zouden rekenen.

Dat dat nu niet meer vanzelfsprekend is, moet ook voor ons in Europa een teken aan de wand zijn. We zijn niet meer als vanzelf onderdeel van louter de Amerikaanse invloedssfeer, we moeten ook steeds duidelijker weten en bepalen hoe we ons tot China, en het komende leiderschap, verhouden. En wat wil het land van Europa?

China’s nieuwe premier, Li Keqiang, schreef hierover in mei een stuk in de Britse zakenkrant Financial Times. Daarin staat: „We hopen een meer open en coöperatief Europa te zien. Als ‘ontworpen in Europa’ gecombineerd wordt met ‘gemaakt in China’ en als Europese technologieën gecombineerd worden met de Chinese markt, zal dat verbazingwekkende resultaten opleveren.” Ook schrijft hij: „Minder strenge regels voor de export van hightech naar China zijn goed voor de groei van economische banden tussen de EU en China, en zijn daarmee goed voor beide partijen.”

Waar China in Afrika vooral uit is op grondstoffen, heeft het in Europa juist belangstelling voor hoogwaardige technologie. Dat speelt ook mee in het Chinese overheidsbesluit dat Chinese bedrijven meer buiten China moeten investeren. Dat geeft niet alleen snelle toegang tot buitenlandse markten, maar ook tot technologische kennis. China hoopt dat Europa, dat veel minder een strategische concurrent van China is dan de VS, makkelijker aan China zal willen leveren dan Amerika. Of het Chinese belang daarin ook het onze is, is wel de vraag. Want wat blijft er over van onze internationale concurrentiepositie als we niet alleen nauwelijks meer in Europa produceren, maar als we als kennis- en innovatieland ook achter gaan lopen bij China? Hoe kunnen we dat voorkomen? Of moeten we dat niet willen voorkomen, maar durven we er juist op te vertrouwen dat we naast, of zelfs samen met China nieuwe technologie kunnen ontwikkelen die niet zozeer Europees of Chinees is, maar die ons allen ten dienste staat?

Dergelijke vragen zijn te groot, en onderhandelingen met China te complex, om ze als Nederland alleen te lijf te gaan. Nederland heeft China onvoldoende te bieden dat China niet ook elders kan krijgen. Het slaagt er tot nu toe ook niet goed in om een helder doordacht en samenhangend strategisch beleid ten opzichte van China te formuleren en door te voeren. Ook dreigt het gevaar dat het zich in China hetzelfde opstelt als sommige leiders uit Afrika. Die raken tijdens hun bezoeken vooral diep onder de indruk van China als economisch en ook wel als politiek wonder. Ze laten ze zich er vervolgens te makkelijk van overtuigen dat wat China ze aanraadt ook inderdaad het meest in hun eigen belang is. Waar Afrikaanse leiders zich vervolgens makkelijk de grondstoffen van het brood laten eten, moet Nederland oppassen dat het zich niet zonder meer en zonder tegenprestatie van zijn hoogwaardige technologie en kennis laat ontdoen. Nederland doet er daarom verstandig aan om voor zo veel mogelijk zaken samen met de EU te opereren, hoe zwak en verdeeld de EU vaak ook is.

Als opereren in EU-verband soms moeilijk of traag is, lijkt het verstandig om samenwerking met Duitsland te zoeken. De Duitse premier Angela Merkel, veel meer dan de officiële vertegenwoordigers van de Europese Unie, weet namelijk een bemiddelende rol te spelen op die punten waar de belangen van China en Europa tegengesteld lijken. Ze heeft het oor van de Chinese leiders.

Het is daarbij van belang om te bedenken dat we ook met de nieuwe Chinese leiders niet te maken hebben met een monolithisch geheel dat zelfverzekerd en met een vastliggend beleid de wereld tegemoet treedt. Dat mag soms zo lijken, maar er is meer mogelijkheid tot beïnvloeding van China door Europa dan op het eerste gezicht lijkt. Niet alleen het nog steeds machtiger wordende China bepaalt de toekomst van de wereld, ook wij in het aan invloed afnemende Europa kunnen daar nog steeds een belangrijke rol in spelen.

Besef daarbij hoe nationaal en nationalistisch China denkt. De nieuwe leiders denken niet zozeer aan het internationale, maar eerst en vooral aan binnenlandse belangen. Dat is niet verwonderlijk voor een land met 1,3 miljard inwoners dat voor grote problemen staat. China’s nieuwe leiders staan voor enorme keuzes en er lijkt verdeeldheid binnen de partijtop te bestaan. De kans dat China economisch en politiek op een dood spoor raakt, of zelfs al zit, is groter dan het van hieruit misschien lijkt. Waar wij China vooral inschatten als steeds groter en machtiger, heerst er binnen China een gevoel dat juist de problemen groter en onoplosbaarder aan het worden zijn.

Essentieel is dat Europa juist politiek en maatschappelijk alternatieven voor het Chinese systeem blijft voorleven en aanbieden. Het lijkt voor de hand te liggen om grondwaarden als geloof in de rechtsstaat en in de universaliteit van de mensenrechten in de dialoog met China terzijde te schuiven. China lijkt er niet van gediend, we moeten accepteren dat wij onze, en China zijn eigen waarden heeft. Toch zouden we onszelf en ook China daarmee een slechte dienst bewijzen. China’s nadruk op ‘typisch Chinese’ waarden kan niet verhullen dat het land meer en meer worstelt met een politiek-bestuurlijk systeem dat dreigt te verstarren. Dat systeem is niet enkel typisch Chinees, maar in oorsprong ook goeddeels westers. In het Westen is het als verlicht autoritair bestuurmodel ouderwets en overleefd geraakt, wellicht dat het ook voor China op een bepaald moment niet meer voldoet.

Garrie van Pinxteren is sinoloog, journalist en als senior onderzoeker verbonden aan het Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen Clingendael. Ze werkte tussen 2001 en 2008 als correspondent in China, onder meer voor de NOS en NRC Handelsblad.