Musici houden moed klassiek

2012 was een zwaar jaar voor de klassieke muziek. Maar lastige tijden leiden ook tot extra inventiviteit.

Een trendwatcher voor de klassieke muziek à la Lidewij Edelkoort, is nog niet opgestaan. Logisch: klassieke muziek betreft veelal werk van dode componisten. Museumkunst. Vervoerend, in potentie levensveranderend. Maar trendgevoelig?

Daar staat tegenover dat herscheppingen dwingen tot extra inventiviteit bij de presentatie. Neem operahuizen. Nodigden ze eerder bekende theater- en filmregisseurs (Lars von Trier, Woody Allen) uit, dit jaar werkten ze ook vaak samen met beeldend kunstenaars. Dat leidde soms tot producties waarin het decor een beetje een kunstwerk op zich blijft: meer multi- dan interdisciplinair (de Parsifal-decors van Anish Kapoor waren deze zomer een voorbeeld). Maar de samenwerkingen dwingen ook tot een frisse blik. En Grote Namen trekken publiek – een argument dat óók steeds zwaarder tilt.

Kaartjes voor De Nederlandse Opera zijn al tijden gewoon weer beschikbaar – zelfs voor Mozarts Zauberflöte in de feestmaand december. 97 procent zaalbezetting is niet meer. Ook orkesten en zalen verkopen kaarten steeds later. Eerst zien hoe de eigen agenda volloopt en wat de critici ervan vinden, redeneert de potentiële bezoeker. Het Concertgebouworkest – internationale supertop in een kunstminnende thuismetropool – verkoopt losse concerten (buiten de abonnementseries, dus) ook vaak lang niet uit.

Minder bezoek dwingt orkesten tot alertheid in de samenstelling van de seizoensprogrammering en, voor de toppers, tot meer reizen om de reputatie in het buitenland te bestendigen. Maar gelukkig is het (nog) niet zo dat de orkesten zich beperken tot ijzeren repertoire. Er wordt stevig op ingezet (een orkest als het Concertgebouworkest speelt sommige favorieten soms een paar seizoenen achtereen) maar ‘vriendelijk’ programmeren leidt ook tot de keuze voor muziek die weliswaar goed in het gehoor ligt, maar minder bekend is. Dus tot concerten die bevestigen en verrassen. Het Nederlandse Symfonie Orkest onderneemt leuke projecten in die richting; Händels Die Jahreszeiten in Nederlandse vertaling bij voorbeeld. Maar ook dan moet er méér en gerichter gezocht worden naar publiek.

Dat het Concertgebouworkest dit jaar een aparte vriendenclub voor dertigers introduceerde, onderstreept die ontwikkeling. De Nederlandse Opera organiseerde eerder zelfs een ‘Gay Date Night’ rondom, jawel, de mannenopera Billy Budd. En cd-label Deutsche Grammophon introduceerde voor twintigers de Yellow Lounge – klassieke nachtclubconcerten in Club Trouw. Om half tien ’s avonds staan jongeren daar rijendik samengepakt voor een staanplaats bij een klassiek concert: wonderlijk maar waar.

2012 was een zwaar jaar. Weg Reisopera, weg Radio Kamer Filharmonie en ook voor veel kleine ensembles (Combattimento Consort, Nieuw Ensemble, Ereprijs, Ives) is de toekomst duister. Asko|Schönberg moet door met de helft, het Kamerkoor wordt dakloos, het Residentie Orkest krimpt twee maten en regio-orkesten moeten samenwerken. Maar louter misère, nee, dat ook niet. Musici laten zich niet kisten. Sommigen lieten zich omscholen tot banketbakker, anderen richtten hun eigen concertzaal/organisatie op (Splendor). ASKO|Schönberg brengt in 2013 een kinderopera. De inventiviteit broeit alom, terwijl een nieuwe generatie dirigenten zich roert en jonge componisten steeds vrijer hun eigen taal spreken. En voor de thuisblijver: ook de innovaties op pc of tablet gaan onverminderd door. Zowel Concertgebouw als het Concertgebouworkest lanceerde dit jaar een eigen digitale applicatie.