Mee dansen op Braziliaanse samba

Niet eerder ging zo’n grote en zware handelsmissie naar Brazilië als komende week. „Zonder geschikte partner is Brazilië heel ingewikkeld.”

Workers walk on the dock near the Romulo Almeida vessel, left and the Jose de Alencar vessel, both Petroleo Brasileiro SA oil tankers under construction at the Maua SA shipyard in Niteroi, Brazil, on Thursday, May 10, 2012. The Brazilian government has ordered 49 new vessels to be built under the Transpetro Fleet Modernization and Expansion Program, known as Promef. Photographer: Dado Galdieri/Bloomberg Bloomberg

Op de zestiende verdieping van het kantoorgebouw op Avenida Marechal Camara 160 in het centrum van Rio de Janeiro zijn de gangen lang en de deuren talrijk. Achter de deur met nummer 1602 gaat een kamer schuil, die bijna een pijpenla kan worden genoemd. Hier huist het Holland Marine House Brazil (HMHB), een club die de belangen van de Nederlandse scheepsbouw in Brazilië behartigt.

Een vrouw met kort blond haar opent de deur. Het is Johanna Baart, sinds begin dit jaar directeur van HMHB. Haar opdracht: de Nederlandse scheepsbouw, haven- en offshore-industrie aan de man brengen in Brazilië. HMHB vertegenwoordigt ruim twintig bedrijven, waaronder Bakker Sliedrecht Elektro Industrie, Damen Shipyards en Imtech Marine & Offshore.

Vanaf maandag maakt Baart namens HMHB ook deel uit van de zwaarste Nederlandse handelsmissie naar Brazilië ooit. Meer dan 170 ondernemingen zullen hun opwachting maken in Brazilië, op zoek naar potentiële partners en afnemers van hun producten of diensten.

Baart: „Voor ons zijn de seminars, de netwerkbijeenkomsten nuttig – even snel contacten leggen. Niets is zo belangrijk in het Braziliaanse zakenleven als goede persoonlijke contacten. Je mag een goed product hebben, maar als ze je niet aardig vinden, kom je niet ver.”

De Nederlandse regering heeft de afgelopen jaren Brazilië nadrukkelijk aangewezen als een van de opkomende landen waarmee zij de economische banden wil aanhalen. Om de ondernemers makkelijker toegang te geven tot de juiste gesprekspartners zijn prins Willem Alexander en prinses Máxima ook aanwezig.

Want zo werkt het nog wel in Brazilië: deuren gaan eerder open als vooraanstaande politici of leden van het Koninklijk Huis van de partij zijn. Al is het maar vanwege de grote rol die de overheid nog altijd speelt in de economie.

„Misschien was het beter als de missie kleiner was geweest”, constateert Baart. „Nu kan niet iedereen, denk ik, even optimaal profiteren van de koninklijke aanwezigheid.” De handelsmissie beslaat verschillende sectoren. Een groep ondernemers komt speciaal naar Brazilië met het oog op het wereldkampioenschap voetbal in 2014 en de Olympische Spelen in 2016. Maar ook architecten, luchtvaartmaatschappijen, bedrijven uit de agrarische sector en ingenieursbureaus zijn van de partij.

Hans Biesheuvel, voorzitter van MKB Nederland, zegt dat de handelsmissie ondernemers de kans biedt het land te leren kennen en in een korte tijd een hoop Braziliaanse collega’s te ontmoeten, om zo een netwerk op te bouwen. „Wij adviseren ondernemers vooral op zoek te gaan naar een geschikte partner, of onderling samen te werken en gezamenlijk de Braziliaanse markt op te trekken. Dan maak je meer kans.”

Baart van HMHB is het daarmee eens. Haar organisatie is uiteindelijk een club van Nederlandse bedrijven die ook samenwerken. Op die manier kun je makkelijker meedoen aan grotere projecten, in dit geval in de scheepsbouw, havensector en offshore-industrie.

„Als kleine, individuele ondernemer met een specialistisch product kom je niet zo snel binnen, zeker niet als de Braziliaanse overheid erbij betrokken is”, zegt Baart. „Niemand die je kent. Wij kunnen als HMHB een compleet pakket aanbieden. Dan heb je meer kans van slagen.”

De interesse in Brazilië is niet verrassend. De economische groei ligt dit jaar weliswaar wat lager, op circa 1,5 procent, maar verwacht wordt dat zij volgend jaar zal aantrekken. Bovendien staan tal van grote infrastructurele projecten op stapel. Zoals de vernieuwing van het spoor- en snelwegennet, investeringen in de oliesector en tal van privatiseringen van havens en vliegvelden. Tezamen gaat het om honderden miljarden euro’s.

Bovendien, Brazilië is een van de grootste exporteurs van koffie, soja, vlees, suiker en andere voedings-producten. Daarmee is het land een landbouwgrootmacht in wording. Dat kan Erik Peek, algemeen manager van Rabo Brazilië alleen maar beamen.

Rabobank zit sinds 1989 in Brazilië. In 1995 verkreeg Rabo een echte bankvergunning. Met vijftien kantoren in verschillende deelstaten bedient de bank vooral de Braziliaanse landbouwsector.

Peek: „De eerste drie jaar in Brazilië waren zenuwslopend.” Daarmee verwijst hij naar de periode waarin het land gebukt ging onder hyper-inflatie. Tegenwoordig geldt het als economisch stabiel.

Wie met Brazilië zaken wil doen, zegt Peek, moet vooral hier vertegenwoordigd zijn. Voor Nederlandse bedrijven met technische producten of diensten in de voedings- en landbouwsector liggen hier kansen. „Technologie kan de productiviteit verhogen en daar bestaat veel belangstelling voor. Maar je moet wel een lange adem hebben. Het is niet even hier naartoe komen en snel succes hebben.”

Veel ondernemers worden vooral gelokt door de grote sportevenementen. Maar het Nederlandse bedrijf dat er nu nog hoopt om bijvoorbeeld met het wereldkampioenschap voetbal in 2014 iets te kunnen doen moet opschieten – of is eigenlijk al te laat. Alle grote bouwklussen zijn al zo goed als vergeven.

AkzoNobel is betrokken bij de opknapbeurt van het Maracanã stadion in Rio de Janeiro. Daar wordt de finale van het WK voetbal gespeeld. Het verf- en coatingsconcern dankt die klus vooral aan het feit dat het al sinds 1916 actief is in Brazilië. Tegenwoordig heeft AkzoNobel er vijftien fabrieken, waar in totaal 3.000 mensen werken.

Jaap de Jong, directeur AkzoNobel Brazilië: „Wij leveren de verf en de coatings voor zes van de twaalf WK-stadions. Wij zitten hier al zo lang, dat we vaak worden gezien als een Braziliaans bedrijf. Een Braziliaanse bouwgigant als Odebrecht, die het Maracanã stadion renoveert, kent ons gewoon. Dan gaat het makkelijker.”

Wat dat betreft is Brazilië volgens De Jong geen makkelijk land voor kleinere bedrijven. Export naar Brazilië is meestal geen alternatief voor vestiging in het land. Te ingewikkeld, te hoge belastingen en te veel bureaucratie. De meest voor de hand liggende optie is met een Braziliaanse partner aan de slag gaan.

De Jong: „Zo’n handelsmissie kan helpen bij het vinden van geschikte partners. Je moet er echter veel tijd insteken. Je ziet toch veel bedrijven na verloop van tijd afhaken, terwijl de Braziliaanse markt een fantastische ontwikkeling doormaakt.”