Kijk, 200 miljard termieten in het brein van Gaudí

Bewustzijnstudie

Filosoof Daniel Dennett krijgt de Erasmuspremie, maar koopt voor het geldbedrag géén zeilboot. Bewustzijn is geen geest in de machine, maar de optelsom van eigenschappen van het brein.

Daniel Dennet: “Een hond kan heel loyaal zijn, maar hij kan echt geen beloften doen.” Foto Olivier Middendorp

Afgelopen week was de Amerikaanse filosoof Daniel Dennett overal in Nederland te vinden. In het Koninklijk Paleis op de Dam, bij de eindexamenklas van het Vierde Gymnasium, bij de Jonge Akademie van de KNAW, in EYE (het nieuwe filmmuseum). Zondag houdt hij de Paradiso wetenschapslezing. Allemaal om te praten over de onderwerpen waar hij bekend mee werd: wat is bewustzijn? Hebben wij een vrije wil? Hoe gevaarlijk is religie?

Afgelopen woensdag kreeg hij de Premium Erasmianum – een prijs van 150.000 euro voor ‘uitzonderlijk belangrijke bijdrages’ aan de Europese cultuur – uit handen van prins Willem-Alexander. Dennett wordt gelauwerd “vanwege zijn vermogen om het culturele belang van wetenschap en techniek naar een breed publiek te vertalen”.

Daniel Dennett geldt als wetenschapscelebrity. Door zijn felle strijd tegen religieuze pretenties heeft hij sinds een jaar of vijf als bijnaam ‘een van de Vier Ruiters van het Nieuwe Atheïsme’. De andere drie ruiters zijn de bioloog Richard Dawkins (die de term verzon), de neurowetenschapper Sam Harris en de onlangs overleden journalist Christopher Hitchens.

Dennett timmert al dertig jaar aan de weg met de thema’s religie en bewustzijn [zie kader]. Op een mooie herfstdag in Amsterdam vond de onvermoeibare filosoof ’s morgens vroeg nog een uurtje tijd om te praten over bewustzijn, zeilen en vrije wil.

Wat gaat u met het geld doen?

“Ik weet het nog niet. Ik dacht eerst dat ik een nieuwe zeilboot zou gaan kopen, want onze 42voets-zeilboot had een structureel defect. Maar we hebben nagedacht en stappen nu toch maar over op een veel kleinere boot. Mijn vrouw en ik konden die grote eigenlijk niet goed meer alleen besturen. En om nou altijd maar anderen mee te nemen.

„Ik houd heel veel van het praktische aspect van zeilen. De kennis en vaardigheden zijn daarin nuttig op de meest concrete wijze. Ik houd ervan om mijn lot in eigen hand te houden. Filosofen kunnen ongestraft fouten maken in hun vak, maar op een zeilboot op volle zee gaat dat niet. Buitengaats houd ik mijn leven en dat van mijn vrienden in mijn hand. Als ik niet wist wat ik deed, zouden wij in groot gevaar zijn. Dat we veilig zijn omdat ik wel weet wat ik doe, is een heel goed gevoel.”

Is zeilen niet een mooie metafoor voor het leven, en de rol van de vrije wil en het bewustzijn?

“Ja, ik ben gek op dit soort metaforen. En misschien is het belangrijkste dat je als bemanning goed samenwerkt op zo’n boot. Iedereen moet elkaar helpen, er is niet één persoon die alles weet en de rest commandeert. De kennis en de beslissingen zijn verspreid. En zo is dat ook in ons hoofd.”

U krijgt de Erasmuspremie voor al uw bijdragen aan de kennis en de cultuur. Welke vindt u zelf de belangrijkste?

“Ik denk mijn idee van de Intentionele Houding, de Intentional Stance. Dat is een handige manier om te begrijpen hoe iets werkt. Het gaat erom dat je naar het doel van een handeling of een mechanisme kijkt. Dat leidt vaak tot grote oversimplificaties, maar het is zeer nuttig. Je kan er veel mee verklaren, zeker als je rekening houdt met de kennis van de wereld die je mag veronderstellen, de behoeften en wensen en de mate van rationaliteit. Zo kan je een schaakcomputer begrijpen, maar het is ook hoe we andere mensen begrijpen.”

Maar zo kan je ook een boom bekijken.

“Precies! Dit is een briljante vuistregel om te voorspellen en vooruit te denken. Het werkt in de natuur en het werkt in de kunstmatige wereld. Biologen vragen zich voortdurend hardop af: wat wil de natuur hier? En natuurlijk wil moeder natuur helemaal niks! Maar! Dit is mijn punt: het proces van natuurlijke selectie is een briljante ontdekker en uitbuiter van redenen. Overal in de natuur zijn redenen voor de vorm van de poten van een spin en van de veren van een adelaar. Er zijn goede redenen waarom termieten hun huizen bouwen zoals ze doen. Dat weten die termieten zelf niet, maar die redenen zijn er wel: impliciet en ingebouwd in hun ontwerp. En zo kijken, dat is de intentional stance. Of die redenen nu intern of extern zijn.”

Maar zo’n intentie bestaat dus niet altijd echt. Er is toch geen universele ontwerper, geen redeneerder?

“Nee, maar de evolutie ontdekt verbanden in de omgeving en zet die om in rationele dingen. Dat is rationaliteit zonder na te denken. Het komt van onderop.

“Mijn favoriete plaatje is een termietenkasteel met van die prachtige spitsen, naast een plaatje van La Sagrada Famiglia, de kathedraal van Gaudí in Barcelona. Dat lijkt sprekend. Allebei door dieren gemaakt, op totaal verschillende wijze. Het termietenkasteel heeft geen blauwdruk, daar is niet over nagedacht. En Gaudi bepaalde juist wel alles, hij was een echte intelligent designer.

“Je kunt best voorspellingen doen over bottom up design door te doen alsof er wel een intelligent designer is. Zo kun je dat termietenkasteel begrijpen. Dat is Darwins grote idee. Creationisten willen en kunnen dat maar niet begrijpen.

“En dat gaat verder. Wat heb jij daar tussen je oren? 200 miljard neuronen. Zijn dat redeneerders? Nee, het zijn kleine agentjes, met eigen agenda’s die en hun best doen om in leven te blijven en hun situatie te verbeteren. Een soort hersenloze kleine termieten. Neem 200 miljard termieten bij elkaar en je hebt het brein van Gaudí. In een termietenkolonie bestaan geen redenen, in Gaudí’s hoofd wel. En toch is het gemaakt van hetzelfde spul. Dát is het ware probleem van het menselijk brein. Sommige mensen zeggen dat dit laat zien dat het begrijpen van het brein een onmogelijk opgave is. Absoluut niet! Het laat hooguit zien dat het een groot probleem is.”

Wat is dan dat gevoel van zelf dat we als ons bewustzijn beschouwen?

“Een soort zwaartepunt van de verhalen die ons brein construeert. Het echte zwaartepunt van een object is ook niet iets aparts, maar een mathematisch punt. Een nuttige abstractie, die je helpt te begrijpen hoe je zeilboot kan omslaan. Op dezelfde manier vinden wij dat ‘zelf’ ook heel nuttig, om beter over anderen en onszelf na te denken. Het zelf en het bewustzijn zijn geen organen van het brein, het zit niet in de frontale kwabben of in de pijnappelklier, zoals Descartes dacht. Het is een kenmerk van de functionele organisatie van het brein: een eigenschap van de software, niet van de hardware.”

Vandaar dat u er altijd van beschuldigd wordt dat u ontkent dat het bewustzijn bestaat.

“Dat is een goede grap, en voor mij het bewijs van hoe sterk nog altijd het idee van een geest in de machine is, van het bewustzijn als iets heel geweldigs dat los van de materie staat. Dat bewustzijn is zo supercalifragilisticexpialidocious [dat wat je volgens Mary Poppins zegt wanneer je niks meer weet te zeggen]! Sommige mensen delen daarom het universum zelfs in tweeën: in dingen die bewustzijn hebben en dingen die dat niet hebben. Onzin, bewustzijn is wonderlijk, maar ook weer niet zó wonderlijk. Het is een sociaal biologisch verschijnsel dat verklaard kan worden als product van het brein. Nuttig in het leven. En dat is alles.

“Daarom gebruik ik vaak de metafoor van de ‘filosofische zombie’. Dat is geen levende dode, maar een mens met alle talenten, alle neigingen, alle hoop, alle angsten, alle geloven die alle mensen hebben. Alleen is hij niet bewust. Hij mist dat gevoel van de qualia, de typische ongrijpbare eigenschap van de bewuste waarneming waar veel neurowetenschappers zich druk over maken.

“Jij kan wel zo’n zombie zijn. Hoe kan ik dat weten?

“In werkelijkheid zijn die bewustzijnstoestanden functionele eigenschappen van al die deeltalenten van je brein. Sommige mensen zeggen: als je alles weghaalt, alle talenten, alle competenties, dan houdt je dat bewustzijn over. Het is iets extra’s dat dan overblijft. Pah! Dit is het creëren van een mysterie waar het niet is. Als dat bewustzijn moet zijn, ja, dan zeg ik: dat bestaat niet. Het is niet iets extra’s bovenop de rest.”

Wat is dan wel de verklaring van bewustzijn?

“Iets gecompliceerd, niet één ding. Het is een heel systeem dat bestaat uit allerlei fenomenen die met elkaar te maken hebben, competenties, talenten, neigingen, gevoeligheden. Als je die losse dingen verklaard hebt, heb je ook bewustzijn verklaard.

“Wat het brein in essentie doet, is toekomstscenario’s produceren. Dáárvoor heb je dat hele zenuwstelsel: om informatie uit je ervaringen te trekken zodat je beter kan anticiperen op wat kan gebeuren. Heel veel eigenschappen van ons brein vallen dan op hun plaats. Waarom gaat er bijvoorbeeld meer informatie van het centrum naar de periferie dan andersom? Er gaan bijvoorbeeld meer signalen van de visuele centra naar het netvlies dan andersom. Dat is toch gek? Alsof jij vanaf je werk iedere dag naar huis belt en begint te vertellen: ‘hallo, de kinderen zijn oké, er was niks bijzonders op school, het huis is in orde, niet bijzonders in de post’. Enzovoorts. En alleen als het niet klopt, reageert je vrouw.”

En de vrije wil? Kunnen we die wel hebben als intelligent termietennest?

“Jazeker. Vrije wil bestaat wel, maar het is niet wat je denkt. Net zoals ik zeg: er is wel bewustzijn, maar het is niet wat je denkt. Vrije wil is géén keuzes maken zonder oorzaak. Je kan dus best vrije wil hebben in een deterministische wereld. Je wilt ook helemaal niet dat je keuzes geen oorzaken hebben. Dat zou verschrikkelijk zijn! Alsof je gecontroleerd wordt door een roulette.

“Een mens wil gedwongen worden om dingen te kiezen waarvoor hij goede redenen heeft. Je wil dat de wereld je opvattingen opdringt die er toe leiden dat je de keuzen maakt die je zou maken als je alles zou weten. Die totale kennis bestaat natuurlijk niet, maar het lukt toch best goed. Vind je niet?

“We hebben daarom vrije wil als we op een reële manier verbonden zijn met de wereld en als we informatie krijgen die relevant is voor onze behoeftes en als we daarop tijdig kunnen reageren en ook als we daarover kunnen nadenken. Bescherming van autonomie, daar gaat het om.”

Dan kan een hond dus ook vrije wil hebben?

“Een beetje, maar niet op de manier waarop wij het hebben. Want waar wij mensen vooral in geïnteresseerd zijn is de vrije wil die ons morele competentie geeft. Honden zijn niet moreel competent. Ze missen voorstellingsvermogen, ze kunnen niet vooruitdenken. Ze kunnen niet situaties evalueren, ze kunnen niet nadenken over hun eigen gedrag. Het zijn net als kleine kinderen! Daarom houden we kinderen ook niet verantwoordelijk voor hun wangedrag.

“Wij mensen groeien er in. Het is onderdeel van je ontwikkeling dat je moreel inzicht verwerft. Het gaat er om dat je nadenkt over je motieven en je daden.

“Een van de fascinerende kenmerken van vrije wil is verder dat je door die vrije wil heel veel vastlegt in allerlei verplichtingen. Je doet voortdurend beloften, impliciet en expliciet. Je hebt kinderen, familie, verplichtingen aan vrienden en collega’s en op een gegeven moment denk je: ik zit vast. Iedere stap die je zet is gebonden door al die verplichtingen. Ja, dat heb je zelf gedaan, zo gaat het als je een sociaal wezen bent in een wereld waar je van houdt. Dat hele aspect is niet besteed aan honden en katten enzovoorts. Een hond kan heel loyaal zijn, maar hij kan echt geen beloften doen.”