In de studeerkamer

De wedstrijdleider stond voor het wc-hokje waarin de jonge Duitse grootmeester Falko Bindrich zich had teruggetrokken en luisterde of hij de geluiden kon horen van een legitiem wc-bezoek. Sebastian Siebrecht, Bindrichs tegenstander, lag op de grond en loerde onder het houten schot van het hokje.

Toen Bindrich naar buiten kwam, vroeg de wedstrijdleider of hij zijn telefoontje mocht inspecteren. Na Bindrichs weigering werd zijn partij verloren verklaard. Het gebeurde zondag 21 oktober in de Duitse stad Mühlheim tijdens de wedstrijd tussen de schaakclubs Eppingen en Katernberg Essen. De dag daarvoor had Bindrich gewonnen van de Rus Pavel Tregubov. Die partij moest dan ook maar verloren voor hem worden verklaard, eisten de ploegmakkers van Tregubov.

In het verleden zijn schakers betrapt die tijdens hun partij op hun mobieltje een schaakprogramma consulteerden, soms op de wc. Dat betrappen moet je je concreet voorstellen. De wedstrijdleider klom op een trapje en keek van boven in het wc-hokje. Een smerig karwei, maar iemand moet het doen.

In het reglement van de Duitse Bundesliga staat dat de wedstrijdleider bij een redelijke verdenking van bedrog het telefoontje van een speler mag inspecteren. Maar was er in dit geval een redelijke verdenking? Bindrich was binnen een uur een paar keer naar de wc gegaan, dat was alles.

Er zijn schakers die zodra ze van hun bord zijn opgestaan de neiging krijgen om naar de wc te rennen. Het zijn de zenuwen, waardoor een virtueel druppeltje al tot grote aandrang kan leiden. Niet als je aan het bord zit na te denken overigens, dan merk je er niets van.

Ik denk dat Bindrich onschuldig was, ook omdat hij zijn bord verliet na de negende zet, toen hij een stelling had waarover een computer niets bijzonders kon melden. Spieken met computers is een reëel probleem in de schaakwereld, maar overijverige speurders die wellicht onschuldige verdachten aan de schandpaal nagelen zijn dat ook.

Gelukkig zijn er nog mensen die wat nonchalanter omgaan met deze problematiek, zoals de Russische grootmeester Vladimir Jepisjin. Tijdens de zevende ronde van het Tsjigorin Memorial in St. Petersburg, twee weken geleden, kwam zijn tegenstander Bogdan Beljakov onthutst naar de tafel van de wedstrijdleider. Jepisjin was in vol zicht van iedereen met een laptop bezig. Hij wilde even naar zijn e-mails kijken, had hij gezegd.

Heb je het ooit zo zout gegeten. Een dief zet brutaal zijn inbrekerstas op tafel en zegt dat hij er alleen maar een broodje uit wil pakken.

Natuurlijk werd die partij voor Jepisjin verloren verklaard, maar de wedstrijdleiding was mild; hij mocht zijn toernooi de volgende dagen gewoon uitspelen. Terecht, want wie echt iets kwaads in de zin heeft zet geen computer naast zijn bord, hij gaat naar de wc.

Nu we het hebben over computers en hun sinistere rol in het moderne schaak, is het een goede gelegenheid om te laten zien wat ze tegenwoordig kunnen. De Belg Robert Houdart is de maker van Houdini, het sterkste schaakprogramma. Volgens hem is dit waarschijnlijk de beste partij die ooit door een computer is gespeeld.

Je ziet dat de tijd dat schaakprogramma’s zich angstvallig vastklampten aan materiaal voorbij is. Houdini offert zwierig drie pionnen achter elkaar, als een waar romanticus.

Rybka 4.0 Houdini 1.5a, match 2011

1. e4 c5 2. c3 Pf6 3. e5 Pd5 4. Pf3 Pc6 5. Lc4 Pb6 6. Lb3 c4 7. Lc2 Dc7 8. De2 g5 Dit pionoffer is na - en waarschijnlijk door - deze partij vrij populair geworden. 9. e6 dxe6 10. Pxg5 De5 11. d4 Dxe2+ 12. Kxe2 e5 13. dxe5 Pxe5 14. Pxh7 Lg7 Ook een mens kan zien dat zwarts actieve stukken behoorlijke compensatie voor de pion vormen. 15. Pg5 Ld7 16. Pa3 Pd3 Houdini offert onbekommerd een tweede pion om wits koning onder schot te kunnen nemen. 17. Lxd3 cxd3+ 18. Kxd3 Pa4 19. f3 a5 Het begin van een actie waarmee hij een derde pion gaat offeren. 20. Pe4 f5 21. Pf2 b5 22. Pc2 b4 23. cxb4 Kf7 Weer een mooie zet. De pion op b2 interesseert hem niet, hij jaagt op groter wild. 24. bxa5 Txa5 25. Kd2 Td8 26. Pb4 Te5

Wit is overspeeld, hij moet materiaal verliezen. 27. Pfd3 Lb5 28. Te1 Na bijvoorbeeld 28. Kc2, om nog niet meteen een stuk te geven, kan volgen 28...Te2+ 29. Kb3 Pb6 en door de precaire positie van wits koning staat zwart gewonnen. 28...Pc5 29. Txe5 Lxe5 30. f4 Lf6 31. Ke1 Pxd3+ 32. Pxd3 Lxd3 Wit heeft nog steeds drie pionnen meer, maar tegen zwarts extra stuk kunnen die niet op. 33. a4 Toch vergt de opmars van deze pion nog enige precisie van zwart. 33...Tc8 34. a5 Tc2 35. Ld2 Txb2 36. a6 Le4 37. Ta3 Lxg2 38. a7 Tb1+ 39. Ke2 La8 40. Le1 Ld4 41. Ta2 Tb3 Nu is het duidelijk dat wit kansloos is. 42. Lg3 Ke6 43. Kf1 Lc5 44. Ke2 Kd7 45. Kf1 Tb4 46. Ke1 Ld6 47. Kf2 Lxf4 48. h4 Lh6 49. Kf1 Tb1+ 50. Le1 e5 51. h5 f4 52. Td2+ Kc7 53. Tc2+ Kb6 Wit gaf op.