'Ik zocht naar wegen om niet te voelen'

Andy van der Meijde weet hoe het is om alles te hebben wat je hart begeert. Als profvoetballer verdiende hij twaalf miljoen euro bij elkaar. Maar de prijs was hoog: hij verloor zichzelf. Deze week verscheen zijn biografie Geen Genade.

EINDHOVEN - OCTOBER 11: Andy van der Meyde of Holland strikes the ball during the European Championships 2004 qualifying match between Holland and Moldova on October 11, 2003 at The Phillips Stadium in Eindhoven, Netherlands. Holland won the match 5-0. Photo by Stuart Franklin / Getty Images voetbal Nederland Getty Images

‘Sorry, sorry, sorry!” Andy van der Meijde loopt met uitgestoken hand door de draaideur van een hotel in Apeldoorn. De voetballer – spijkerbroek, roze T-shirt, wollen mutsje op het hoofd – hecht aan punctualiteit en verschijnt nu zelf een uur te laat op een afspraak. „Ik speelde met mijn dochter en was de tijd uit het oog verloren”, zegt hij.

Andy van der Meijde (33) is een gewoontedier: hond uitlaten, kind naar school brengen, winkelen, schoonouders bezoeken, trainen met de amateursvoetballers van WSV in Apeldoorn, studeren voor zijn cursus jeugdtrainer van de KNVB. Voor het geld hoeft hij niet meer te werken. Hij bezit zes huizen in drie buitenlanden: twee in Turkije, twee in Bulgarije en twee in Engeland – en heeft gespaard via het CFK-fonds voor beroepsvoetballers.

Na lezing van Geen genade, zijn openhartige biografie, begrijp je waarom hij zo’n behoefte heeft aan rust. De rechtsbuiten was vaste kracht bij Ajax, FC Twente, Internazionale en Everton. Hij verdiende in 12 jaar 12 miljoen euro. Maar op de toppen van zijn succes raakte hij verslaafd aan seks, drank, drugs en luxegoederen.

Twee kinderen heeft hij bij zijn ex-vrouw Diana, één bij zijn ex-vriendin Lisa, één bij zijn huidige vriendin Melisa. Een vijfde is op komst, vertelde hij aan Ivo Niehe in de TV Show. „Ik word er verlegen van als ik naar mezelf kijk. Melisa wilde de uitzending graag zien. Toen ik mijn dochter bij mij op schoot zag zitten, kreeg ik een brok in mijn keel. Ze keek zó mooi met die oogjes van haar. We waren zo lekker aan het knuffelen samen.”

Verrek, dacht je. Dat ben ik.

Brede grijns. „Ja.”

Hield je dat niet voor mogelijk?

„Van jongs af aan wilde ik een gezin. Ik hoopte zo stabiliteit te krijgen. Pas met Melisa is het gelukt. Melisa is een sterke en onafhankelijke vrouw. Ze dwingt respect af, begrijpt mij. Toen ik de tv-beelden zag, besefte ik dat ik gelukkig was.” Na afloop kreeg hij veel reacties via Facebook en Twitter. Zijn maandag verschenen boek is toe aan de derde druk. Tot zijn eigen verbazing, hij was bang dat mensen hem vergeten waren.

Ik werd wat treurig van je boek.

„Het is een treurig boek. Nou ja, voor een deel. Dit is de waarheid. Zo is mijn leven gelopen en anders niet.”

Je leven lijkt een aaneenschakeling van persoonlijke tegenslagen, hoe groot je sportieve successen ook waren.

„Ik was gestresst en kon daar met niemand over praten. Een voetballer houdt zich groot. Hij drukt zijn gevoelens weg omdat ie bang is dat hij anders niet aan de bak komt. Het is een miljoenenbusiness, het team staat voorop. Als jij faalt staat er een ander klaar om het over te nemen.”

In Geen genade beschrijft journalist Thijs Slegers de oorzaken van zijn innerlijke onrust. Hij komt uit een gebroken en arm gezin. Zijn gokverslaafde vader verbood hem contact met zijn moeder op te nemen. Zijn moeder probeerde zich van het leven te beroven. Als peuter ging hij met oploskoffie naar bed, er was geen geld voor melk. „Ik was geen jong crimineeltje, maar een heilige was ik zeker niet”, staat in het boek.

Was voetbal voor jou een manier om de ellende te ontvluchten?

„Ja. Mijn ouders maakten lange werkdagen. Ik was op mezelf aangewezen. Dat ik mij niet voor alle ellende kon afsluiten, nam ik mezelf kwalijk. Dat vond ik zwak.”

Je was een gevoelige jongen.

„Ja, maar ik wílde niet voelen, zocht uitwegen om niet te hoeven voelen.”

Hoe lang hield je dat vol?

„Tot de geboorte van mijn derde dochter, Dolce. Ze kwam met een ernstige aandoening ter wereld. Een paar keer was zij in acuut levensgevaar. Vanaf toen ging het sportief bergafwaarts. Bij Everton kon ik mij niet meer focussen. Mijn coach, David Moyes, kon zich niet in mij verplaatsen. Niet één keer kwam hij naar het ziekenhuis. Hij liet me met jongens van vijftien, zestien trainen. Hij probeerde mij neer te halen.”

Een coach die jou wel begreep was Co Adriaanse. Was hij een surrogaatvader voor jou?

„Ja. Co was hoofd opleidingen bij Ajax toen ik als twaalfjarig boertje uit Arnhem een testwedstrijd in Amsterdam mocht spelen. Hij selecteerde mij voor de B1. Hij zorgde ervoor dat mijn moeder een flatje in Diemen kreeg. Op mijn veertiende volgde een ‘koelkastcontract’: 250 gulden per maand. Voor iemand die 50 cent lunchgeld mee naar school kreeg, was dat een hoop geld.”

Ploeggenoot Mido speelde ook een bepalende rol. Hij leerde je dat je als voetballer alles kunt maken. Een dubieuze les, achteraf gezien?

„In zijn geboorteland Egypte is Mido koning. Dat straalde hij ook uit, toen hij op zijn achttiende bij Ajax kwam voetballen. Zijn flair en openheid bevielen me. Ik herkende mezelf in Mido.”

In zijn huis ging je vreemd met een buurmeisje. De aanzet tot een langdurig dubbelleven.

„Als succesvol voetballer krijg je veel aanbiedingen van vrouwen. Of je nou lelijk of knap bent, dat maakt geen bal uit. Ik had het geluk dat ik knap was.” Begint hard te lachen.

Je vond jezelf heel wat?

„Nee, dat niet. Ik heb geen kapsones. Ik ben opgevoed met het idee dat iedereen gelijk is. Met de buurjongen ga ik even goed om als met een wereldster als Zlatan Ibrahimovic.”

Je seksuele escapades worden tot in detail beschreven. Waarom moeten wij dat lezen?

„Mensen vinden dat mooi, eerlijk is eerlijk. Als ik schrijf dat ik op zolder met mijn treintje speel, vindt niemand het interessant.”

De Jeroen Pauw van het voetbal, word je al genoemd.

„Beter! Hij speelt Jupiler League, ik speelde Champions League, ha ha.”

Zijn die verhalen bedoeld om te imponeren?

„Nee, want het is de waarheid. En bovendien: het maakt mij niet uit wat mensen van mij denken. Ik ben gelukkig, ik slaap goed ’s nachts. Ze zoeken het maar uit.”

Wat is het grootste misverstand over jou?

„Dat ik arrogant ben. Daar klopt niets van, want ik ben een allemansvriend. Ik zou mij schamen als ik arrogant was.”

Op 7 februari 2009 speelde Andy van der Meijde zijn laatste wedstrijd voor Everton. Hij droeg nog even het shirt van PSV, maar maakte geen speelminuten, omdat hij veel te zwaar en traag was. Via de topklasse van WKE in Emmen kwam hij terecht bij de amateurs van WSV in Apeldoorn. Nu wil hij jonge voetballers gaan behoeden voor de vele fouten die hij zelf heeft gemaakt. In de rol van coach of counselor, hij ziet wel wat de toekomst brengt. „Als ik maar mensen blij kan maken, dat geeft voldoening.”

Op de vraag op welke prestatie uit zijn twaalf jaar lange profloopbaan hij het meest trots is, volgt een verrassend antwoord: „Dat ik, boertje uit Arnhem, mocht voetballen voor het grote Ajax. Ik zie mezelf nog de trein naar Amsterdam nemen. Feestjes afslaan. Ik moest en zou het maken – en dat is gelukt. Daar ben ik best trots op, ja.”