Ik ben opeens zoveel milder geworden

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Ik heb een turbulent leven achter de rug – mooi, maar ook heftig, ups and downs. M’n eerste kind is zes uur na de geboorte overleden. Daarop volgden nogal wat miskramen. M’n eerste man was alcoholist. Zoiets overkomt je, daar kies je niet voor.

„M’n karakter heeft het me niet altijd even makkelijk gemaakt. Ik kan koppig zijn, fel, op m’n strepen staan, mokken. ‘Mevrouw De Bok’, noemt mijn man me dan. Zelf kan hij ook behoorlijk lastig zijn: een enorme baas, een drammer kan hij zijn. Hij is ook heel zorgzaam en lief, hoor. Maar het heeft behoorlijk geknetterd tussen ons. Ik heb me nooit zomaar onder het tapijt laten vegen.

„Zo’n karakter heeft voor- en nadelen. Het heeft me overeind gehouden bij tegenslag. Ik heb me bij mijn werk in een mannenwereld, als directiesecretaresse, goed kunnen handhaven.

„In de jaren ’60 heb ik gewerkt voor de Snip & Snap Revue, als secretaresse van de producent, René Sleeswijk. Het was een enorme show in die tijd: grote decors, uitbundige kostuums, balletdansers uit Engeland. Die dansers waren vrijwel allemaal homo of lesbienne: een uitbundig zooitje ongeregeld was het. Elke vrijdag kwamen ze op kantoor om hun loonzakje op te halen – zo ging dat nog in die tijd. Een hoop pret heb ik met die artiesten gehad.

„Pa Sleeswijk –‘daddy’ noemden we hem altijd – was een harde zakenman. Ik ben ontslagen toen ik worstelde met die miskramen. Te veel ziekteverzuim. ‘Zoek maar een andere baan’, kreeg ik te horen.

„Ik ben toen op het hoofdkantoor van Heineken gaan werken, voor het hoofd ‘Management and Development’. Mijn baas rapporteerde rechtstreeks aan Freddy Heineken himself. Het was in de hippietijd, ik liep in minirokjes en zo. Als ik bij Heineken binnenliep, moest ik gaan zitten. Dan hield hij me aan de praat, ging me zitten aanstaren; dan wist ik niet waar ik die blote benen van me laten moest. Heineken stond bekend als rokkenjager – daarvoor werd je wel gewaarschuwd op kantoor.

„Zes jaar heb ik bij Heineken gewerkt. In 1976 werd m’n tweede kind geboren, in 1978 m’n derde. Toen ben ik gestopt met werken. M’n huwelijk werd steeds slechter, door de verslaving van mijn man. Zelfs de spaarrekeningen van de kinderen plunderde hij om drank te kopen.

„Mijn huidige man was de beste vriend van mijn ex. Hij was getuige bij mijn eerste huwelijk. Altijd is hij ook mijn maatje geweest. Ik luchtte m’n hart bij hem. ‘Ik ga scheiden!’, heb ik vaak geroepen. Dan zei hij: ‘Ach, zie het nog een tijdje aan, hij heeft toch ook z’n goeie kanten!?’

„Uiteindelijk zijn wij, na achtentwintig jaar vriendschap en beiden alleenstaand, bij elkaar gekomen. Twaalf jaar zijn we nu getrouwd. Heel lang wilden wij niet nog ’s trouwen. In 2000 onderging hij een hartoperatie. Toen hij ontwaakte uit de narcose was het eerste wat hij zei: ‘We moesten maar gaan trouwen.’ Hij huilde. Ik dacht eerst: ‘Ja, ja, dat heb ik vaker gehoord.’ Een tijdje later waren we met vakantie. Ik vroeg: ‘Weet je nog wat je eerste woorden na die operatie waren?’ Hij was het alweer vergeten. Ik merkte dat ik toch wel zin had gekregen in die trouwerij. Onze vier kinderen waren getuige bij ons huwelijk, met verder niemand erbij. Het was een mooi moment.

„Sinds zes weken ben ik nu hier in het hospice. Thuis ging het niet meer, mijn man moest me dag en nacht verzorgen. Het werd te zwaar voor hem, het gaf spanningen, hoewel hij vond dat hij ’t nog wel aankon.

„Ik had wel eens over een hospice gehoord, maar ik had geen idee wat het inhield. De huisarts zei: ‘Ga er gewoon ’s kijken.’ Op donderdag gingen we langs, op maandag hoorde ik dat er een plek voor me was. Dan moet je een zware beslissing nemen: vertrekken uit je huis en naar een plek gaan waar je je laatste eindje gaat afleggen.

„De eerste week was het moeilijk. Er is dan nog zoveel waaraan je emotioneel vast zit, spullen die een bestemming moeten krijgen. Na die week werd ik rustig. En nu zeg ik: deze weken behoren tot de gelukkigste in mijn leven. Ja, dat klinkt misschien vreemd. Maar ik voel nu zo’n hechte band met mijn man, met de kinderen, kleinkinderen.

„Ik ben opeens zoveel milder geworden; mijn man ook, merk ik. Net nog zei hij tegen mij: ‘We zijn wel erg verknocht geraakt aan elkaar.’ Dat soort dingen zeiden we eerder niet zo snel tegen elkaar. Want ja, hoe gaat dat: je draaft maar door in het leven. Ik leef nu zoveel bewuster en intenser.

„Vreemd wel, denk ik nu, dat ik in m’n leven zoveel energie heb gestoken in problemen en discussies waarvan ik nu zeg: is dat het wel waard geweest? Nee, spijt ervan heb ik niet. Zo is het nu eenmaal gegaan – en daar valt niks meer aan te veranderen.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Wie wil meewerken aan deze rubriek kan een e-mail sturen naar laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord